Archive for Berglopers verhalen

Nov
30

Wat verstaat men onder Berglopen

Posted by: | Comments (0)

Wat verstaat men onder “berglopen”.

In dit hoofdstuk kun je lezen wat berglopen nu precies is.
Dit zijn de diverse onderwerpen:

* Wat is Berglopen?

Comments (0)
Nov
29

Wat is Berglopen?

Posted by: | Comments (2)

Wat is berglopen?

Onder berglopen versta Ik, het alleen, of met meerdere berglopers, lopen en genieten van een ondergronds landschap.
Rustig lopend en zachtjes pratend, zoekend naar nieuwe opschriften, kom je vaak op unieke plaatsen (die je daarna weer niet meer kunt vinden!)
Vrijdag is zo´n beetje mijn favoriete avond, aangezien je op die manier de “stress” van de afgelopen week van je
kunt afschudden. De stilte en het unieke landschap zorgen hiervoor. Je hoort hieronder niets, of het moet al het zachtjes ruisen Ternaaien%20beneden%20met%20Diana%20en%20kids%2029 10 06%20015 Wat is Berglopen?
van mijn Coleman zijn – Ik zeg hier coleman, omdat je bij een Petromax al niet meer van ruisen kunt spreken. (kijk hier meer info over uitrusting)
De temperatuur is aangenaam, zolang je loopt, als je gaat zitten, voel je na een tijdje wel de kou optrekken. Dit is te voorkomen door een plastic matje
of dergelijke mee te nemen (ik liep laatst met iemand mee, die een opblaasbaar matje meenam! – ook een goed idee)
Na een paar uurtjes ondergronds kom ik fris weer buiten en voel ik me goed. (om na een paar dagen alweer de kriebels te krijgen)

Voor een buitenstaander is het vaak moeilijk uit te leggen of te begrijpen. Je zult dan toch een keer moeten meelopen en zelfs dan vind je fantastisch
(en wordt je gegrepen door het “virus”) of je vind het leuk, maar verder niets.
Voor de doorsnee “toerist” zijn er natuurlijk genoeg plaatsen in Maastricht en Valkenburg waar je o.l.v. een gids ook een goede indruk krijgt van het ondergrondse.
Info hierover vind je ook op het internet!
Je hebt dan ook nog het thuisfront, die op vrijdag alweer sip vraagt; “Je gaat toch niet alweer???” ; “Volgens mij ben je liever in de groeves, dan hier bij mij thuis!”
Het antwoord hierop mag je zelf invullen………………………….(heb je een goeie, laat het mij even weten!)

Verwissel het berglopen niet met het “bergslopen”, dat is iets kompleet anders! Bergslopers hebben niet bijzonder veel met het unieke landschap,
zij zoeken niet de rust en zijn niet geïnteresseerd in opschriften, of het moet al het vernielen hiervan zijn! Zij zien de groeves vooral als een plaats
om, in het verborgene, ouderwets rotzooi te trappen.
Zelf zijn ze vaak andere mening en vinden ze het overdreven dat ze hierover worden aangesproken. Ze denken dat de groeve publiek bezit is en dat men Ternaaien%20beneden%20met%20Diana%20en%20kids%2029 10 06%20013 Wat is Berglopen?
de groeve daarom dan maar ook zo mag behandelen! “De groeve is toch niet afgesloten!” ;”Jij loopt er toch ook!”; wordt vaak geopperd en dat klopt; “Ik
loop er ook en ben in feite ook Illegaal bezig,”
en ben ook niet de eigenaar, maar als er alleen maar wordt vernield dan wordt een groeve uiteindelijk
helemaal afgesloten en is er voor niemand meer toegang. Niet voor de bergloper, die zijn hobby niet meer kan uitoefenen en ook niet meer voor
de bergsloper, die er zijn agressie niet meer kwijt kan!

Kijk hier voor een goed stukje over ethiek (dus hoe jij je zou moeten gedragen in de “berg”)

…Een bergloper loopt ondergronds omdat, het in de zon te warm, in de winter te koud, in de regen te nat en nergens zo mooi is…
Comments (2)

Een verhaal verteld door collega bergloper op 9 oktober 2007

Het was op 9 oktober 2001 dat ik met een goede vriend (laat ik hem maar Hans noemen) van plan was naar Ternaaien beneden te gaan. Ik woon op de weg naar de ENCI, dus kwam Hans mij afhalen met zijn fiets. We hebben beide een ‘coleman’ lamp en hadden deze uit voorzorg in een plastic zak gewikkeld zodat deze niet te zeer opviel op straat. Ik had mijn rugzak gevuld met de gewoonlijke bergspullen; Mini-Maglite, 4 broodjes, een blikje fris, kompas, batterijen etc.
We waren van plan om een paar uur rond te dwalen. Ronddwalen klinkt alsof we niet met de weg bekend waren, maar dat was niet zo, ik kwam al sinds ´97 regelmatig in de diverse Sint Pietersberg groeves en ook Hans was geen onbekende in de bergloperswereld.
Het was koud buiten, niet meer dan een graad of 6 en het regende zachtjes ;wij verheugden ons al op de aangename temperatuur van de grotten. Via de lage kanaaldijk en de maasboulevard kwamen we in België op de ‘Rue Collinet’ waar we het bospad links naar boven namen. Het lukt mij nooit om dit pad op te fietsen, dus moest ik te voet verder (Hans lukt het meestal wel, hij is een stuk sportiever, maar ook solidair met iemand die maar 1 maal per maand op de fiets zit.)
Eenmaal boven namen we onze fietsen de berg mee naar binnen en zetten deze ergens rechts in een doodlopende gang. We hadden reeds bij de ingang onze colemans aangemaakt en konden zo direct onze weg vervolgen.
Ternaaien is geen moeilijke groeve, maar er zitten enkele pittige stukken in. We hadden het idee om naar het zuiden te lopen, om daar enkele oude opschriften te zoeken, te bekijken en wellicht te fotograferen.
Al slenterend en kijkend kwamen we na een kwartier op de plaats van bestemming of ten minste op de plaats waar we dachten dat we de opschriften de vorige keer hadden ‘ontdekt’ (ik zeg ‘ontdekt’ tussen aanhalingstekens, omdat het voor ons een ontdekking is, maar niet voor mensen die ons wellicht reeds lange tijd voorgingen).
Helaas, we konden het opschrift niet meer terug vinden ondanks dat we toch zeer zeker waren van de locatie. Potverdorie (uitspraak is gecensureerd), zei ik, altijd hetzelfde, als ik voor een opschrift terug moet komen, vind ik het niet meer terug!! Dat irriteert me mateloos. ‘En nu’, zegt Hans, ‘wat doen we nu’? Laten we maar zoeken naar ‘nieuwe’ opschriften, in de hoop dat we diegene die we zoeken toevallig nog tegen komen.

…Dit is wel een zeer mooi gedeelte’, zei ik, om de moed er in te houden…

Het probleem van onoplettendheid in een groeve (door de hele tijd met je neus omhoog te lopen, op zoek naar opschriften i.p.v. de weg te volgen) is dat we op een bepaald moment niet meer precies wisten waar we waren. Wat heet, we waren in een gedeelte van de groeve waar wij geen van beide ooit waren geweest. Niet dat we nerveus waren, maar meestal krijg ik dan toch de nijging om snel op weg te gaan naar iets van een bekend punt of opschrift.
Eén mogelijkheid is terug op onze schreden te gaan in de hoop een punt van herkenning tegen te komen. Dat leek ons de beste oplossing.
Vreemd genoeg vonden we ook na een kwartier zoeken geen enkel referentiepunt. ‘Dit is wel een zeer mooi gedeelte’, zei ik, om de moed er in te houden. Tja, zei Hans;’Als we de uitgang terugvinden, en de volgende keer weer terugkomen, vinden we ook dit weer niet terug’!
‘Hey, Ik hoor iets’, zegt Hans, ‘daar komt iemand aan’. En ja, in de verte scheen een zwak, flakkerend licht. ‘Laten we er maar eens naar toe lopen’!
Binnen 30 seconden stonden we bij een oudere man, die rustig in een hoekje zat te genieten onder het genot van een pilsje. Hallo, zei ik, mogen we erbij komen zitten? ‘Geen probleem’, zei de oude man, ‘neem een blok en ga zitten’. Terwijl ik ga zitten, bekijk ik de man nogmaals goed in het licht van zijn ‘olielampje’, hij ziet er wel heel erg oud uit. Nog maar een paar plukjes grijs haar kwamen vanonder zijn vilten bruine hoed vandaan en als hij zo oud is als het aantal rimpels in zijn gezicht, dan is hij reeds lang de 80 gepasseert.
Verder droeg hij een lange donkerbruine wollen broek en een soort rijlaarzen.
‘Wat doen jullie hier’?, zegt hij verbaasd, ‘ik zie hier nooit iemand’. We vertellen hem dat we regelmatig de groeves bezoeken en vragen hem met schaamrood op ons gezicht of hij ons later in de richting van de uitgang wil begeleiden. ‘Geen probleem’, zegt hij en begint te lachen, schaam je maar niet hoor, ook ik vergis me nog wel eens, maar na een paar honderd jaar ken je de groeve wel. ‘Een paar honderd jaar?’, denk ik, ‘die man wordt langzaam al seniel’!
‘Was het vroeger anders?’, vraag ik. Nou, de groeve zag er toen natuurlijk precies zo uit, maar al die bonte teksten op de muren, die zag je toen nog niet. Maar ook toen had je genoeg ‘batterave’ die op de muren krasten en dingen probeerden te slopen. Wat dat aangaat is het nu, zeker hier in Ternaaien, nog wat erger geworden. ‘Maar ja, de groeve overleeft iedereen en alles’, zegt hij een beetje triest. Deze gangen zijn er nog wel, zelfs als jullie al lang tot stof zijn vergaan.
Het gesprek wordt er naar mijn mening niet leuker op, dus vraag ik hem hoe hij eigenlijk heet. ‘Noem me maar Pierre’, zegt hij….gewoon Pierre.
Maar kom, ik zal met jullie naar buiten lopen, ik heb jullie al genoeg opgehouden. (Goh, hij kan gedachten lezen)
We beginnen te lopen en na vijf minuten zie ik reeds waar ik ben. ‘Hey Pierre, stop maar, ik weet de weg wel’, zeg ik tegen hem, maar hij verteld mij dat je, als iemand je ondergronds de weg vraagt, men deze persoon moet begeleiden tot aan de ingang, want anders brengt dit ongeluk.
Toen vertelde hij een verhaal over een man die werd vervloekt omdat hij iemand, die hem de weg had gevraagd, niet helemaal naar de uitgang had gebracht en dat deze persoon daarna hopeloos verdwaalde en nooit meer was teruggevonden! Hij was in een donkere zijgang ellendig aan zijn eind gekomen. ‘Zoiets mag nooit meer gebeuren’, zegt hij.
Na nogmaals vijf minuten staan we weer bij de ingang en de zon begint warempel door de wolken te schijnen. Wij draaien ons om, om Pierre te bedanken, maar zien hem nergens staan. ‘Is hij al weg’?, vraag ik Hans, ik heb hem niet zien weglopen! Vreemd zeg, iedereen die de ingangspartij van Ternaaien beneden kent, weet dat je je daar niet kunt verstoppen.
Okay, zeg ik, laten we dit maar gauw vergeten. Niemand wil dit toch geloven. En als ik andere berglopers vertel dat ik me hier verlopen heb, krijg ik het de komende 10 jaar nog te horen.

Een week later waren we weer in Ternaaien. We waren nu goed voorbereid en gingen op weg om de plaats te vinden waar we ‘Pierre’ gevonden hadden (of hij ons!).
Na ongever een half uur zoeken vonden we de plaats waar we met z´n drieën nog geen week geleden hadden gezeten. De drie mergelblokken lagen nog steeds op hun plaats, wat natuurlijk niet vreemd is, in deze ‘uithoek’ komt alleen maar Pierre. Stiekem hadden we gehoopt hem hier terug te vinden en nog gezellig wat te kletsen (en trots te laten zien, dat we de weg nu wel konden vinden) maar hij was er niet.
Terwijl we daar zaten, hadden we het nogmaals over de vreemde verdwijning van Pierre de vorige week. ‘Ik kom er toch niet over uit, hoe het hem gelukt is zo snel weg te komen’, zeg ik. Het was heel vreemd, bijna té vreemd. ‘Ach, stel je niet aan’, zegt Hans, ‘je ziet spoken’!
Aangezien ik meestal niet te lang op de koude mergel blijf zitten, ging ik wat door het ‘kamertje’ snuffelen. Wie weet vind ik nog een bijzonder opschrift. Na een paar minuten zie ik op 2 meter hoogte een tekst in klassiek handschrift staan. Ik vraag Hans die zeker 2 koppen groter is dan ik om eens goed te kijken. Wat daar staat geschreven is wel héél vreemd, want er staat; Pierre, 1 oktober 1701.
Zo´n 10 centimeter lager staat; Pierre, 1 oktober 1801.
Nog 10 centimeter lager staat; Pierre, 1 okto
ber 1901 en je raadt het al, vlak daaronder staat weer zijn naam, maar dan met precies de datum van vorige week; 1 oktober 2001!
Iemand houdt ons ongelooflijk voor de gek, schreeuwt Hans!!! Dit kan niet zijn. Iemand met dezelfde naam die elke 100 jaar op dezelfde plaats komt? Dit is flauwekul!
‘Ik weet het nog zo net niet’, zeg ik, denkend aan het verhaal wat Pierre vorige week vertelde. ‘Vond je ook niet dat hij er vreemd uitzag’, zeg ik tegen Hans. Hij zag er uit alsof hij helemaal niet indeze tijd thuishoorde. Hans begint te lachen. ‘Je haalt je dingen in je hoofd jongen’! Doe me een plezier en vergeet dit hele verhaal.
‘Maar vond je ook niet, dat hij er zo gebrand op was om ons naar buiten te brengen’, zeg ik. Dat verhaal wat hij vertelde over die vloek, dat ging over hem!
Maar Frans kreeg langzaam genoeg van mijn verhalen en begon in de richting van de ingang te lopen. Ik keek nog even rond en toen pakte ik mijn Coleman en liep achter Frans aan, ik had opeens geen zin meer om hier nog langer te blijven. Voordat ik na zo´n honderd meter de bocht omging, keek ik nog eenmaal om en ik weet bijna zeker dat ik er een licht zag flakkeren. ‘Frans, wacht’, zei ik, ‘ik zie daar een licht’.
‘Ja, je doet maar’, riep Frans kwaad, ‘ik ga naar huis’!
In alle stilte zijn we naar huis gefietst en ik ben Frans daarna snel uit het oog verloren. Later hoorde ik dat hij met zijn ouders naar het noorden van Limburg was verhuisd. Dat was het einde van onze vriendschap.

Dit verhaal ben ik nooit meer vergeten en ik ben sindsdien nog vaak in Ternaaien geweest, maar eigenlijk nooit meer in die gang waar ik mijn bijzondere ontmoeting had.

Soms vraag ik me wel eens af wie hij op 9 oktober 2101 naar buiten zal vergezellen.

Comments (2)

Bron: Limburgs Dagblad van zaterdag 22 september 2007 – Guus Urlings

“Rondom de opening hangt een digt gordijn van woekerplanten en rijzige dennen wortelen boven de helling, waarin zij is uitgebroken. Niet aanmatigend dringt zij zich op den voorgrond, niet met luidruchtigen opheft tracht zij de opmerkzaamheid tot zich te trekken. Veeleer schijnt zij den nieuwsgierige terug te wijzen en denonbescheidene af te schrikken. Zij noodigt niet, zij belooft niets, zij jaagt een huivering door de leden, door de koude, die van haar uitgaat, door de duisternis, waarin zij den blik doet slaan.”

Heeft dominee Jacobus Craandijk, als hij in 1876 deze notitie maakt in zijn reisdagboek, net de toegangsweg tot de hel ontdekt, of toch op z´n minst die tot het vagevuur?
Nee. Bij het afdalen van de Cauberg, na een wandeling door de omgeving op de weg terug naar zijn Valkenburgse hotel, heeft hij de ingang van de Gemeentegrot in het vizier gekregen. Vandaag de dag valt die entree nauwelijks over het hoofd te zien, wat geen wonder mag heten, omdat de Gemeentegrot een van de toeristische troefkaarten van Valkenburg is. Gemeentegrot%20Valkenburg%2019 10 06%20033 In de Duisternis: Jacobus Craandijk in Valkenburg 1876
Maar in Craandijks tijd was toerisme nog een relatief nieuwe uitvinding en de ketelmuziek waarmee Valkenburg zich later op de vakantiemarkt zou gaan profileren, was nog niet meer dan een beschaafd deuntje. Wie kende desijds de Valkenburgse Gemeentegrot? Buiten Valkenburg zo goed als niemand.
“Onze reisboeken spreken alleen van den St. Pietersberg bij Maastricht. Als wij te Maastricht zijn, dan ja, eischt reizigerspligt een bezoek aan den St. Pietersberg. Maar van deze grot hoorden wij voor het eerst.”

….”Maar van deze grot hoorden wij voor het eerst.”…

Misschien dat hij daarom twijfelt. Zal hij naar binnen gaan om het volstrekt onbekende en ganschelijk onberoemde te verkennen? Zal het de moeite lonen?
De nieuwsgierigheid wint. En dus staat Craandijk na enig wikken en wegen toch bij de ingang van de grot, samen met den ouden gids Hergergs, in de stratblokken voor een ondergrondse ontdekkingstocht. Een tocht die uiteindelijk liefst acht pagina´s in beslag zal nemen. Craandijk valt van de ene verbazing in de andere. Verbazing over de uitgestrektheid van de doolhof van mergelgangen – “Wat zijn er velen! Hoe zonderling kruisen zij elkander! Hoe lang zou het wel duren, eer wij ze allen hadden doorkruist?” – en over de talrijke namen en opschriften die de wanden sieren. Verbazing over “dien wonderbaren Drie-drup, door den droppel die met regelmatige tusschenpoozen uit een kegelvormigen steen aan het gewelf in e uitgeholde waterkom valt”, en over het jarenlange zwoegen en zweten waarmee het kilometerslange gangenstelsel in de mergel is uitgehakt. “Hard werk dat schraal werd beloond”.
Hij is onder de indruk, de dominee. Het is een heel andere wereld, hier, onder de grond. De geluiden van de buitenwereldverstommen, de gelijkmatige temperatuur verjaagt alle besefvan seizoenen, het flakkerende licht van de fakkelsbegoochelt de zinnen, het gevoel voor tijd raakt op een dwaalspoor. “Met ontzag luisteren wij naar wat ons de gesteenten verhalen van dien geheimzinnigen vóórtijd, toen de zee hier golfde(…),“toen milioenenlevende wezens, wier versteende overblijfsels de bergen in hun schoot bewaren, de groote wateren bevolkten. Waar zulke stemmen spreken, daar zwijgen wij eerbiedig.”
Dan is er, uren later, de buitenlucht. En toch ook de opluchting. Want hoe indrukwekkend het ook was, in de gewesten der duisternis en der roerlooze stilte, toch voelt Craandijk zich heerlijk, nee, zelfs “dubbel heerlijk”, als hij de blauwe hemel weer boven zich ziet. Alsof hij buiten plotseling veel meer lééft…

Comments (0)
Aug
01

Het gat links van de Enci ingang

Posted by: | Comments (3)

Onderstaande stukje vond ik in verkorte vorm op groups.msn.com/mergelblok
en vond het interessant, aangezien ook ik me reeds lang afvraag wat er in deze gang te zien is.
Marcel had er geen probleem mee het stukje op mijn weblog te publiceren en leverde ook de foto´s. Hiervoor mijn dank!

Let op! beide heren zijn ervaren klimmers en ik raad iedereen af om zelf daar af te dalen. Zie de Disclaimer op mijn startpagina.

 

Telkens als we richting Peti-Lanaye rijden komen we langs de Enci ingang met boven in de wand een groot gat. Steeds weer stellen we ons de vraag

“loopt het nu door of niet?”

Woensdag morgen hebben we afgesproken om ons te laten afzakken in het gat, na het zoeken van een touw zijn we om 10u00 op weg naar het gat.

In mijn gedachten zijn we de onbekende gangen al aan het afspeuren naar bijzonder opschriften en tekeningen, wie weet?

Aangekomen bij de Slavante parkeren wij hier onze fietsen en gaan te voet verder, via de Gradtbergh lopen we richten gat. Mmm, hier stond toch vroeger een ijzeren mast? Afgezaagd, alleen nog 4 resten van poten zijn te zien.

Aangekomen bij de richel van het gat zoeken we een boompje uit waar we het touw aan kunnen vast knopen. Klimgordels aan en we laten ons afzakken naar beneden.

Onder ons rijden der vrachtwagens van de Enci heen en weer zonder dat de chauffeurs iets in de gaten hebben, ik hang te bengelen in het gat. Ik kijk omhoog om Peter te roepen, ahah mergel in mijn ogen.

Peter komt ook omlaag, we kijken elkaar aan en beginnen te lachen? 10 meter? Wat vanaf de weg lijkt op een groot diep systeem, maar is in werkelijkheid maar een groot gat van 10 meter diep met heel veel vogelen poep!

Na het bekijken van de paar opschriften en het maken van foto’s, hebben we onder het genot van een bak koffie eens de activiteiten van de Enci eens van een andere kant bekeken.

Onze vraag was nu beantwoord, “loopt het nu door of niet”.

Marcel en Peter

Comments (3)

STOP!!!……doe moogst hie neet noa binne
Wat dinkste waal was te gees beginne
Hubst doe dat bord doa neet gezeen, hast doe geen ooge in de kop….
Ich zik dich toch, ich zik noe………STOP!!!

Hey, doe ins rustig, witste waal wae ich bin
Missjien das´te mich nog neet kins
Ich bin inne bergloper, inne vrundj van der berg!
Wen ich neet noa binne kin, dan ving ich dat erg

Doe bis maar ee burdje, dat hilt mich neet teage
Van soe een bietje tekst, wear ich neet verlaege
Kiek…inne poort hilt mig taege, dae loat ich mit rust
Ich bin ginne krimineel en ooch ginne frust!

Maar see ich ee loak in de grondj, dan mot ich doa in
Dan doe ich mien lempke aan, dan hub ich weer zin
D´r berg is wie ee gesondj versjlaving
Ich hub dit nuedig vuur mien waekelijkse laving

Maak dich neet druk, ich maak nieks kapot
Blief euveral vanaaf, maak ut neet te zot
Ich loop alleen get rondj, geneet van de stillte
Blief neet lang zitte, krieg last van de killte

Noa soe un uurke of twié, is ut ooch in miene kop weer stil
En dat is noe precies wat ich wil
Noe kann ut weekend pas echt beginne
Maar… noa ee paar daag veul ich de kriebels weer va binne!

Frank

DSCF157720070518DSCF15771 STOP!!!......doe moogst doa neet noa binne!

Het `zuidelijk gangenstelsel` is gelegen in het, hoe kan het ook anders, zuidelijkste, nog Nederlandse gedeelte van de Sint Pietersberg, tussen de groeves van Slavante en Caestert in België.

Ooit, voor 1920, was dit het meest uitgestrekte gedeelte van alle gangenstelsel die de Sint Pietersberg rijk is (was!)
Helaas besloot de ENCI hier te beginnen met hun vernietigend werk, dat zelfs heden ten dage nog doorgaat.
Daarnaast heeft de ENCI het gedeelte wat nog resteerde, gebruikt als stortplaats voor 2007 02270046200702282007 02270046 Zuidelijk Gangenstelsel, Sint Pietersberg, Maastricht.dekgrond, zodat ook het resterende voor een groot gedeelte is ingestort. Deze stortberg staat bekend als d´n observant!
Nu is, wat rest van `Zuid`, maar een klein gedeelte van dit ooit majestueuze stelsel.
Bereikbaar alleen nog via een minuscuul gat in de grensmuur van Caestert, kom je in een groeve, die op het eerste gezicht niet veel verschilt met de Caestertgroeve, maar
die, door zijn beperkte toegankelijkheid nog veel van zijn oorspronkelijke schoonheid bezit.
Begrijp me niet verkeerd, ook hier ligt rommel in de hoeken en staan er teksten op de muren gekalkt, maar gelukkig niet zo veel als in de verder zuidelijkere groeves vaak het geval is.

De dikke muur die hier staat is precies op de grens geplaatst in 1948 als bescherming voor de champignonkwekers die in Caestert werkten. Zij waren bang, dat door het gewicht van de stortberg een instorting zou kunnen plaatsvinden en de muren boden bescherming tegen de luchtverplaatsing. Ook werd een een schacht gegraven die de luchtverplaatsing kon afvoeren.

Duidelijk zijn op de muren de cijfers te zien die gebruikt werden tijdens de champignonteelt. Ook hier vind men honderden opschriften van bezoekers met de jaartallen van hun bezoek.
Het oudste opschrift wat ik tot nu toe heb kunnen traceren is van 1650 – met de naam `Perckens´. Verder ook bekende namen van bekende en minder bekende berglopers, die mij reeds lange tijd voorgingen in een nauwelijks veranderde omgeving! Vleermuizen zie ik niet, misschien wel wegens te weinig luchtcirculatie, misschien hebben ook zij moeilijkheden om hier binnen te komen.
2007 02270048200702272007 02270048 Zuidelijk Gangenstelsel, Sint Pietersberg, Maastricht.
Eigenlijk loop je overal na een paar gangen tegen aardpijpen aan, die je de weg versperren. Lopend naar het noorden zou je de afgraving van ENCI kunnen zien, zij het niet dat ook hier de aardpijpen de weg blokkeren. Ik vraag me af hoe sterk het dak hier is, aangezien vlak boven mij d´n observant ligt, die toch wel behoorlijk wat gewicht in de schaal legt!

Aan de maaskant loop ik tegen een gang die sterk omhoog loopt en die sporen vertoont van jarenlange uitslijting door wielen. 10 meter verder loopt de gang dood op een instorting.
Is dit een van de oude ingangen? Voor mijn gevoel zit ik maar een paar meter van het daglicht, misschien 25 meter van de grenspaal. Het zou kunnen, maar bewijzen kan ik het niet. De naafsporen op de zijwand verklaren anders genoeg. Nou ja, niet alles hoeft bewezen te worden – in mijn verbeelding zie ik paard en wagen voorlopen, de wagen piept en steunt van het gewicht van de mergelblokken. Vooraan loopt, met kromme rug van het harde werk een blokbreker, die met zijn dagopbrengst naar de rand van het plateau loopt om daar de lading te lossen, waarna deze in de schepen onderaan de maas geladen wordt – deze blokbreker had denkelijk weinig oog voor zijn omgeving, een omgeving die ik bewonder voor zijn mystiek, zijn rust en stilte. Voor hem was het gewoon zijn werkplek, een plaats waar hij 6 dagen per week, keihard moest werken voor een schamel inkomen.

Dat de gang nu stijl omhoog loopt is begrijpelijk als je bedenkt dat, wat nu het plafond is, vroeger tot de eerst ontginning behoorde, waarna men de gangen verder heeft uitgediept.

Als ik om de hoek loop, zie ik een bekende naam op de muur; `D.C. van Schaïk ` – de schrijver 2007 02270039200702272007 02270039 Zuidelijk Gangenstelsel, Sint Pietersberg, Maastricht.van het boek “De Sint Pietersberg” – een lijvig boekwerk waarin, niet voor het eerst, maar wel zeer uitgebreid, de gehele Sint Pietersberg (flora en fauna – bovengronds en ondergronds) beschreven wordt. Een echte aanrader! (en nog steeds verkrijgbaar – zie bv. marktplaats/Ebay/internet)
Heeft van Schaïk hier een telraam getekend, of is dit en telling van de keren dat hij hier langs kwam? Het is bekend dat hij heel vaak door de groeves liep. We zullen het wel nooit te weten komen.

Enkele interessante links:

slideshow Zuidelijk stelsel

D´n Observant

Labyrint

Nov
07

Alleen naar Caestert

Posted by: | Comments (9)
16 juli 2006

Vandaag besloten om voor de eerste keer Caestert alleen te bezoeken.
Zondagmorgen om 10 uur. Ik heb mijn auto onder aan de berg geparkeerd.
Kijk alles 3 keer na, ben bang licht, reserve licht en reserve-reserve licht te vergeten.
Een oude man kijkt me nieuwsgierig aan, hij zal dit

tafereel toch wel vaker hebben gezien? Hier komen toch wekelijks mensen die dit schouwspel willen bezoeken.

Ik denk dat ik alles bij me heb, dus laat ik maar gaan. De weg naar boven is mij wel bekend, ben hier reeds diverse keren met “TG” geweest, maar dit is de eerste keer dat ik alleen omhoog loop.
Fototoestel bij de hand, ik wil n.l. ook eens wat foto´s van buiten de groeve maken,
het bos is naar mijn mening bijna net zo interessant als het binnenste van de “berg”.
Het is hier zo stil op zondagmorgen, zelfs op de weg beneden mij is geen verkeer.
Ik verwacht hierboven sowieso niemand tegen te komen, zondagochtend is geen
berglopers ochtend. Het is 16 juli en het is warm, het zal in de loop van de dag nog
veel warmer worden, dat is nu al te voelen, zelfs door het dichte bladerdak.
Het bos is hier sterk verwilderd.

Na de 2 pilaren boven aan de helling zou ik door de oude tuinen van het voormalig kasteel moeten lopen, maar zelfs met veel fantasie is hier niets meer van de voormalige grandeur te herkennen.
Verderop zie ik rechts in de helling de z.g. glijgoten, waarin men in vroegere tijden de mergelblokken en losse mergel naar beneden liet “glijden”. De goot is begroeid, maar nog steeds goed te zien.
Ik probeer een stukje omlaag te klimmen om een goede foto te maken,
maar waag me niet te diep, heb geen zin om onderaan in iemand z´n tuin te pletter te
slaan. Verderop ligt links in de helling de ingang naar Caestert. Caestert%20op%2016%20juli%20en%20bamboetuin%20valkenswaard%20009 Alleen naar Caestert
Voor zo´n majestueuze groeve, is de ingang maar pover. Voor de ingang ligt nog een hoop as na te smeulen. Her en der liggen flesjes en blikjes bier, het was weer “gezellig” gisteravond! Waarom ruimen ze die zooi niet op? Er zullen wel altijd mensen zijn die meer van bier dan van hun omgeving kunnen genieten.
Ik wil nog een stukje verder langs het pad richting Nederland lopen.
Na 50 meter kom ik een grenspaal tegen en zet deze op de foto. Veel verder kun je hier niet, want na een tiental meter loop je tegen de ENCI groeve aan en die hoef ik niet te zien.
Ik loop weer terug naar de ingang van Caestert want ik zal nu toch wel eens naar binnen moeten.
Ik begin met mijn coleman, heb deze vanmorgen helemaal gevuld en moet nog de druk
opvoeren door als een gek te gaan pompen. Nog even met mijn kompas, die ik vorige week gekocht heb, de ingang pijlen, maar had reeds op een kaart gezien dat de hoofdgangen van oost Caestert%20op%2016%20juli%20en%20bamboetuin%20valkenswaard%20008 Alleen naar Caestertnaar west lopen, dat maakt het iets makkelijker (hoop ik).
Ik kruip door het gat aan de rechtse kant van de muur en sta eindelijk binnen.
Het is moeilijk te omschrijven hoe het hier uitziet, maar voor mijn gevoel sta ik in het oude Egypte in een oude tempel waarover ik vroeger op school wel eens iets heb meegekregen.
Overal massieve zachtgele pilaren die door het bewegen van mijn lamp spookachtig heen
en weer bewegen. Dit is en blijft een fantastisch landschap. In de afgelopen keren heb ik reeds geprobeerd dit op foto te krijgen, maar wat mijn ogen zien, is niet op foto te realiseren.

Kijk ook eens hier:
Zuidelijk Gangenstelsel
Plaondtekeningen Caestert
Vraag & Antwoord!
Berglopers Zoekmachine

Langzaam loop ik naar beneden naar de grote ventilator die daar volgens mij al lang ligt. Ik noem het maar een ventilator omdat deze daarop lijkt. Komt zo te zien uit de tijd van de champignonteelt. Dit wordt mijn beginpunt. Eerst ben ik van plan in oostelijke richting (richting Jekerdal) te lopen om te kijken of ik het gat in de muur naar zuid terug kan vinden.
Nou, dat gaat goed, na eventjes zoeken heb ik het gevonden, heb even naar binnen gekeken, maar om nu naar binnen te gaan, daar heb ik niet zo´n zin in. Waarom deze muren hier staan, daar zal ik het op een later tijdstip wel over hebben.
Nu ik het gat heb gevonden loop ik terug naar mijn beginpunt om te kijken of ik de weg nog weet. Dat valt mee, maar ja, het is dan ook nog niet zo ver.
Weer terug in richting oosten, de laatste keer dat ik hier was, heeft iemand mij het opschrift van “Lambier de Pondeur” laten zien en dat wil ik graag terugvinden. Na 5 minuten stop ik, ik hoor…… voetstappen…….ben ik toch niet alleen?……….vreemd, nu hoor ik weer niets!……….zal wel mijn verbeelding zijn. Geluid is hieronder bijna niet, dus misschien ben ik het wel zelf, of is het de weerkaatsing tegen de muur.

Caestert%20 %20dinsdag%2030%20mei%202006%20005 Alleen naar Caestert
Eindelijk, na een half uur zoeken vind ik het opschrift terug. Ik ga eventjes zitten en geniet nu toch wel van de stilte die hieronder heerst. Ik twijfel even of ik de coleman ook niet moet uitzetten om eens helemaal in het donker te zitten, maar laat het toch maar achterwege……..stel je voor ik krijg dat ding niet meer aan!!!

Zo……tijd gaat hieronder snel voorbij en het wordt tijd weer eens naar de uitgang te lopen, het is eigenlijk wel goed geweest voor de 1e keer.
Na 10 minuten sta ik bij de ingang. Gek toch, als je je door anderen laat leiden, lijkt de groeve toch veel groter.
Ik voel me goed, het feit dat je alleen naar binnen bent gegaan en de weg terug ook weer op je eigen houtje vindt is een bijzonder gevoel. Je bent er in het dagelijks leven helemaal niet meer mee bezig, aangezien overal wel een bordje met een straatnaam of zoiets staat. Hier moet je het nog helemaal zelf zien te redden en het gevoel dat je helemaal alleen op jezelf bent aangewezen, geeft je een soort overwinningsroes; “Dat heb ik toch maar weer helemaal alleen gedaan”. (achteraf is natuurlijk altijd makkelijk praten!)

Nu nog de weg terug, maar na mijn net ontdekte “oerkracht” is dit en peulenschil.
Na een kwartiertje sta ik weer bij mijn auto. Terug in de luxe, terug in het lawaai, het felle licht, de stress en de “problemen” van alledag.

“Wat is het daarbinnen toch fantastisch”

Frank

pixel Alleen naar Caestert
Comments (9)