Author Archive
Diverse Video’s Van De Limburgse Mergelgrotten
Posted by: | CommentsAcht tv-uitzendingen over mergelgroeven
Posted by: | CommentsBron: Het belang van Limburg
Vanaf 23 maart brengt Canvas gedurende acht weken uitzendingen over de geschiedenis van en in de ondergrondse mergelgroeven van Kanne. Meer concreet gaat het over hetgeen er zich afspeelde tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Nabij de grens van de beide Limburgen hebben de mergelbergen immers vaak een rol gespeeld in tijden van oorlog en geweld. Langs het smokkelgat in de Sint-Pietersberg werden mensen in veiligheid gebracht om te ontsnappen aan verplichte tewerkstelling in Duitsland. Er werden goederen gesmokkeld en het smokkelgat stond ook open voor clandestiene post en voor de overbrenging van piloten van Nederland naar België. Canvas organiseert op 16 mei in de mergelgroeven van het Avergat ook een publieksevenement ter afsluiting van de reeks “Publiek Geheim”. De acht uitzendingen duren elk 26 minuten.
Valkenburgse blokbrekers naar de rechtbank – anno 1890
Posted by: | CommentsDiscussie tussen vereniging Het Geuldal en de locale blokbrekers liep hoog op.
Het Limburgse dorpje Valkenburg werd vanaf het midden van de 19e eeuw druk bezocht door toeristen. Ze kwamen voor de natuur, de heuvelachtige (en daardoor buitenlands aandoende) omgeving en de mergelgrotten. In 1885 wordt de eerste Vereniging voor Vreemdelingenverkeer opgericht n.l. “Het Geuldal”. Door het toenemende toerisme kwamen de belangen van de blokbrekers en Vereniging het Geuldal in gedrang. Dit uitte zich in talrijke discussies, vernielingen en diverse rechtszaken. Hieronder zie je enkele krantenberichten uit de jaren 1889 en 1890 waarbij de gemoederen tussen de blokbrekers en ‘Het Geuldal’ hoog oplopen. Verder geeft dit verslag natuurlijk een mooi beeld van hoe bijvoorbeeld de rechtspraak in die tijd plaatsvond.
Eind januari 1889 – De vereniging Het Geuldal heeft gemerkt dat er in de laatste week van januari 1889 dat er baldadigheden hebben plaatsgevonden in de Valkenburger groeve. Verschillende opschriften en tekeningen die daar voor de toeristen zijn gemaakt, zijn vernield. Zij hadden het blokbreken alhier reeds verboden en hebben melding gemaakt van de baldadigheden. De groeve is niet lang daarvoor afgesloten met een hekwerk. Uiteindelijk wil de vereniging wel water bij de wijn doen als de blokbrekers een andere plek uitzoeken in de groeve waar de bezoekers er geen last van hebben.
Een van de eerste krantenberichten is uit 7 februari 1889; Het Gemeentebestuur van Valkenburg maakt bekend dat er een verzoekschrift is binnengekomen van de vereniging ‘het Geuldal’, houdende een onderzoek in te stellen naar de gelegenheid tot het verder breken van blokken in de Valkenburger Groeve (De huidige Gemeentegrot).
Om aan dit verzoek gevolg te geven, vraagt het Gemeentebestuur aan de blokbrekers een ‘commissie’ van 3 personen samen te stellen, om een geschikte plaatst in de groeve aan te wijzen waar nog zonder gevaar gewerkt zou kunnen worden. Vlak daarna hebben zich reeds enige bergwerkers bij het Gemeentehuis gemeld. Er is zelfs een beloning van 50 gulden uitgeloofd aan diegene die de schuldige kan aanwijzen.
Op 23 februari lezen we het volgende bericht. De blokbrekers later het er niet opzitten en laten een ‘adres’ ter ondertekening circuleren, welke ze naar de Tweede kamer willen sturen. Hierin willen ze;”Hun grieven blootleggen inzake het hun wederrechtelijk verbieden van de exploitatie der groeven door de Vereniging Het Geuldal”.
Op 14 maart sturen de blokbrekers het ‘adres’ naar de Tweede kamer. Heden ten dage zouden 20 handtekeningen geen indruk maken en ik vraag me af of dat 130 jaar geleden wel zo was.
Op 26 maart 1989 staat daar dan opeens de Ingenieur der Mijnen en een landmeter van het Kadaster in Valkenburg. Zij gaan; “Metingen verrichten in de onderaardse gangen, om te constateren, of de ontginning eener groeve onder een perceel, niet wederrechtelijk te ver is doorgevoerd.
Deze meting staat dus ook al in verband met de bekende agitatie der blokbrekers tegen het ‘Geuldal’.
Op 3 april arriveren met de trein van 11 uur de justitie van Maastricht, teneinde met een ingenieur van het mijnwezen en een landmeter van het kadaster een onderzoek te doen naar den toestand der groeven . Van dat onderzoek zal afhangen, of de betreffende blokbrekers al dan niet zullen worden vervolgd.
9 April 1889 – De heer E. en de blokbrekers waren daarbij tegenwoordig. Besloten werd: Een put te boren, ten einde de juiste dikte van het gewelf te meten en te vernemen onder welke concessie de bergwerkers gearbeid hebben. Omtrent de dikte verschilden de opzichter K. en de heer B. aanmerkelijk van gevoelen. De justitie zal later bekend maken hetgeen door haar in deze zaak zal worden gedaan.
Dan gaat het dus naar de Tweede Kamer en zij doen er, net zoals nu nog steeds het geval is, iets langer over, maar op 12 februari 1890 vinden we weer een bericht terug in de krant: In het, door de blokbrekers aan ZExc. den minister der Binnenlandse Zaken gezonden adres, klagen zij hun nood;
1 – Omdat 10 hectare van hun concessieveld wegens gevaar voor hen werd gesloten, terwijl volgens hen geen ander punt van dat berggedeelte bouwvallig is dan de zogenaamde ‘driedrup’ waar niemand kan, nog wil werken.
2 – Omdat de blokbrekers stelselmatig verhinderd worden in de 33 hectaren berg te graven, waarmede bij besluit van Gedeputeerde Staten van 1883 en met toestemming van de grondeigenaren het concessieveld van de Valkenburger groef is uitgebreid. Dringend verzoeken de blokbrekers, die zich in hun bestaan zien bedreigd, van den minister een nader onderzoek, daar zij overtuigd zijn dat ZExc. verkeerd werd ingelicht.
Twee blokbrekers alhier, die met geweld in den berg wilden dringen en bij die gelegenheid de daar wachthebbende marechaussees hadden beledigd, zijn te dier zake door de Arrondissementsrechtbank te Maastricht veroordeeld respectievelijk tot 7 en 10 dagen gevangenisstraf.
15 februari 1890 – De zaak van den heer G. Erens en de blokbrekers uit Valkenburg onlangs door de kantonrechter alhier veroordeeld wegens het openen van en het wederrechtelijk ontginnen in de Valkenburgergroef, zal op maandag 24 maart dezer voor de Arrondissementsrechtbank te Maastricht in hoger beroep behandeld worden.
10 april 1890 – Zoals we reeds mededeelden, werden de blokbrekers alhier maandag van de vorige week door de rechtbank in Maastricht van het hun ten laste vrijgesproken. Denzelfde dag zijn de hekken, welke de toegang tot den berg beletten, geopend. Door wie of wien is onbekend. De dinsdag daarop volgende togen de bergwerkers al zingende de straten door en hervatten den arbeid in de sedert lang voor hen gesloten geweest zijnde groeven. Sedert werken zij ijverig door en hebben reeds verscheiden mergelblokken uitgekapt, welke zij tegen flinke prijzen aan de heer H., ingenieur, die bezig is met het bouwen van een nieuw huis in de ‘Plenkert’, van de hand hebben gedaan. Justitie en politie laten heb gemoedelijk begaan.
En gelukkig mag het recht zegevieren want op 3 april lezen we het volgende bericht: De rechtbank te Maastricht heeft de vijf blokbrekers uit Valkenburg, die in de vorige week in hoger beroep terecht stonden, aangeklaagd van eene nieuwe steengroeve zonder vergunning te hebben geopend, van die klacht vrijgesproken.
De vijf blokbrekers uit Valkenburg hebben moed gekregen nu ze het recht aan hun zijde hebben: 15 april 1890 – Volgens het Limburgs Nieuwsblad zou er andermaal tegen de blokbrekers wegens het breken van blokken in de Valkenburgsche groeven proces-verbaal zijn opgemaakt!
De blokbrekers, tegen wie andermaal proces-verbaal is opgemaakt, zijn reeds voor den rechter-commissaris moeten verschijnen, terwijl de wachtmeester der marechaussee en de bergopzichter Colen als getuigen gehoord werden. Tegen de voerman H., te Valkenburg, is dinsdag proces-verhaal opgemaakt wegens het vervoer van mergelblokken uit de groeve.
6 mei 1890 – Door den rechter commissaris te Maastricht werden dinsdag gehoord de oudste blokbrekers, te weten Paulus Prévoo, oud 80 jaren, te Gulpen, Hub. Prévoo, 70 jaar, te Vaals, Ant. Lemmens, 72 jaar, J.H. Beckers, 71 jaar en Jan Lemmens, 70 jaar, laatstgenoemden te Valkenburg. De justitie wenschte hen te horen, ten einde te vernemen, op welke wijze en voorwaarden in vroeger jaren in de Valkensburgse groeve gewerkt werd. Uit hun verklaringen bleek, dat zij alleen werkten volgens reglement, t’ welke hen voorgehouden werd door hun oudere beroepsgenoten. Als zodanig hadden hun voorouders, zijzelven en aldus, meenden ze, moesten ook hun nakomelingen mogen werken. Met inachtneming van den raad der oudere blokbrekers, hadden zij steeds veilig in de groeve gearbeid: nooit verzuimden zij de noodige pijlers te laten staan, waardoor berginstortingen werden voorkomen. Bij afscheid tekenden de oudjes hun op last van den rechter-commissaris in schrift gebrachte verklaringen, terwijl hun de bemoedigende woorden werden toegevoegd; “Werkt waar ge iets vinden kunt”.
8 mei 1890 – Op bevel van Gedeputeerde Staten werd maandag, onder toezicht van de marechaussee, dat gedeelte der onderaardse groeve met een muur van een meter dikte toegemetseld, waar de bergwerkers thans werkzaam zijn. Den blokbrekers werd zondag van dat besluit kennis gegeven; hun werd tevens verzocht, genoemd gedeelte voor maandag te ontruimen, onder bedreiging, dat die ontruiming – werd hieraan niet goedwillig voldaan – desnoods met geweld zou geschieden.
17 mei 1890 – Zoals reeds medegedeeld werd, is onze oude onderaardse mergelgroeve op bevel van Gedeputeerde Staten, daar waar de blokbrekers werkzaam waren met een muur van een meter toegemetseld. De werklieden weigerden de werktuigen mede te nemen en verklaarden, ze liever te laten inmetselen. Op dit besluit zijn ze echter later teruggekomen, zij haalden hun werktuigen weg en hervatten toen den arbeid in de onmiddellijke nabijheid van het afgesloten gedeelte, namelijk aan de zogenaamde “waterweg”. Zoals vanzelf spreekt, mogen zij ook dáár niet werken. Men is nieuwsgierig wat op deze werkhervatting zal volgen. In de veenkoloniën heeft de politie moeilijkheden, omdat het werkvolk den arbeid staakt; hier in het Geuldal is het juist het omgekeerde.
26 juni 1890 – Op bevel van provinciaal bestuur werden donderdag van verleden week de drie ingangen tot de oude Vakenburgsche mergelgroeve, welke onder de gemeente Berg en Terblijt gelegen zijn (toenmalige situatie), met oude spoorwegdwarsleggers dichtgemaakt. Zoals reeds gemeld werd, is de hoofdtoegang reeds door den voorman H. toegemetseld en voorzien van een deur; met de thans aangebrachte nieuwe afsluiting was H. niet in zijn schik en daarom verscheen hij ter plaatse met den burgemeester van Berg en Terblijt. Laatstgenoemde protesteerde tegen de aan te brengen afsluitingen en verklaarde zijn beklag te zullen indienen bij Gedeputeerde Staten, op grond, dat er hier bevel tot uitvoering gegeven was zonder zijne voorkennis; naar zijne mening was hij baas in zijne gemeente.
Den werklieden werden ondertussen hatelijkheden toegevoegd (ze werden dus uitgescholden), waarop de gemeenteveldwachter alhier den persoon, die zich daaraan schuldig maakte, verzocht de lieden met rust te laten. De burgemeester koos voor den man partij en voegde den veldwachter de woorden toe; “Ik ben hier hoofd der politie, gij hebt hier niets te maken”, waarop de veldwachter repliceerde, dat hij niet alléén Gemeente- maar tevens onbezoldigd rijksveldwachter was. Na nogmaals luid zijn afkeuring te hebben uitgesproken over hetgeen er gebeurde, verklaarde de burgemeester dat, bijaldien er bergtochten onder zijn gemeente werden gehouden, hij alsdan hier en op gene andere plaats toegang tot den berg wilde hebben. De blokbrekers houden zich kalm. De groeve staat thans onder voortdurende bewaking van de politie.
Vanaf hier eindigt het verhaal, tenminste voor mij want ik heb helaas niet meer kunnen vinden. Wat is er met de bergwerkers gebeurd? Ze hadden reeds een hoge leeftijd en ik vraag me dan ook af of ze misschien in een andere groeve terecht konden voor hun werk. Heb jij misschien na het lezen va n dit verhaal meer info, laat het mij dan weten. (bijvoorbeeld via de Contact pagina
De instorting van de Muizenberg op 11 mei 1926
Posted by: | CommentsOp 11 mei 1926 stortte een groot gedeelte van de Muizenberg in Kanne in. De Muizenberg ligt voor een groot gedeelte op Belgisch en voor een klein gedeelte op Nederlands grondgebied. Zoals u hieronder kunt lezen, zal dit nog voor problemen zorgen tijdens de reddingspoging van de ingesloten bergwerkers. Tijdens de instorting waren 6 werklieden bezig om in alle haast de laatste mergelblokken uit de groeve te vervoeren. Op het moment van de instorting stonden er zeven champignonkwekers opzij van de ingang bij in een bakstenen onderkomen. Door de luchtdruk werden de zeven mensen tegen het talud van de nabijgelegen weg geworpen. Twee van hen kwamen daarbij om het leven. Vier van de zes mensen in de groeve probeerden aan de instorting te ontkomen, maar als gevolg van de luchtdruk overleed een van hen. De twee die in de groeve achterbleven werden met paard en wagen bedolven.
Hieronder vind u het relaas uit de krantenberichten van die tijd.
Uit ‘Het Vaderland’, woensdag 12 mei 1926. De Aardverschuiving bij Maastricht. Omtrent de ernstige aardverschuiving in de, op Belgisch grondgebied gelegen Cannerberg bij Maastricht, vernemen wij nader, dat de 2 bij dit ongeval zwaar gewonde arbeiders in den loop van den dag zijn overleden, zodat deze ramp tot nu aan drie mensen het leven heeft gekost. Het is thans zeker, dat in den berg nog een 17-jarige jongen en een ouder persoon zijn opgesloten, voor wier leven ernstig gevreesd wordt. Ook een paard en wagen zijn van de buitenwereld afgesloten.
Uit “Het Centrum”, woensdag 12 mei 1926. De Muizenberg te Canne ingestort. Een dode, 6 zwaar gewonden. De Cannerberg over 100 meter verdwenen. Gisteren liep door Maastricht de mare van een groot bergongeluk aan de St. Pietersberg. Dit gerucht bleek in zoverre niet juist,dat het ongeluk even over de Nederlandse grens, in het Belgische dorpje Canne had plaats gehad, meld de “Mbd.”. Tegen 7 uur is namelijk de door mergelgroeven van onderaardse champignonkwekerijen ondermijnde berg over enige hectare ingestort. Op dat moment bevond zich een 10-tal personen in den berg: een blokzager en arbeiders der champignonkwekerijen. Enkele daarvan bevonden zich aan den ingang, waar kantoortjes in de bergopening zijn gevestigd. Op een gegeven ogenblik heeft het zwakke gewelf de veertig meter dikke bovenlaag van de bovengrond niet meer kunnen dragen en is de Muizenberg ingestort. Door de geweldige luchtdruk werden rotsblokken van honderden kilo’s uit de berg geschoten, balken over de weg geslingerd, ijzeren werktuigen tot vijfentwintig meter het land ingeworpen en een stofwolk enkele honderden meters ver over het landschap geblazen. De Muizenberg biedt dan ook nu een aanblik van grote verwoesting. Een der aan de ingang aanwezige personen werd met zulk een kracht tegen en paal geslagen, dat hij terstonds dood bleef. Het was de 35-jarige Gerard Vrijns, arbeider in de champignonkwekerij, gehuwd en vader van één kind.
Tussen de mergelblokken uit werd spoedig nog een 6-tal zwaar gewonden weggedragen, waarvan een zekere ‘Neven’ een schedelbreuk had opgelopen. Geestelijke hulp was spoedig ter plaatse. De gewonden werden per auto naar het hospitaal te Tongeren gevoerd. Toen wij ter plaatse kwamen, zagen wij weg en rotsblokken nog met bloed bevlekt. De betrokken arbeiders zijn tegen ongelukken verzekerd, de ondernemingen echter niet. Op het ogenblik bevinden zich in den berg nog twee arbeiders, waarvan één met kar en paard. Over hun lot verkeerd men in het onzekere. Onder leiding van den hoofdingenieur van het Staatstoezicht op de Nederlandse mijnen, zal getracht worden over Nederlands gebied de levend-begravenen te bereiken.
Een blokzager en een mijnwerker uit Maastricht zijn met materiaal aanwezig. Zekerheid dat de bedolvenen nog leven worden aangetroffen bestaat er allerminst. De twee champignonkwekerijen zijn geheel verwoest. De schade wordt op 500.000 francs geschat welke niet door de verzekering wordt gedekt. Een der eigenaren, een Waal, is daardoor vrijwel geruïneerd. De Muizenberg zelf is, gelijk gezegd, over enkele hectaren ingestort. Het bouwland bovenop vertoont geweldige gaten en spleten en is geheel verzakt en verschoven. De holle weg naar Oud-Vroenhoven is versperd door rotsblokken en balken.
De grote weg naar Canne is over enkele 100 meter totaal vernield. Enorme gaten van grote diepte gapen er op uit. Overal lopen scheuren en spleten over de weg., rotswand en hellingen. Wegens het grote gevaar voor verdere instortingen is dit gedeelte door Belgische en Nederlandse gendarmen afgezet. In het dorp heerst natuurlijk grote verslagenheid, daar alle getroffenen in Canne thuishoren. Voor de met prikkeldraad afgezette weg naar de groeven verdringen zich familieleden en dorpsgenoten. Van Nederlandse zijde zijn op de plaats van de ramp aanwezig ingenieur Blankevoort en de burgemeester van Maastricht. Ook het parket van de Maastrichtse rechtbank kwam ter plaatse. De ziekenauto van het Maastrichtse hospitaal is ter assistentie erheen.
“Het Vaderland”, woensdag 19 mei 1926 - Bergverzakking te Canne – Naar wij vernemen heeft het hoofdbestuur van het Nederlandse Rode Kruis, ten einde de voortzetting van het ontgravingswerk mogelijk te maken der in den Cannerberg opgesloten arbeiders, waarvan niet vaststaat, dat deze niet meer in leven zijn, op verzoek van het Staatsmijnbedrijf, een som van tweeduizend gulden beschikbaar gesteld. Het ontgravingswerk werd tot dusverre door dit Staatsmijnbedrijf verricht.
“NRC”, donderdag 20 Mei 1926 – De instorting aan de Muizenberg te Canne Het werk om de 2 in de berg ingesloten mensen te bereiken, wordt met kracht voortgezet. Acht stutters van de mijn Maurits werken in vier dagploegen, dus twee tegelijk, die door drie helpers worden bijgestaan. De situatie van de berg is in kaart gebracht en op het ogenblik vordert men goed. De stutters worden te Canne kosteloos gehuisvest en gevoed; het loon, dat zij van de de Staatsmijnen ontvangen, dragen zij af aan de familie van de ongelukkigen.
Tot nu toe werkt men nog steeds op Nederlands grondgebied. Op de vraag, of men niet van boven naar beneden een put had kunnen boren, daar men wist waar de mensen zich bevonden, kreeg ik als antwoord, dat dit te gevaarlijk zou zijn, daar de bodem losgerukt was en dat verder de diepte 40 meter was en dat een put boren van die diepte weken zou duren.
“NRC”, zaterdag 22 mei 1926 – Gisternamiddag heeft de Belgische minister van arbeid en industrie, de heer Wouters, met gevolg een bezoek gebracht aan Canne. De burgemeester van Maastricht, mr. van Oppen, hoofdingenieur Blankevoort en ingenieur Römer waren daar aanwezig. De minister ging door de galerijen en was vol lof voor het werk, dat de Nederlanders hier verricht hadden. Hij stelde zich op de hoogte van de familie omstandigheden van de nabestaanden der verongelukten.
Ook de commissaris der Koningin in Limburg is donderdag ter plaatse geweest. Prins Hendrik zal zondagmiddag na de onthulling van het monument te Maastricht voor de overleden Franse vluchtelingen naar de plaats der instorting gaan. De werkzaamheden vorderen slechts langzaam. Het is onmogelijk te zeggen, hoelang het nog duren zal, eer men op de plaats des onheils is.
“Het Centrum”, woensdag 26 mei 1926 – De Nederlandse hulpverlening Een eervolle revanche van Nederlandse zijde schrijft men aan de Mbd. Moesten we aanvankelijk constateren, dat men van Nederlandse zijde het reddingswerk aan de Belgen overliet, thans zien we het tegendeel gebeuren. De Belgische genie heeft al heel gauw het werk neer gelegd – het moest bovendien op Nederlands grondgebied geschieden – ze was er niet voor berekend, het is ‘mijnarbeid’. Sinds ruim een week werken nu Limburgse arbeiders onder Nederlands Staatstoezicht aan het maken van noodgangen. Er wordt met vierploegenstelsel gewerkt; iedere ploeg van vier man werkt zes uur. Met meer tegelijk kan niet gewerkt worden. Gisteren namen we een kijkje in de sombere Muizenberg. Nederlandse gendarmen bewaken de ingang; een dezer ordebewakers was zo welwillend ons even naar de noodlottige instorting te brengen. Enige honderden meters ver liepen we over mulle wegen door de kille, onderaardse labyrinten, even spookachtig verlicht door kleine olielampjes. het waren de wegen, waardoor enkele spannen met voerlieden nog konden redden. Dan kwamen aan de instorting; rotsblokken tot een kubieke meter dik lagen ordeloos uit de gewelven gerold bij het begin der verzakkingen. Verder lagen de gangen dicht.
De berg werkt noch immer. Elke dag verwijderen de scheuren nog, brokkelen rotswanden af en worden de kuilen groter. De gaten in de weg naar Vroenhoven zijn nu zo ruim dat paard en wagen erin verdwijnen kunnen. Nieuwe kraters zijn nog ontstaan sinds die ongeluksmorgen. Een der grote bomen aan de rand van het bos werd meegesleurd. Aan het punt, waar de reddingsploeg werkt, zijn de gewelven geschoord moeten worden: de kleine noodgangen zijn overal soliede gestut, want ze gaan door de instorting zelf. Een veertigtal meters is men gevorderd. En dan?
De kans op levend terugvinden van de bedolvenen was van den aanvang af bedenkelijk klein en werd natuurlijk met de dag nog geringer. Dat een paar mensen zonder voedsel en drinken twee weken het nog uithouden schijnt theoretisch mogelijk te wezen. In afwachting van de wellicht ontstellende vondst, lopen er reeds vreselijke maren door het land. als bijv. “ze zijn gevonden, verhongerd, naast het paard.”
Had er van Belgische zijde meer gedaan kunnen worden? De vraag is vrij moeilijk. De ingang en de kortste weg naar de plek, waar de ongelukkigen vernoedelijk bedolven zijn, ligt op Nederlands gebied. Met meer dan vier ploegen, als nu geschiedt, kan niet worden gewerkt. De meningen, of de bedolvenen op Nederlands of Belgisch grondgebied zich bevinden, loopt uiteen. Nederland doet nu ten volle zijn plicht. België kon ten opzicht van zijn verongelukte onderdanen – al ware het maar demonstratief – zeker meer ijver betonen. Er zijn toch zeker ook mijnwerkers in Luikerland en Belgisch Limburg? Deze afwezigheid heeft op de bevolking dan ook een pijnlijke indruk gemaakt. De exploitatie van deze omstandigheid, die we van Vlaamsche activististische zijde lazen, lijkt ons intussen wel wat smakeloos. Intussen begint voor enkele der getroffen arbeidersgezinnen in Canne de nood te nijpen. Nabij de plek, waar de weg werd verwoest, staat een offerblok: In de Limburgse pers begon men een steunbeweging: straks gaan de padvinders collecteren. Het rode kruis gaf voor het reddingswerk reeds een paar duizend gulden. Van Nederlandse zijde kwam men wellicht iets te laat, doch die schade werd wel ingehaald.
“Het Vaderland”, dinsdag 1 juni 1926 – De ramp gebeurde op Nederlands gebied In het Limburgs dagblad worden enkele bijzonderheden medegedeeld over de instorting op 11 mei van de Muizenberg te Canne, welke op de oorzaak van de ramp, waarbij twee mensenlevens te betreuren vielen, een nieuw licht werpt. Na er op te hebben gewezen dat eerst de Belgen zich met het reddingswerk bemoeiden, doch dat reeds op donderdag 13 mei Nederlandse mijnwerkers het uitgravingswerk te hand namen, deelt het blad verder mede dat op zaterdag 15 mei Belgische mijnwerkers en op dinsdag 18 mei Nederlandse mijnmeters opmetingen verrichten om de plaats te bepalen waar de slachtoffers zich moeten bevinden. Het blad gaat dan voort: De vraag is hier zeker gewettigd, of niet eerder opmetingen hadden kunnen worden gedaan of niet eerder een berekend en systematisch werk had kunnen worden opgezet, om de ongelukkigen, zo mogelijk, nog te redden. Nu is veel tijd en veel moeite verspild, door onoordeelkundig optreden de eerste dagen na de ramp. Men stelt zich dan echter natuurlijk de vraag; Is enige kritiek gewettigd?
En is het niet heerlijk, dat Nederlandse mijnwerkers thans die Belgische arbeiders met veel moeite gaan uitgraven? Dit vooral, waar de Belgische hulp zo spoedig haar post verliet en het werk geheel aan de Nederlanders overliet? Het antwoord moet dan zijn dat kritiek meer dan gewettigd is en dat de hulp door de Belgen niet had behoeven te geschieden om de eenvoudige reden, dat de ramp zich op Nederlands gebied heeft afgespeeld. In het kort toch zijn de feiten deze: De groeve bevind zich naar schatting voor 3/10 op Belgisch en voor 7/10 op Nederlands gebied. De Cannergroeve heeft vier ingangen – hiervan zijn er twee op Nederlands en twee op Belgisch gebied. De Nederlandse ingangen zijn intact gebleven, één der Belgische werd verwoest. Nu komen de feiten die zwaar gewraakt dienen te worden. Sinds onheuglijke tijden werd uit deze groeve mergel gehaald. Vanaf de Romeinse tijd, alle eeuwen is dit gebeurd. Een oude man vertelde ons, dat hij als jongen al meeging. En nog op de dag der catastrofe was men doende mergel te halen uit de Nederlandse groeve. Ten gevolge van de kruisdagen gebeurde dit door weinig mensen, maar anders waren er 30 a 40 mensen in de nu ingestorte groeve geweest, die deze mergel uithaalden. Nogmaals zij het gezegd: Mergel van Nederlands grondgebied. En dat, terwijl er nooit enige ambtelijke inspectie in deze Canner-groeve vanwege in Nederland daarvoor aangewezen was gehouden – allen betoogden ons dit. Terwijl het bestaan dezer groeve aan het Staatstoezicht, dat op 1 uur afstand zetelt, onbekend was, want noch kaart, noch opmeting van deze groeve bestonden voor dezen.
Terwijl voor het graven van mergel uit deze groeve nooit enige concessie of vergunning is verleend. De mensen groeven, maar ze wisten niet beter, of het mocht. Hierdoor is het mogelijk geworden, dat de Belgen de Nederlandse mergel eeuwenlang uitgeraald hebben en daarmee de Nederlands-Limburgse groeven duchtig hebben beconcurreerd. In Valkenburg hebben we ernaar geïnformeerd en men zei ons, dat daar vlak bij eigen groeven de Canner mergel door de lage Belgische lonen goedkoper is kunnen geleverd worden dan die, welke eigen inwoners in Valkenburg uithaalden. Door dit verzuim is het ook mogelijk geweest dat de Belgen roofbouw hebben gepleegd, waarvan deze ramp het gevolg is. Want nooit is enige veiligheidsmaatregel, door de Nederlandse regering voorgeschreven, in acht genomen. Men heeft maar uitgezaagd, vooral toen voor de aanleg van een voedingskanaal in de buurt ene aannemer per blok 2,5 franc betaalde. Toen is iedereen mergel gaan graven – men verteld het nu in Canne en men had het liefst zo gauw en zo makkelijk mogelijk. Ook heeft men tijdens de oorlog allen mergelafval uitgehaald die er lag en nog steun bood. Dit geschiedde ten einde mergelkalk te verkrijgen. Dit alles is de oorzaak dat de Muizenberg, het gedeelte met de zachtere mergel, thans is ingestort.
“het Vaderland”, vrijdag 4 juni 1926 – Bij het graven in de Cannerberg is thans de plaats bereikt, waar men vermoedde, dat de ongelukkigen zich zouden bevinden. Men heeft echter niets gevonden. Wel vond men een karreweg met een spoor wn kort bij de plaats, waar de blokbrekers hebben gewerkt een beitel. Men heeft vanuit die plaats nog enige tijd verder gegraven, maar nergens sporen van mensen of paarden gevonden. Naar de Tel. verneemt, zal het opgravingswerk nog tot het einde van de week worden voortgezet en, mocht men dan geen verdere aanwijzingen hebben verkregen, worden opgegeven.
“Het Vaderland”, dinsdag 8 juni 1926 – n.a.v. de mededeling van minister Wauters in de Belgische Kamer, dat het ingestorte deel van de Muizenberg op Nederlands gebied lag (wat ook het L.D. heeft beweerd) zegt de Limb. k: de zogenaamde Muizenberg, waar het ongeval plaats greep, is een heuvel van de Cannerberg, over welke de grenslijn loopt. Het grootste gedeelte daarvan behoord aan België, een randgedeelte slechts aan Nederland. De instorting heeft zich voorgedaan over een terrein, dat grotendeels op Belgisch, slechts voor de zoom op Nederlands gebied ligt. De plaatsen, waar de mensen – Belgische onderdanen – tijdens de instorting werkzaam waren, liggen op Belgisch grondgebied. Om hen te bereiken, hebben de Nederlanders, vanuit Nederlands gebied, een reddingsgang naar de plaats des onheils, onder de bovengrondse grenslijn door, naar Belgisch gebied gegraven. Om hen bij te staan, hebben de Nederlanders Belgische geniesoldaten op ons gebied toegelaten, ten einde aan de van Nederlandse gebied uit aangezette gang te helpen graven, welke werk het detachement het spoedig heeft opgegeven wegens niet vertrouwd zijn met het nodige stut- en bouwwerk.
“het Centrum”, dinsdag 15 juni 1926 – Naar de Limburgse koerier verneemt, hebben Canner blokbrekers er bij de opsporingsbrigade in de Muizenberg te Canne nog op aangedrongen om het opsporingswerk van de ingesloten blokbrekers nog ene beetje voort te zetten. Pertinent wordt door de bewoners van Canne verzekerd, dat de verongelukten zich zullen bevinden in het resterende gedeelte karreweg op Nederlands gebied, tot waar de weg een draai maakt in de richting van de Canner Boschberg. Deze afstand is nog een acht meter. Waar ook de reddingsbrigade er veel prijs op stelt om het opsporingswerk ook tot een eigen voldoening gevend einde te brengen, heeft het Mijntoezicht zaterdagmorgen om half elf besloten over deze acht metr het werk nog voort te zetten.
“NRC”, donderdag 17 juni 1926 – De opsporing gestaakt NRC, donderdag 17 juni 1926. Men meldt ons uit Maastricht: De opsporing van de in de Muizenberg te Canne verongelukte mensen is hedenmiddag om 2 uur gestaakt. De 120 meter lange gallerij , die gemaakt is, wordt afgesloten.
Historische ‘Mergel’ Foto’s uit het Nationaal Archief
Posted by: | CommentsOnderstaande foto’s zijn uit de Beeldbank van het Nationaal Archief. Ze zijn alle gemaakt in en rondom de Sint Pietersberg te Maastricht.
Dagbouw ENCI-groeve 1941
In de wand zijn de gangen zichtbaar van het zuidelijke gangenstelsel.
Luchtopname. ENCI-groeve, mergelgroeve t.b.v. de cementfabrikage. Sint Pietersberg, gemeente Maastricht. Op de voorgrond de Maas. In het midden de stortberg “D’n Observant”, op de grens met België. Op de achtergrond, in de rand van de groeve, de restanten van het Zuidelijk Gangenstelsel.
Sint Pietersberg te Maastricht op de grens met België.
Linksboven de eerste aanzet van de stortberg van dekgrond uit de ENCI-groeve, nu bekend als d’n Observant.
Datum: 29 maart 1948
Luchtopname. ENCI-groeve, Sint Pietersberg te Maastricht.Opnamerichting noordoost. In het midden zichtbaar de aansnijding van de ondergrondse mergelgroeve Zonneberg en linksboven de aansnijding met de ondergrondse mergelgroeve Wildenberg. Aan de bovenzijde de stad Maastricht.
![]()
Luchtopname. ENCI-groeve, mergelgroeve t.b.v. de cementfabrikage. Sint Pietersberg, gemeente Maastricht. Opnamerichting zuid-oostOp de voorgrond in de groevewand de aansnijding met het gangenstelsel Zonneberg. Op de achtergrond de cementfabriek en de Maas. In het midden op de berg het vm waterreservoir.
![]()
Champignonkwekerij in de grotten
![]()
Champignonkwekerij in de grotten
Foto’s uit de Limburgse ondergrond
Posted by: | CommentsIk vond deze fantastische foto’s op de Flickr pagina van Staticpulse, een collega bergloper. Deze foto plaats ik natuurlijk met zijn toestemming.
Kijk hier voor meer foto’s uit de Limburgse ondergrond:
Maak jij ook foto’s van je berglopers tochten, laat het mij weten en misschien kunnen we ze hier plaatsen.
Je kunt mij bereiken via de Contact pagina
De Limburgse Mergelgrotten in de sneeuw
Posted by: | CommentsVannacht is weer verse sneeuw gevallen en dat geeft mij de mogelijkheid wat groeve-ingangen te fotograferen. De donkere ingangen vormen wellicht een mooi contrast met de sneeuw. Tevens bied de winterperiode een mooie kans om de hellingen te bekijken op zoek naar ‘verborgen’ ingangen die je in de zomerperiode, met al die begroeiing, helemaal niet ziet.
De onderstaande foto’s en slideshow laat ingangen zien in het Geuldal en rondom Bemelen.
Mergelmaquette overgedragen aan Stichting Kasteel Van Valkenburg.
Posted by: | CommentsZie ook: Maquette kasteel Valkenburg
Nadat de mergelmaquette van de kasteelruine eerder al was te zien tijdens de mergelmaand in oktober 2009 (zie andere artikel op de site) hebben de 2 Delftse kunstenaars Erwin Vleder en Ferry Hilgerson het kunstwerk inmiddels overgedragen aan de Stichting Kasteel van Valkenburg.
Vanaf heden zal het kunstwerk voortaan tijdens rondleidingen in de fluweelengrot te zien zijn.
Hieronder zie je interview met de makers van de maquette:


































