Archive for Grotwoning
De Bosweg te Bemelen
Posted by: | CommentsBron: Limburgs Dagblad – Guus Urlings
De Bosweg is de weg naar het bos. Ook in Bemelen. Maar de Bosweg is ook een typisch voorbeeld van gebrek aan fantasie en historisch besef. Voor de Bosweg dienietszeggende naam kreeg, heette hij in de volksmond de ‘Kattegrub’. Het zal met name dat ‘grub’ zijn geweest dat de gemeente tegenstond. Voor een boerendorp kan grub ermee door – het weggetje stond al in de 7e eeuw op de kaart als ‘Grote Grebbe’ – maar voor een zichzelf respecterende gemeente…. Een gemiste kans.
Het volkse Kattegrub verwees namelijk naar een bijzonder aspect van de lokale historie: de grotbewoners. In een van de mergelgrotten langs de grub overleed op 6 december 1846 Gisbert Damen (72), gehuwd met Maria Catherina Eil. Gisbert woonde in de grot waarin ook zijn ouders al een groot deel van hun leven hadden gesleten. Gisberts vrouw, Maria Catherina, overleed in 1855, eveneens in de bewuste grot. Volgens kenners zou de naam Kattegrub een verbastering zijn van kategrub, vernoemd naar Maria Catherina, roepnaam Kaat, die in haar tijd een opvallende verschijning schijnt te zijn geweest.
Was dat niet mooi geweest, de straatnaam Kategrub – of, vooruit, Katestraat – als herinnering aan een van de laatste grotbewoners van Bemelen? Niet de allerlaatste, overigens. De dochter van Maria Catherina, die eveneens Maria Catherina heette, heeft met haar man Pieter Janszenen zes (!) kinderen na de dood van haar moeder nog jarenlang in dezelfde grot gehuisd.
Via de site Bemelen.com vind je nog meer info over de lokale mergelgrotten.
Greetje Blanckers, de laatste grotbewoonster van de Sint-Pietersberg
Posted by: | CommentsBron: Panorama, 19 juni 1941
Geachte lezer, dit verhaal is overgenomen uit de Panorama van 1941 – dit verklaart de schrijf en vertelstijl, die kenmerkend is voor die tijd.
Aan den westelijke Maasoever, ten zuiden van de Limburgse hoofdstad, rijst de indrukwekkende Sint-Pietersberg op. die in ‘t geheele land bekend is. Het uiterlijk van den omvangrijken berg zier er vriendelijk genoeg uit, met het kleurige bouwland, de boomen en aardige huisjes, die soms sprankelen van zonnelicht. Welk een tegenstelling vormt dit uiterlijk met het innerlijk van den Sint Pieter!
Aan dr. Blink danken wij een pakkende beschrijving van het interieur, die hij gaf in zijn “Wandelingen door oud en nieuw Nederland”: “Op korten afstand van ‘Slavante’ ligt de toegang tot de onderaardsche gangenvan den Sint-Pietersberg, gevormd door een arcade van geel-lichtende tufsteen. Sedert eeuwen heeft men hier langs onderaardsche groeven bouwsteen uit den bodem gehaald en aldus werd de berg met een kruisnet van meer dan 16.000 gangen en dwarsgangen in alle richtingen doorsneden! Bij den ingang van de geopende poort leest men in zwarte letters het volgende rijm:
“Treed, vorst der schepping, treed
Het hart der aarde binnen
En buk gedwee de kruin
Uit eerbied voor deez’ tinnen
Ternouwernood verlicht
Door het flikk’ren der flambouw….”
Het geheel van den berg is somber en eentonig, al vindt men er ook aardige bijzonderheden en aangebrachte tekeningen, waarbij de gids gaarne verwijlt. Daar wijst hij op handtekeningen van beroemde bezoekers als Napoleon, Walter Scott, Rossini. Elders vermelden geschriften geschiedkundige herinneringen aan deze
gangen; hoe Plinius, de Romeinse natuurkundige, reeds melding maakte van het gebruik der hier aanwezige steensoort. In de nabijheid van den “Drup” werd het portret aan den wand geteekend, door den heer Van Vliet, van den apotheker Bosquet, die veel wetenschappelijke onderzoekingen betreffende den berg deed.
Wie een beetje van sensatie en griezelen houdt, kan heerlijk in den St. Pietersberg dwalen en er interessante dingen ontmoeten. Wijzen we bijvoorbeeld op de in mergel uitgehouwenbeeltenissen van voorwereldlijke diere, op de uitgebreide champignon-kwekerijen en op de vleermuizen die er overwinteren.
Thans maken we van een andere bijzonderheid gewag: De laatste grotbewoonster! Vroeger groeven de menschen een gat in de mergel en richtten zich een primitieve woning in. Vele van deze grotwoningen zijn thans verdwenen of dienen als bergplaats. Éen ervan is echter nog intact gebleven en wordt bewoond door de weduwe Blanckers. Ze heeft den hoogen leeftijd bereikt van 92 jaar. Van haar negende jaar woont zij in de grot, die ze meer dan tachtig ‘lentes’ trouw bleef. De laatste jaren is zij bedlegerig, wegens een ongemak aan een harer benen. Verder is ze kerngezond en zéér levenslustig. Ze kan haar praatje nog goed maken en houdt van bezoek, dat ze dikwijls ontvangt.
Héél haar arbeidzaam leven heeft ze ijverig boerenwerk verricht en tuinieren kon ze ook als de beste! Nu ligt ze rustig in haar bed en slaat het leven in haar omgeving met belangstelling gade. Een vrouw helpt met de bezigheden en houdt haar gezelschap.
Haar woning, die ze eenvoudig, doch zoo knus mogelijk heeft ingericht, bestaat uit een lange gang in de rots, waarvan het voorste gedeelte als huiskamer dienst doet, terwijl het achterste deel als bergplaats wordt gebruikt. De twee gedeelten zijn, op eenvoudige wijze door kasten gescheiden.
In een nis, aan een der zijwanden, is een kachel gemetseld, die de ruimte verwarmt en waarop tevens een potje kan worden gekookt. De grotwoning werd afgesloten met mergelblokken, waarin een deur en raam zijn uitgespaard. De begroeiing op den berg levert voorts een aardige omgeving op.
Greetje Blanckers voelt zich hier uitstekend op haar gemak en zou niet gaarne willen verhuizen.
Hierboven zie je de situatie van binnenuit gezien in mei 2008, de ingang wordt gestut en er ligt zeer veel rommel binnen.
De grotwoning heeft jarenlang open gelegen en pas in 2009 heeft men deze afgesloten.







