Treed Binnen!

“Treed, vorst der schepping, treed
Het hart der aarde binnen
En buk gedwee de kruin
Uit eerbied voor deez’ tinnen
Ternouwernood verlicht
Door het flikk’ren der flambouw….”

Archive for Maastricht

Reportage uit de ‘Katholieke Illustratie’ van 31 Juli 1953

Bezoek aan de Mergelgroeven van de Cannerberg

Berg in duisternis gehuld,

Van kracht van eeuwen en zee vervuld,

Die op ons wacht met oeroud geduld,

Zeg eens hoe lang je nog wachten zult….

Bergcanon

Het is geen gedicht dat ooit in aanmerking zal komen voor een literaire prijs. Het heeft ook helemaal niet de pretentie een poëtisch werkstuk te zijn. Maar voor de paters Jezuïeten van het Canisianum te Maastricht heeft het een betekenis, die ver uitgaat boven de kunstwaarde ervan. Het staat in schone blokletters gekalligrafeerd op een wand in een van de vele onderaardse gangen van de Fallenberg, die samen met met de Louwberg en de Bosberg de alom in het land bekende Cannerberg vormt, aan welks voet het riviertje de Jeker stroomt. Een muzikaal aangelegde pater Jezuïet heeft het zelfs getoonzet en zo is dit vers tot “Bergcanon” verheven om door de theologanten te worden gezongen, als zij eenmaal in de week de theologie de theologie laten en in de ingewanden van de fallenberg verfrissing voor hun geest proberen te vinden. Want ook een pater Jezuïet is ‘maar’ een mens, die evengoed als ieder ander behoefte heeft aan ontspanning.

De regelen van deze “Bergcanon” schoten ons te binnen, toen wij, tweeënveertig meter onder het oppervlak van de Fallenberg, door onze met vergassers en carbidlampen gewapende begeleiders in de steek werden gelaten en eenzaam achterbleven in een duisternis zó intens en zó beklemmend, dat we een ogenblik het gevoel kregen of heel die enorme mergelmassa zo aanstonds met donderend geraas zou neerstorten en ons tot graf zou worden. Het was een sensatie als wij nooit eerder hadden beleefd en hoogstwaarschijnlijk ook nooit meer beleven zullen. Geen enkel geluid brak in die duisternis tot ons door en het enige tastbare in die buik van de Fallenberg waren de gladde mergelwanden en de vochtige kilte, die al met ijzige vingers naar ons greep. We hebben iets gewaar kunnen worden van de angst, welke grotbezoekers moeten hebben doorstaan, die zich, afgedwaald van hun spoor, te diep in de berg hebben gewaagd en jammerlijk verdwaald raakten. Zoals we ook iets hebben begrepen van de vreugde dezer ongelukkigen, toen eindelijk – na hoeveel bange uren? – de redding slaagde. Ver voor ons uit ontwaarden we een flauw schijnsel, dat geleidelijk aan in kracht won, tot plotseling heel de gang, waarin we stonden, in een felle, gele gloed lag, die de schaduwen van onze begeleiders in groteske vormen op de mergelwanden projecteerde.

Fallenberg

Een pater schijnt met zijn carbidlamp op een uit mergel gehouwen Cherub

kaart-louwberg-fallenberg-bosberg

De plattegrond van het gangenstelsel in de Cannerberg. Deze kaart is gemaakt door pater de Bruyn,

die met driehoeksmeting elke gang heeft doorzocht en gemeten.

Zeeschildpad

In de wand van een van de gangen heeft men in 1862 (dus bijna dertig jaar voor de komst van de paters Jezuïeten) het fossiel gevonden van een enorme zeeschildpad. het werd overgebracht naar het Maastrichts Natuur-Historisch Museum, maar een deel van een der voorpoten is in de wand achtergebleven en dat werd de aanzet voor een reliëf, dat een getrouwe voorstelling geeft van de gedaante en de omvang van dit beest.

Tot 1904 waren de grotten van de Cannerberg ook toegankelijk voor het publiek. de bewoonster van het nabijgelegen kasteel Neercanne ondervond echter veel hinder van onbescheiden bezoekers van haar bos en meermalen gebeurde het, dat de paters bij hun wekelijks bezoek aan de grotten tekeningen en inschriften beschadigd en zelfs geheel verwoest aantroffen.

Dit en het feit, dat opgeschoten jongelui de onderaardse gangen benutten voor ongewenste rendez-vous, leidde tot sluiting van de groeven. Het hoeft niet gezegd, dat deze maatregel op veel verzet stuitte, vooral van de zijde der zojuist genoemde jeugd. Verscheidene malen heeft zij de ingangen geforceerd, zoals bijvoorbeeld in maart 1906, toen jonge vandalen vreselijk in de grotten van de paters hebben huisgehouden en een zeer groot deel van de in de loop der jaren aangebrachte werkstukken onherstelbaar hebben vernield of zo ernstig hebben bekrast, dat restauratie nauwelijks meer mogelijk scheen. ofschoon wel een ogenblik ontmoedigd, zijn de paters spoedig aan het werk getogen om te redden, wat er nog te redden viel, terwijl ook al gauw weer aan nieuwe objecten werd begonnen.

Ondergrondse kleedkamer

In de ‘ondergrondse kleedkamer wordt de werkkleding van de paters bewaard in een bus.

Iedere pater heeft zijn eigen bus, waarvan het nummer correspondeert met de naamlijst erboven. Op deze manier

wordt de kleding gevrijwaard tegen de inwerking van vocht.

(Deze bussen staan er ook heden nog steeds!)

Instorting

Een tweede en nog grotere ramp greep plaats op 20 juli 1920, toen een groot deel van de Louwberg instortte. In de “Kroniek van de cannerberg” staat hierover een kort relaas van pater van Dinter, doch daar is niet op uit te maken, wat er door die instorting allemaal verloren ging. Te oordelen echter naar wat pater van Loosrecht, de huidige bergbaas, ons erover verteld heeft, moet het verlies zeer aanzienlijk zijn, wat trouwens ook kan worden afgeleid uit de kaart van het onderaardse gangenstelsel in de Cannerberg, een knap werkstuk van pater Fred. de Bruyn.

Na die instorting zag het er aanvankelijk naar uit, dat het met het onderaardse “gewroet” der paters Jezuïeten voorgoed gedaan zou zijn, want ingenieurs van het mijnwezen, die een onderzoek kwamen instellen, keurden, zoals in de kroniek vermeld staat, de hele boel af, niet alleen wat er nog van het gangenstelsel in de Louwberg gespaard was gebleven, maar ook de gehele Fallenberg en zelfs de hoofdingang van de Bosberg. Onnodig te vertellen, dat de teleurstelling onder de paters zeer groot was. “Een nieuwe rector en een nieuw geluid,” schrijft de chroniqueur in 1922. pater van Minderop heeft de hoofdingenieur van het mijnwezen overgehaald de berg opnieuw te inspecteren en het resultaat is, dat de zaak veilig wordt verklaard, tenminste tot op circa dertig meter meter van de instortingslijn. Met enkele latten werden nu die gangen afgezet, die of te dicht bij de instortingen liggen, of anderszins gevaar kunnen opleveren. Met enige feestelijkheid werd de berg daarna weer geopend.

Een ochtend en een middag lang hebben we met pater van Loosdrechten zijn confrater, pater Willenborg, door de grotten van de Fallenberg gezworven. Bijna acht uur zonder een spiertje daglicht in een labyrint van niets dan mergelgangen.

silhouetten-paters-mergelgrotten

In vele gangen zijn de wanden versiert met silhouetten van paters Jezuïeten – dit soort

silhouetten vind je in vele oude groeves terug

De Louwberg

De Louwberg bestaat uit de volgende gangenstelsel (tussen de Apostelgroeve en kasteel Neerkanne):

  • De Boschberg – door instortingen van de Fallenberg gescheiden. Reeds in 1944 militaire activiteiten door de Duitsers in de vorm van een assemblagefabriek. Vanaf 1963 tot 1992 was in deze berg het Luchtmacht Coördinatie Centrum van de NATO gevestigd. Op dit moment wordt de berg gesaneerd i.v.m. asbest.
  • Jezuïetenberg – Is een gedeelte van de Fallenberg.
  • Fallenberg (ook Oudberg, Valberg en Falberg genoemd.)  – oude groeve, blijkt reeks in 1504 als “Gevallenberg” te boek te staan. Groeve is in slechte staat en niet te bezoeken.

(Bron: “Mergel Gebroken”- Luck Walschot)

Meer weten over de jezuietenberg: Rondleidingen Mergelgrotten of jeuietenberg.nl

Ook in de reeks ‘Maastrichts Silhouet‘  is een mooi boek verschenen (nummer 70), geschreven door Ton Breuls en Peter Houben, vol met informatie over de Jezuïetenberg.

Zum Besuch der Untergrund-Kirchen in Valkenburg und Maastricht laden der VVV Süd-Limburg und die Stiftung «Ondergronds Genieten» ein.

Von Freitag, 3. April, bis Sonntag, 5. April, öffnen einzigartige Kapellen und Hauskirchen ihre Türen, die sonst Besuchern verschlossen sind. Die Kirchen sind unter französischer Herrschaft (1795-1806) entstanden.

Viele niederländische Priester wollten damals nicht ihren Eid auf die französische Verfassung leisten und gingen im wahrsten Sinne des Wortes in den Untergrund, in die Mergelgrotten.

Die geöffneten Kapellen: In Valkenburg die Geulhemergrube, die Sibbergrube, die Katakomben, die Gemeentegrotte und die Fluweelengrotte sowie in Maastricht der Zonneberg.

Eintrittskarten gibt es bei allen VVV´s in Süd-Limburg und beim VVV Maastricht, Kleine Staat 1, für 12,50 Euro pro Person; ab dem 3. April auch bei den Untergrund-Kirchen selbst. Für Kinder bis zwölf Jahre ist der Eintritt frei.

Haben Sie noch Fragen, email: mergelgrotten@gmail.com

Haubtsitz Stichting VVV Zuid-Limburg (Fremdenverkehr)
Walramplein 6
Postbus 820
6300 AV Valkenburg aan de Geul
Tel: 0900-5559798 (€ 1,- pro Gespräch)
Fax: 0031-43-6016640
Zu erreichen von mo t/m frei 09.00-17.00 uur.
E-mail: info@vvvzuidlimburg.nl

Bron: Volkskrant 28 februari 2009 – Ben van Raaij

De mosasaurus, een door de Fransen ’ontvoerd’ zeereptiel, is na twee eeuwen weer even terug in zijn plaats van herkomst: Maastricht. De Parijse mosasaurus is een legendarisch fossiel. Lang voor Darwin bracht het beest het denken over het veranderen en uitsterven van soorten op gang. Het is de terugkeer van het beest. Meer dan tweehonderd jaar nadat het fossiel van de mosasaurus Maastricht als Franse oorlogsbuit had verlaten, keert het beroemde zeereptiel deze week tijdelijk terug uit Parijs, als hoogtepunt van een expositie in het kader van het Darwinjaar.

Fokeline Dingemans, directeur van het Natuurhistorisch Museum Maastricht, dat de tentoonstelling organiseert, kan haar geluk niet op. ‘Het is héél bijzonder dat de Fransen dit mogelijk maken. Het fossiel is in Frankrijk al sinds 1795 nationaal erfgoed. En bovendien een erg beladen voorwerp, want in de Maastrichtse volksmond heet het gestolen goed. Het leeft hier enorm – er is zelfs een carnavalsvereniging De Mosasaurussen.’ Dingemans heeft een gevoelige diplomatieke operatie achter de rug. ‘Aanvankelijk waren de Franse reacties aarzelend, want dit is toch zoiets als de Mona Lisa van de paleontologie. En het Parijse museum is ook niet erg op publiekstentoonstellingen gericht; het fossiel ligt daar in een opstelling die sinds eind 19de eeuw niet meer gewijzigd is – wel heel charmant hoor.’ Het onderhandelingsproces met Parijs nam al met al ruim twee jaar in beslag. Eerst was het probleem dat het fossiel nationaal erfgoed was, vervolgens dat het te kwetsbaar was voor vervoer. ‘Op zeker moment is de vraag: hoe lang duw je door voordat je mensen begint te irriteren’, aldus Dingemans.

De uiteindelijke doorbraak was mede te danken aan Camille Oostwegel, bekend Limburgs hotelier en honorair consul van Frankrijk. Hij schreef een mooie brief naar Parijs, met kopieën aan beide ambassadeurs. Dat hielp, zeker toen Dingemans en conservator Anne Schulp naar Parijs afreisden en ook nog behoorlijk Frans bleken te spreken. Het papierwerk bleek echter een hardnekkig obstakel. ‘Ik zou over eeuwig bruikleen beginnen’

Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken opent zaterdag de mosasaurus-expositie in Maastricht. Opmerkelijk, want Verhagen heeft samen met oud-diplomaat Jan-Willem Bertens (D66) begin jaren negentig getracht de mosasaurus in ‘eeuwig bruikleen’ terug te halen naar Maastricht. Verhagen en Bertens, beiden Maastrichtenaren, zaten toen in het Europees Parlement.

Bertens: ‘We hadden ons als kind vaak vergaapt aan die kop en kregen dan altijd het verhaal te horen dat hij niet echt was, en dat de Fransen in 1794 het origineel hadden gestolen.’ Met de 200-jarige herdenking van dat feit in zicht zagen de twee hun kans schoon – indachtig het Verdrag van Maastricht, dat stelt dat cultureel erfgoed zoveel mogelijk terug moet naar het land van herkomst. ‘Dan dit ook, dachten wij.’ Een resolutie in het Europarlement kreeg echter te weinig steun. Staatssecretaris Aad Nuis van Cultuur nam de zaak in 1996 nog op met zijn Franse collega. Vergeefs. ‘Jammer’, zegt Bertens. ‘We hadden nog wel zo’n mooi plan om het fossiel met een kar van een bevriende brouwerij naar Nederland te brengen.’ Directeur Bertrand-Pierre Galey van het Parijse Muséum national d’Histoire Naturelle zegt dat alle claims uit de tijd van de Franse Revolutie en het Napoleontische keizerrijk bij het Congres van Wenen (1815) zijn afgewikkeld, en het fossiel eigendom is en blijft van de Franse staat. ‘Dat is bij gelegenheid van dit bruikleen ook door Nederland erkend.

Het is nu bij wijze van uitzondering uitgeleend als blijk van vriendschap.’ Bertens denkt dat Verhagen zaterdag nog wel over restitutie zal beginnen. ‘Hij heeft fantasie genoeg, al is hij dan van het CDA. Ik zou nog eens over eeuwig bruikleen beginnen. In ruil voor wat schilderijen.’

Pas in de loop van januari waren alle bruikleenovereenkomsten en garantieverklaringen rond en was het zeker dat de tentoonstelling Darwin, Cuvier en het Grand Animal de Maestricht doorging. Deze week wordt het fossiel naar Maastricht vervoerd. Zaterdag 7 maart opent minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken de tentoonstelling, in tegenwoordigheid van de Franse ambassadeur en natuurlijk tout Maastricht (zie kader).

Kalksteen

Het verhaal van de mosasaurus begint in de 18de eeuw. Het fossiel, een schedel met grote kaken vol scherpe tanden, werd tussen 1770 en 1774 ontdekt in de ondergrondse groeves van de Sint-Pietersberg, waar sinds de Middeleeuwen kalksteen wordt gewonnen. Naar verluidt vonden ‘blokbrekers’ de kop in een galerij ‘omtrent van den afstand van vijf honderd schreden van den grooten ingang’. Vreemde zaken, zoals schelpen en zee-egels, werden wel vaker in de Maastrichter kalksteen aangetroffen. Zulke vondsten in een berg vond niemand vreemd. Dat Limburg in het late Krijt, zo’n 65 miljoen jaar geleden, een ondiepe tropische zee was geweest, kon nog niemand weten, maar mariene resten werden eenvoudig aan de bijbelse Zondvloed geweten.

De reuzenschedel baarde evenwel meteen opzien bij enkele gegoede burgers uit Maastricht die ‘naturaliën’ uit de Pietersberg verzamelden voor hun rariteitenkabinetten. Zoals de legerarts Johann Leonard Hoffmann, die een hele collectie had. Maar het was Theodorus Godding, een kanunnik van de Sint Servaaskerk, die de schedel kocht en thuis tentoonstelde. De kop van Maastricht raakte wijd en zijd bekend, tot in Frankrijk toe. Dat bleek in 1794, toen Franse revolutionaire troepen de stad Maastricht innamen en de legerleiding het beroemde fossiel van kannunik Godding prompt confisqueerde en als oorlogsbuit naar Parijs liet transporteren.

Dat het fossiel voor zeshonderd flessen wijn werd gekocht, zoals de Franse geoloog Barthélemy Faujas de Saint-Fond in 1799 schrijft, lijkt een verzinsel. Uit documenten blijkt dat de Franse autoriteiten een decreet hadden uitgevaardigd om het fossiel naar Parijs te brengen. Eenmaal daar werd het bestempeld tot nationaal erfgoed en opgenomen in het nieuwe Muséum national d’Histoire Naturelle. Daar is het sindsdien gebleven. Voor de mosasaurus was het in zekere zin een mooie move, want anders dan een vergelijkbare, in 1766 gevonden schedel die in Teylers Museum in Haarlem terechtkwam, kwam de Parijse kop in handen van George baron Cuvier, de beroemde anatoom, die ook in 1795 in het museum was aangesteld. Cuvier boog zich over de grote vraag wat voor een soort dier het ‘Grand Animal fossilé des Carrières de Maestricht’ nu eigenlijk was.

Verhemelte

Mensen als Hoffmann en Godding dachten dat het een soort krokodil betrof. De Groningse anatoom Petrus Camper betwijfelde dat: krokodillen hebben geen extra tanden in hun verhemelte, zoals dit beest, en veel onregelmatiger kaakbeen. Camper besloot dat het om een onbekende tandwalvis ging, een potvis. Zijn zoon Adriaan Gilles Camper kwam later tot de (juiste) conclusie dat het beest een extreem grote hagedis was, een soort zeevaraan. Hij schreef dat ook aan Cuvier, die het met hem eens was. Mede door de correspondentie met Camper viel bij Cuvier het kwartje, zegt Dingemans. Het Animal de Maestricht was een reuzenvaraan van een soort die inmiddels niet meer voorkwam.

Een uitgestorven soort dus. Dat was in die tijd nog een nieuw idee. Omdat het beest in zulke oude aardlagen was gevonden, moest de soort wel lang geleden zijn verdwenen. Dat kon volgens Cuvier alleen maar komen door een catastrofe, een omwenteling die een vroegere oerwereld scheidde van de huidige. Dat was, aldus de tentoonstellingscatalogus, een lastig concept in een tijd dat de meeste mensen nog uitgingen van de scheppingsgedachte: God die de wereld in één keer en volmaakt had geschapen. Met die ene schepping en één enkele bijbelse catastrofe, de Zondvloed, kon je nooit alle verdwenen soorten verklaren. Latere wetenschappers als Alcide d’Orbigny kwamen zo tot constructies met 27 verschillende catastrofes en evenzovele nieuwe scheppingen. Het was Cuvier uit zijn onderzoekingen aan oude aardlagen in het Bekken van Parijs duidelijk geworden dat fossielen in opeenvolgende aardlagen elkaar opvolgden in de tijd. Maar hoe stonden die soorten in relatie tot elkaar? Cuvier nam aan dat de ene soort verdween om plaats te maken voor de andere.

De bioloog Jean-Baptiste Lamarck, zijn tijdgenoot, zag dat anders. Hij kon zich niet voorstellen dat soorten vanzelf uitstierven en opperde daarom dat soorten zelf veranderen. Een vroege versie van de evolutiegedachte. Zo werd de mosasaurus een kantelpunt in de ontwikkeling van het denken over het ontstaan, het uitsterven en de verandering van soorten. Vroegere dieren sterven uit en veranderen mogelijk ook in de loop van de tijd. De Maashagedis was zo, aldus de samenstellers van de expositie, een ‘opstap’ voor de evolutietheorie van Charles Darwin, en maakte tevens de geesten rijp voor de vondst van andere voorwereldlijke monsters, dinosauriërs, waarvan de eerste twintig jaar later werden gevonden.

Staart

Het Grand Animal zelf kreeg uiteindelijk ook zijn paleontologische plek. In 1822 werd het officieel Mosasaurus gedoopt, in 1829 aangevuld tot Mosasaurus hoffmanni, ter ere van de Maastrichtse kenner Hoffmann. De Krijt-laag waarin het fossiel was gevonden, heette voortaan het Maastrichtien. Elders in de wereld zijn nadien ook allerlei soorten mosasauriërs gevonden, stuk voor stuk gestroomlijnde vleeseters, tot wel 17 meter lang, met grote kaken, flipperachtige ledematen en een platte staart. Onderzoekers van het museum in Maastricht hebben midden jaren negentig nog achterhaald hoe oud de Parijse mosasaurus precies is. Uit het fossiel geboord steengruis werd geanalyseerd op microfossielen om te bepalen uit welke laag van het Maastrichtse Krijt het beest kwam. Het bewuste laagje bleek circa 65 miljoen jaar oud. Niet veel later zou een grote meteoriet bij Yucatan in één klap een eind maken aan het bestaan van alle dino- en mosasauriërs.

In Maastricht kan directeur Dingemans amper geloven dat het fossiel eindelijk komt. Tot in januari was er gedoe, onder meer over de garantieverklaring – dat de Nederlandse staat het fossiel tijdens de bruikleen niet zou opeisen. Dat leidde tot een Catch 22, want Den Haag geeft zo’n garantie alleen op basis van een bruikleenovereenkomst, en Parijs geeft die weer niet zonder garantieverklaring. In de hal van het Maastrichtse museum ligt sinds jaar en dag een replica van de Parijse mosasaurus onder glas. Het opschrift vermeldt dat het origineel door de Fransen is ‘ontvoerd’. Dingemans toont zich echter genuanceerd over de ‘restitutiekwestie’: Parijs mag het beest wat haar betreft houden. ‘Waar de mosasaurus ligt, maakt mij niet uit. Als er maar goed op gepast wordt. Beide partijen hebben goede argumenten. Het fossiel is hier gevonden, maar zonder Cuviers bemoeienis was het beest nooit zo beroemd geworden.’ Bovendien bezit het museum sinds 1998 een eigen mosasauruskop, Bèr genaamd. Een historisch goedmakertje, zou je kunnen zeggen. ‘Bèr is zelfs nog meer bijzonder, want van deze soort, Prognathodon saturator, is maar één exemplaar bekend. Maar ja, hij heeft niet de cultuurhistorische betekenis van het Parijse exemplaar. Dat is en blijft de Mosasaurus.’

Darwin, Cuvier en het Grand Animal de Maestricht. Expositie in Natuurhistorisch Museum Maastricht, 8 maart t/m 21 juni. De Bosquetplein 7. Info: Natuurhistorisch Museum Maastricht

Categories : Maastricht, Nieuws, Onderzoek
Comments (1)

Een overzicht van de leukste rondleidingen in de Limburgse Mergelgrotten

De Limburgse mergelgrotten, wie is er niet geweest. Ooit was het een van de favoriete uitstapjes van de basisschool. Ik kan mij nog goed herinneren hoe ik met de 5e klas naar de Maastricht ging, eerst met de boot vanuit Maastricht naar de aanlegsteiger bij de Zonneberg en dan de grotten in. Dat was nog eens spannend!

De mergelgrotten genieten ook nu nog steeds van een grote populariteit onder de toeristen die jaarlijks Read More→

Comments (0)

Op donderavond 27 november 2008 zal er door het LGOG (Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap) een historisch café worden georganiseerd over de Sint Pietersberg in de Selexyz boekhandel Dominicanenkerk te Maastricht.

Aanavang: 19.30 uur.

Namens het Institute Europa Subterranea spreken Jacquo Silvertant over de geschiedenis van de onderaardse gangenstelsels en John R. van Schaik over de waardebepaling van onderaards erfgoed en de haalbaarheid van een UNESCO erfgoedstatus voor de Sint Pietersberg of delen daarvan.

Categories : Maastricht, Nieuws
Comments (0)

Bron: www.nieuwsbank.nl

Advies gemeente Maastricht aan provincie Limburg inzake ontgrondingenvergunning ENCI

De gemeente Maastricht is voorstander van beëindiging van mergelwinning in de Sint Pietersberg door ENCI per 1 januari 2015. De gemeente zal zich samen met ENCI, provincie Limburg, LIOF en andere bedrijven inspannen om de werkgelegenheid die hierdoor wegvalt te waarborgen. Voor wat betreft de afwerking van de groeve is de gemeente voorstander om het plan Verborgen Valleien (natuurontwikkeling met recreatief medegebruik) als leidraad te hanteren. De gemeente wil graag het voortouw nemen in de uitwerking van de afwerkingplannen van de groeve. Dit zijn de belangrijkste onderdelen van het advies van het college van burgemeester en wethouder aan de provincie Limburg inzake de aanvraag ontgrondingenvergunning van ENCI tot 2020. De gemeente Maastricht hecht grote waarde aan haar adviserende rol in het besluitvormingsproces van de provincie. De gemeenteraad van Maastricht bespreekt dit advies op 21 oktober aanstaande.

Afgewogen advies

In het advies van burgemeester en wethouders van Maastricht aan de provincie Limburg wordt gekozen voor een oplossing die de juiste balans borgt tussen de betrokken belangen en invulling geeft aan een zorgvuldige uitwerking van de vraagstukken op het gebied van werkgelegenheid en milieu, maar die ook rekening houdt met de onomkeerbaarheid van de ontgronding. Een uitvoerige analyse en weging van de diverse belangen en een representatieve meningspeiling onder de Maastrichtse bevolking liggen ten grondslag aan dit advies. Ook wordt rekening gehouden met de twee burgerinitiatieven die onlangs aan burgemeester en wethouders van Maastricht zijn aangeboden. Het advies dat nu voorligt doet volgens burgemeester en wethouders van Maastricht recht aan alle verschillende belangen.

Overwegingen:

Belangrijke overwegingen die een rol spelen in het advies van burgemeester en wethouders om de mergelwinning in 2015 te beëindigen zijn:

* Meningspeiling: in het bestuursakkoord van de coalitiepartijen van de gemeente Maastricht is afgesproken dat een zorgvuldige inspraakprocedure een onderdeel zou zijn van het advies van de gemeente Maastricht aan de provincie Limburg. In het voorjaar van 2008 is een uitgebreid communicatie-en inspraakproces opgestart. Een van de onderdelen was een representatieve meningspeiling onder de Maastrichtse bevolking. Uit de peiling blijkt onder andere dat een grote meerderheid van de respondenten graag ziet dat ENCI spoedig stopt met afgraven van de groeve (56% kiest voor 2010, 14% voor 2015 en 9% voor 2020).

* Werkgelegenheidsaspecten: als de kalksteenwinning in de ENCI-groeve eindigt zal een deel van de werkgelegenheid (momenteel negentig werknemers) moeten worden opgevangen. De gemeente ziet kansrijke perspectieven voor directe vervangende werkgelegenheid in (eu)regionale bedrijvigheid. Deze is vanouds sterk in de industrie die zich toelegt op de winning en verwerking van mineralen (keramische, glas- en papierindustrie). De komende decennia zal ook de delfstoffenwinning van grind, zand, kalk en klei op grote schaal kansen bieden in de regio. Daarnaast ziet de gemeente mogelijkheden om de werkgelegenheid uit te breiden voor dat deel van ENCI dat blijft voortbestaan in Maastricht, door transformatie en innovatie op hun bestaande bedrijventerrein. Hierbij kan gedacht worden aan nieuwe kennisintensieve bedrijvigheid passend bij de specifieke deskundigheid van de Enci-medewerkers. De unieke setting van het gebied biedt ook kansen voor werkgelegenheid op het gebied van recreatie, educatie en natuurbeheer. Deze opgave op het gebied van werkgelegenheid vraagt voorbereidingstijd en tijd voor implementatie. Dit zal voortvarend in een taskforce samen met ENCI, LIOF, provincie en gemeente worden uitgewerkt.

afgraving+ruine+Lichtenberg Gemeente Maastricht voorstander beëindiging mergelwinning ENCI in 2015

* Afwerking van de groeve: de gemeente Maastricht wil de groeve graag afwerken volgens het plan Verborgen Valleien en heeft de voorkeur voor een combinatie van natte en droge natuurontwikkeling in combinatie met recreatief medegebruik. Als de kalksteenwinning doorgaat tot 2020 zal na beëindiging daarvan de groeve onder water lopen. Door te stoppen met de winning in 2015 blijven er, ook zonder te pompen, grotere delen boven water en is er nog een relevant onderscheid te maken tussen natte en droge natuur. Tot die datum is er nog voldoende tijd om een goed afwerkingplan conform Verborgen Valleien voor de groeve te maken.

* Aantasting landschap: een verdere aantasting van natuur en landschapselementen in en rond de groeve vinden burgemeester en wethouders van Maastricht niet acceptabel.

* Milieuaspecten: de negatieve milieueffecten (luchtverontreiniging, geur- en geluidsoverlast en trillingen) worden minder indien de kalksteenwinning wordt beëindigd. De Co2-uitstoot door ENCI is heel groot in absolute zin. In vergelijking met andere kalksteenverwerkende bedrijven is de Co2 uitstoot per ton cement echter een van de laagste. Dit komt onder andere doordat ENCI alternatieve brandstoffen gebruikt. Het is belangrijk dat ENCI de tijd krijgt om deze technologie verder uit te dragen.

* Provinciaal beleid: het huidige provinciale beleid staat kalksteenwinning toe tot 2015.

Comments (0)

Bron: www.limburger.nl

ENCI Maastricht heeft bij de provincie vergunningen aangevraagd voor ‘ontgrondingen’ en ‘grondwateronttrekking’. Ook is de milieu-effectrapportage (MER) ingediend bij de provincie Limburg. „Zoals wij al eerder hebben aangegeven, zijn wij in onze aanvragen uitgegaan van kalksteenwinning tot 2020’’, meldt de directie.

Om te beginnen heeft ENCI in de MER, op dringend verzoek van de provincie, invulling gegeven aan een aanvullende richtlijn: het onderzoeken van de milieu-effecten van kalksteenwinning tot 2015. Maar omdat het bedrijf langer wil doorgaan, zijn in de MER ook de milieu-effecten onderzocht van kalksteenwinning tot 2020.

Uit deze milieu-effectrapportage blijkt volgens de ENCI-directie „duidelijk dat het zowel milieu-technisch, maatschappelijk áls economisch beduidend beter is om de kalksteenwinning voort te zetten tot 2020.’’
De afwerking van de groeve zal in de komende jaren vorm moeten krijgen bij het opstellen van een nieuw eindplan, dat volgens de visie van het rapport ‘Verborgen Valleien’ zal worden opgesteld.

De Provincie Limburg zal het milieu-effect-rapport en de vergunningsaanvragen gedurende acht weken ter inzage leggen. Ná deze acht weken kan men daarop reageren. Deze inspraaktermijn zal vier weken duren.

Maastricht, ENCI 6 ENCI blijft uitgaan van mergelwinning tot 2020

Comments (0)

Bron: div. online media

Van 4 tot en met 6 januari 2008 vindt in ondergronds Valkenburg en Maastricht voor de tweede maal het Ondergronds Kerkenpad plaats. Meerdere locaties met kapellen en schuilkerken uit zelfs de Franse revolutietijd, waarvan enkele zelden worden opengesteld, kunnen worden bezocht.


Na de Franse revolutie in 1789 werd Frankrijk een republiek, de zuidelijke Nederlanden stonden onder Franse heerschappij. Priesters kwamen in dienst van de staat en moesten een eed van trouw afleggen aan de Franse Grondwet. Een groot deel van hen weigerde en ging illegaal, in Zuid-Limburg vaak ondergronds, verder met de zielenzorg.

Hierdoor ontstond een heel netwerk van ondergrondse kapelletjes in de mergelgroeves. Vaak werden deze ruimtes voorzien van altaar, biechtstoel en doopvont en schitterende houtskooltekeningen. Het risico was echter groot: veel priesters werden opgepakt en gedeporteerd of gekerkerd… en kwamen nooit meer terug. Ook in de Tweede Wereldoorlog zijn de grotten benut als schuilkerk voor ‘geheime’ ondergrondse Heilige Missen.

Tijdens het Ondergronds Kerkenpad zijn verschillende van deze kapellen te bezoeken: in ‘t Bergske (Caverne de Geulhem), de Geulhemergroeve, de Sibbergroeve, Katakomben, Gemeentegrot, Fluweelengrot en Zonneberg. Alle kapellen zijn sfeervol aangekleed, sommige kapellen kan men op eigen gelegenheid bezoeken, soms gaat er een gids mee.

Bij elke kapel krijgt de bezoeker een andere impressie en een ander verhaal… De route kan op eigen gelegenheid (bovengronds) wandelend, fietsend en/of met de auto worden afgelegd. Een bezoek kan uiteraard ook gespreid worden over verschillende dagen.

Het evenement wordt georganiseerd door de Stichting Ondergronds Genieten, in samenwerking met de Samenwerkende VVV’s Limburg. De Stichting stelt zich tot doel om de ondergrondse activiteiten in Zuid-Limburg meer bekendheid te geven in de regio, maar ook in binnen- en buitenland. De Stichting hoopt dit te bereiken door het organiseren van bijzondere evenementen, waarvan het Ondergronds Kerkenpad een voorbeeld is.

Voor het bezoeken van de diverse ondergrondse schuilkerken kan een speciaal passe-partout worden gekocht. Kosten bedragen € 12,50 p/p. De prijs van een los kaartje bedraagt € 5,- p/p.

Zie ook: Ondergronds genieten

 

Related Posts with Thumbnails