Discussie tussen vereniging Het Geuldal en de locale blokbrekers liep hoog op.
Het Limburgse dorpje Valkenburg werd vanaf het midden van de 19e eeuw druk bezocht door toeristen. Ze kwamen voor de natuur, de heuvelachtige (en daardoor buitenlands aandoende) omgeving en de mergelgrotten. In 1885 wordt de eerste Vereniging voor Vreemdelingenverkeer opgericht n.l. “Het Geuldal”. Door het toenemende toerisme kwamen de belangen van de blokbrekers en Vereniging het Geuldal in gedrang. Dit uitte zich in talrijke discussies, vernielingen en diverse rechtszaken. Hieronder zie je enkele krantenberichten uit de jaren 1889 en 1890 waarbij de gemoederen tussen de blokbrekers en ‘Het Geuldal’ hoog oplopen. Verder geeft dit verslag natuurlijk een mooi beeld van hoe bijvoorbeeld de rechtspraak in die tijd plaatsvond.
Eind januari 1889 – De vereniging Het Geuldal heeft gemerkt dat er in de laatste week van januari 1889 dat er baldadigheden hebben plaatsgevonden in de Valkenburger groeve. Verschillende opschriften en tekeningen die daar voor de toeristen zijn gemaakt, zijn vernield. Zij hadden het blokbreken alhier reeds verboden en hebben melding gemaakt van de baldadigheden. De groeve is niet lang daarvoor afgesloten met een hekwerk. Uiteindelijk wil de vereniging wel water bij de wijn doen als de blokbrekers een andere plek uitzoeken in de groeve waar de bezoekers er geen last van hebben.
Een van de eerste krantenberichten is uit 7 februari 1889; Het Gemeentebestuur van Valkenburg maakt bekend dat er een verzoekschrift is binnengekomen van de vereniging ‘het Geuldal’, houdende een onderzoek in te stellen naar de gelegenheid tot het verder breken van blokken in de Valkenburger Groeve (De huidige Gemeentegrot).
Om aan dit verzoek gevolg te geven, vraagt het Gemeentebestuur aan de blokbrekers een ‘commissie’ van 3 personen samen te stellen, om een geschikte plaatst in de groeve aan te wijzen waar nog zonder gevaar gewerkt zou kunnen worden. Vlak daarna hebben zich reeds enige bergwerkers bij het Gemeentehuis gemeld. Er is zelfs een beloning van 50 gulden uitgeloofd aan diegene die de schuldige kan aanwijzen.
Op 23 februari lezen we het volgende bericht. De blokbrekers later het er niet opzitten en laten een ‘adres’ ter ondertekening circuleren, welke ze naar de Tweede kamer willen sturen. Hierin willen ze;”Hun grieven blootleggen inzake het hun wederrechtelijk verbieden van de exploitatie der groeven door de Vereniging Het Geuldal”.
Op 14 maart sturen de blokbrekers het ‘adres’ naar de Tweede kamer. Heden ten dage zouden 20 handtekeningen geen indruk maken en ik vraag me af of dat 130 jaar geleden wel zo was.
Op 26 maart 1989 staat daar dan opeens de Ingenieur der Mijnen en een landmeter van het Kadaster in Valkenburg. Zij gaan; “Metingen verrichten in de onderaardse gangen, om te constateren, of de ontginning eener groeve onder een perceel, niet wederrechtelijk te ver is doorgevoerd.
Deze meting staat dus ook al in verband met de bekende agitatie der blokbrekers tegen het ‘Geuldal’.
Op 3 april arriveren met de trein van 11 uur de justitie van Maastricht, teneinde met een ingenieur van het mijnwezen en een landmeter van het kadaster een onderzoek te doen naar den toestand der groeven . Van dat onderzoek zal afhangen, of de betreffende blokbrekers al dan niet zullen worden vervolgd.
9 April 1889 – De heer E. en de blokbrekers waren daarbij tegenwoordig. Besloten werd: Een put te boren, ten einde de juiste dikte van het gewelf te meten en te vernemen onder welke concessie de bergwerkers gearbeid hebben. Omtrent de dikte verschilden de opzichter K. en de heer B. aanmerkelijk van gevoelen. De justitie zal later bekend maken hetgeen door haar in deze zaak zal worden gedaan.
Dan gaat het dus naar de Tweede Kamer en zij doen er, net zoals nu nog steeds het geval is, iets langer over, maar op 12 februari 1890 vinden we weer een bericht terug in de krant: In het, door de blokbrekers aan ZExc. den minister der Binnenlandse Zaken gezonden adres, klagen zij hun nood;
1 – Omdat 10 hectare van hun concessieveld wegens gevaar voor hen werd gesloten, terwijl volgens hen geen ander punt van dat berggedeelte bouwvallig is dan de zogenaamde ‘driedrup’ waar niemand kan, nog wil werken.
2 – Omdat de blokbrekers stelselmatig verhinderd worden in de 33 hectaren berg te graven, waarmede bij besluit van Gedeputeerde Staten van 1883 en met toestemming van de grondeigenaren het concessieveld van de Valkenburger groef is uitgebreid. Dringend verzoeken de blokbrekers, die zich in hun bestaan zien bedreigd, van den minister een nader onderzoek, daar zij overtuigd zijn dat ZExc. verkeerd werd ingelicht.
Twee blokbrekers alhier, die met geweld in den berg wilden dringen en bij die gelegenheid de daar wachthebbende marechaussees hadden beledigd, zijn te dier zake door de Arrondissementsrechtbank te Maastricht veroordeeld respectievelijk tot 7 en 10 dagen gevangenisstraf.
15 februari 1890 – De zaak van den heer G. Erens en de blokbrekers uit Valkenburg onlangs door de kantonrechter alhier veroordeeld wegens het openen van en het wederrechtelijk ontginnen in de Valkenburgergroef, zal op maandag 24 maart dezer voor de Arrondissementsrechtbank te Maastricht in hoger beroep behandeld worden.
10 april 1890 – Zoals we reeds mededeelden, werden de blokbrekers alhier maandag van de vorige week door de rechtbank in Maastricht van het hun ten laste vrijgesproken. Denzelfde dag zijn de hekken, welke de toegang tot den berg beletten, geopend. Door wie of wien is onbekend. De dinsdag daarop volgende togen de bergwerkers al zingende de straten door en hervatten den arbeid in de sedert lang voor hen gesloten geweest zijnde groeven. Sedert werken zij ijverig door en hebben reeds verscheiden mergelblokken uitgekapt, welke zij tegen flinke prijzen aan de heer H., ingenieur, die bezig is met het bouwen van een nieuw huis in de ‘Plenkert’, van de hand hebben gedaan. Justitie en politie laten heb gemoedelijk begaan.
En gelukkig mag het recht zegevieren want op 3 april lezen we het volgende bericht: De rechtbank te Maastricht heeft de vijf blokbrekers uit Valkenburg, die in de vorige week in hoger beroep terecht stonden, aangeklaagd van eene nieuwe steengroeve zonder vergunning te hebben geopend, van die klacht vrijgesproken.
De vijf blokbrekers uit Valkenburg hebben moed gekregen nu ze het recht aan hun zijde hebben: 15 april 1890 – Volgens het Limburgs Nieuwsblad zou er andermaal tegen de blokbrekers wegens het breken van blokken in de Valkenburgsche groeven proces-verbaal zijn opgemaakt!
De blokbrekers, tegen wie andermaal proces-verbaal is opgemaakt, zijn reeds voor den rechter-commissaris moeten verschijnen, terwijl de wachtmeester der marechaussee en de bergopzichter Colen als getuigen gehoord werden. Tegen de voerman H., te Valkenburg, is dinsdag proces-verhaal opgemaakt wegens het vervoer van mergelblokken uit de groeve.
6 mei 1890 – Door den rechter commissaris te Maastricht werden dinsdag gehoord de oudste blokbrekers, te weten Paulus Prévoo, oud 80 jaren, te Gulpen, Hub. Prévoo, 70 jaar, te Vaals, Ant. Lemmens, 72 jaar, J.H. Beckers, 71 jaar en Jan Lemmens, 70 jaar, laatstgenoemden te Valkenburg. De justitie wenschte hen te horen, ten einde te vernemen, op welke wijze en voorwaarden in vroeger jaren in de Valkensburgse groeve gewerkt werd. Uit hun verklaringen bleek, dat zij alleen werkten volgens reglement, t’ welke hen voorgehouden werd door hun oudere beroepsgenoten. Als zodanig hadden hun voorouders, zijzelven en aldus, meenden ze, moesten ook hun nakomelingen mogen werken. Met inachtneming van den raad der oudere blokbrekers, hadden zij steeds veilig in de groeve gearbeid: nooit verzuimden zij de noodige pijlers te laten staan, waardoor berginstortingen werden voorkomen. Bij afscheid tekenden de oudjes hun op last van den rechter-commissaris in schrift gebrachte verklaringen, terwijl hun de bemoedigende woorden werden toegevoegd; “Werkt waar ge iets vinden kunt”.
8 mei 1890 – Op bevel van Gedeputeerde Staten werd maandag, onder toezicht van de marechaussee, dat gedeelte der onderaardse groeve met een muur van een meter dikte toegemetseld, waar de bergwerkers thans werkzaam zijn. Den blokbrekers werd zondag van dat besluit kennis gegeven; hun werd tevens verzocht, genoemd gedeelte voor maandag te ontruimen, onder bedreiging, dat die ontruiming – werd hieraan niet goedwillig voldaan – desnoods met geweld zou geschieden.
17 mei 1890 – Zoals reeds medegedeeld werd, is onze oude onderaardse mergelgroeve op bevel van Gedeputeerde Staten, daar waar de blokbrekers werkzaam waren met een muur van een meter toegemetseld. De werklieden weigerden de werktuigen mede te nemen en verklaarden, ze liever te laten inmetselen. Op dit besluit zijn ze echter later teruggekomen, zij haalden hun werktuigen weg en hervatten toen den arbeid in de onmiddellijke nabijheid van het afgesloten gedeelte, namelijk aan de zogenaamde “waterweg”. Zoals vanzelf spreekt, mogen zij ook dáár niet werken. Men is nieuwsgierig wat op deze werkhervatting zal volgen. In de veenkoloniën heeft de politie moeilijkheden, omdat het werkvolk den arbeid staakt; hier in het Geuldal is het juist het omgekeerde.
26 juni 1890 – Op bevel van provinciaal bestuur werden donderdag van verleden week de drie ingangen tot de oude Vakenburgsche mergelgroeve, welke onder de gemeente Berg en Terblijt gelegen zijn (toenmalige situatie), met oude spoorwegdwarsleggers dichtgemaakt. Zoals reeds gemeld werd, is de hoofdtoegang reeds door den voorman H. toegemetseld en voorzien van een deur; met de thans aangebrachte nieuwe afsluiting was H. niet in zijn schik en daarom verscheen hij ter plaatse met den burgemeester van Berg en Terblijt. Laatstgenoemde protesteerde tegen de aan te brengen afsluitingen en verklaarde zijn beklag te zullen indienen bij Gedeputeerde Staten, op grond, dat er hier bevel tot uitvoering gegeven was zonder zijne voorkennis; naar zijne mening was hij baas in zijne gemeente.
Den werklieden werden ondertussen hatelijkheden toegevoegd (ze werden dus uitgescholden), waarop de gemeenteveldwachter alhier den persoon, die zich daaraan schuldig maakte, verzocht de lieden met rust te laten. De burgemeester koos voor den man partij en voegde den veldwachter de woorden toe; “Ik ben hier hoofd der politie, gij hebt hier niets te maken”, waarop de veldwachter repliceerde, dat hij niet alléén Gemeente- maar tevens onbezoldigd rijksveldwachter was. Na nogmaals luid zijn afkeuring te hebben uitgesproken over hetgeen er gebeurde, verklaarde de burgemeester dat, bijaldien er bergtochten onder zijn gemeente werden gehouden, hij alsdan hier en op gene andere plaats toegang tot den berg wilde hebben. De blokbrekers houden zich kalm. De groeve staat thans onder voortdurende bewaking van de politie.
Vanaf hier eindigt het verhaal, tenminste voor mij want ik heb helaas niet meer kunnen vinden. Wat is er met de bergwerkers gebeurd? Ze hadden reeds een hoge leeftijd en ik vraag me dan ook af of ze misschien in een andere groeve terecht konden voor hun werk. Heb jij misschien na het lezen va n dit verhaal meer info, laat het mij dan weten. (bijvoorbeeld via de Contact pagina















{ 1 comment… read it below or add one }
mooi verhaal;over de kleine man. dank je,.