Archive for Onderzoek

Bezoek Roothergroeve a 150x150 Wordt donateur en steun de mergelgrotten

Mergelgroeve t' Rooth

Als bergloper ben ik vaak (maar niet vaak genoeg) ondergronds te vinden voor het uitoefenen van mijn hobby. Toch vraag ik mij vaak af of ik deze hobby nog lang kan uitoefenen. Steeds meer groeves worden door de eigenaar gesloten omdat het te duur is om de groeve nog te beheren. Juist hier komt De Stichting Ir. D.C. van Schaïk om de hoek kijken. Zij nemen het beheer van de eigenaar over en zorgen op deze manier voor het in stand houden van deze groeve voor het nageslacht.

Bent u als lezer van mijn website ook zo enthousiast? Draagt u de mergelgrotten een warm hart toe? Lees dan aub onderstaand verhaal en wordt ook donateur. Voor een bedrag van € 25.00 per jaar kan zeer veel gedaan worden.

Sinds eind 2010 ben ik bestuurslid bij de Stichting Ir. D.C. van Schaïk. Deze stichting opereert onder de vlag van het Natuurhistorisch Genootschap Limburg en heeft een nauwe band met de Studiegroep Onderaardse Kalksteengroeven. Na bijna 13 jaar is de stichting uitgegroeid tot een semiprofessionele beheerorganisatie voor mergelgroeven die vaak geraadpleegd wordt door derden vanwege de aanwezige deskundigheid.

De Stichting Ir. D.C. van Schaïk, is opgericht in 1997 voor het beheren van onderaardse mergelgroeven. Momenteel beheerd de stichting 14 mergelgroeven (waarvan vier in Maastricht) met ongeveer 30 vrijwilligers. Men stelt de mergelgroeven open voor onderzoek, berglopen en educatieve- en sponsor rondleidingen. De stichting draait volledig op sponsorgelden van particulieren en bedrijven.

Het belang van bovengenoemde stichting moet niet onderschat worden. De mergelgroeven zijn een zeer belangrijk onderdeel van ons Limburgs culturele erfgoed. Behalve de groeve-ingangen, die vaak een integraal onderdeel uitmaken van het Limburgse landschap, moet ook het belang van de onderaardse gangen niet vergeten worden. Hoeveel van onze voorvaderen hebben hier niet staan zwoegen bij het breken van de mergelblokken, of in latere tijd bij het kweken van champignons of witlof. In veel groeven zijn nog steeds oude opschriften te vinden van deze blokbrekers, kwekers of bezoekers. Ook kunnen er de mijnbouwtechnieken uit voorbije eeuwen bestudeerd worden. Men kan er als het ware nog steeds de handtekening van de blokbrekers zien. Het zijn werkelijk onderaardse cultuurhistorische pareltjes.

Onderzoek
Onderzoek naar deze groeven door o.a. de SOK is dan ook zeer belangrijk en dit kan enkel wanneer de groeven goed beheerd worden. Beheer is ook belangrijk om vernieling van de cultuurhistorische waarden te voorkomen. De stichting Ir. D.C. van Schaïk wil daartoe ook nadrukkelijk bijdragen aan de educatie rond groeven, vooral voor de locale jeugd. Daarnaast zijn de groeven met name in de winter van uitzonderlijk belang als biotoop voor duizenden overwinterende vleermuizen. Hun noodzakelijke bescherming is bij wet geregeld.

2007 02270039a 300x96 Wordt donateur en steun de mergelgrotten

Opschrift D.C. van Schaïk

Berglopen
Ook wil de stichting het berglopen in goede banen leiden. Berglopen is al zeer oud en hoort bij ons cultureel erfgoed, net zoals de mergelgroeven er zelf toe behoren. Berglopen is een belangrijke sociale activiteit en het is tevens een stimulans voor het beschermen van onze cultuurhistorische pareltjes. Zonder berglopers sterft de liefde voor het ondergrondse uit en zonder deze liefde gaat het ondergrondse landschap geleidelijk aan teloor. Onbekend maakt nu eenmaal onbemind. De stichting Ir. D.C. van Schaïk wil daartoe berglopers de mogelijkheid geven de groeven op een veilige en gereguleerde manier te bezoeken en zodoende illegaal bergbezoek tegen te gaan.

Vrienden van de Stichting Ir. D.C. van Schaïk

De stichting Ir. D.C. van Schaïk kan niet bestaan zonder de sympathie en ook de financiële steun van de samenleving. Vanaf een bedrag van € 25.00 per jaar kunt u ook donateur van de stichting worden. Als donateur krijgt u:

  • Jaarlijks een uitnodiging voor de Groevedag waar u het werk van de stichting kunt aanschouwen.
  • Daarnaast wordt u tweemaal per jaar door middel van de nieuwsbrief “Steunpilaar” op de hoogte gehouden van het wel en wee van de stichting.

Als u, na het lezen van bovenstaand verhaal ook tot de conclusie komt dat de Ir. D.C. van Schaïk zeer belangrijk werk doet en wil u ons steunen, dan kan dat: Een briefje naar ons secretariaat op Postbus 2235, 6201 HA Maastricht volstaat. Een mail is nog sneller: info [at] vanschaikstichting punt nl

Ook kunt u rechtstreeks op het bankrekeningnummer van de stichting storten:

SNS-Bank Maastricht 92.98.12.034

of

KBC bank (B) 745-0030689-09

De stichting Ir. D.C. van Schaïk dankt u voor u financiële bijdrage en steun.

Categories : Mergelgrotten, Onderzoek
Comments (0)
Jan
07

Ledenavond 14 januari 2011

Posted by: | Comments (0)

Vrijdag 14 januari 2011  is de eerstvolgende ledenavond van de Studiegroep Onderaardse Kalksteengroeves.

Het programma bestaat uit de volgende onderwerpen

  • Ger Beckers geeft een lezing over een recent vleermuis onderzoek
  • Ton Breuls houdt een dia presentatie over de voormalige onderaardse mergelgroeve in de carriere van de CBR (carriere Romont) in Eben Emael

De ledenavonden vinden plaats in de aula van het Natuur Historisch Museum aan het De Bosquetplein 7 te Maastricht. Aanvang om 19.30 uur. Tijdens deze ledenavonden zijn ook niet-SOK-leden welkom die belangstelling voor mergelgroeven hebben.

Meer info:Sok.nl

Categories : Onderzoek
Comments (0)

Wetenschappelijk onderzoek schiet droom van historici over schuilplaats uit de steentijd aan diggelen.

Bron: www.limburger.nl op 6 augustus 2010

Lees ook: Prehistorische schuilplaats in Valkenburg ontdekt

De mergelgrot aan de Däölkesberg bij Walem is middeleeuws. Uit archeologisch onderzoek blijkt dat de holte niet, zoals gehoopt, uit de steentijd dateert.
Historisch Valkenburg is een illusie armer. De grot aan de Däölkesberg bij Walem stamt niet uit de steentijd, zoals amateurarcheologen vurig hoopten, maar is in de middeleeuwen ontstaandoor de winning van mergel voor de bouw van kastelen en boerderijen langs de Geul. Ivo van Wijk van het archeologisch bureau Archol heeft meer dan een jaar gewerkt aan een rapport over de opgravingen op de Däölkesberg. Hij kan het verhaal niet mooier maken dan het is: de holte in de mergelwand is niet veel ouder dan de andere mergelgroeves in de buurt. De verwachtingen waren nochtans hoog toen van Wijk en zijn team in mei 2009 op de Däölkesberg neerstreken voor ‘aanvullend archeologisch onderzoek’. In 1979 had amateur-archeoloog Hub Pisters op die plek vuurstenen werktuigen uit de prehistorie gevonden. Ook bij een tweede opgraving in 2005 kwamen stukjes bewerkte vuursteen aan de oppervlakte. Het ‘sleuvenonderzoek’ moest het definitieve bewijs leveren dat jagers al in de steentijd onderdak hadden gezocht in die ‘natuurlijke’ grot. Het archeologisch onderzoek leek de droom van Pisters te bevestigen. in de sleuven die op het weiland voor de grot waren gegraven, werden tientallen sporen uit de steentijd aangetroffen. Toen de onderzoekers op de restanten van een ‘prehistorisch kampvuur’ stuitten, ging de valg in de top: Valkenburg was met zijn ‘spectaculaire vondst’ landelijk nieuws.

Helaas, bij het bestuderen van de gevonden artefacten bleef van die illusie weinig heel. De holte was pas in de middeleeuwen ontstaan bij het winnen van mergel, wellicht in opdracht van de heren van het nabij gelegen kasteel Schaloen. En het kampvuur brandde daar omstreeks 1440, zoals een analyse van de verkoolde takjes van de jeneverbes onomstotelijk aantoonde. En die bewerkte stukken vuursteen dan, die zowel in 1979 als in 2005 en 2009 zijn gevonden bij de grot’ aan de Däölkesberg? Die zijn wel degelijk uit de steentijd, bevestigt van Wijk. Maar ze liggen wellicht op de verkeerde plaats: Van Wijk vermoedt dat die werktuigen hogerop gebruikt werden, op het plateau van de Däölkesberg, maar later met de regen en modder naar het lager gelegen terrein voor de groeve stroomden.

is de groeve aan de Daolkesberg daarmee niet interessant voor archeologen en historici? In tegendeel, vindt Van Wijk: het is een gaaf voorbeeld van een middeleeuwse mergelgroeve en die zijn tot dusverre nauwelijks onderzocht. op de Daolkesberg zou die ‘lacune in onze kennis’ wellicht opgevuld kunnen worden.

In het jaarboek 2010 van de stichting Historische en Heemkundige Studies in en rond het Geuldal beschrijven Ivo van Wijk, Alexander Verpoorten en Hub Pisters in een uitgebreid artikel de uitkomsten van het archeologisch onderzoek op de Däölkesberg. Het boek verschijnt eind dit jaar.

28 sjaasberg daolkesberg Grot Däölkesberg is toch middeleeuws

Däölkesberg - Foto Ralf Coumans

Categories : Nieuws, Onderzoek, Valkenburg
Comments (2)

De afgelopen twee jaar is er door de Faculteit Cultuurwetenschappen van de Universiteit Maastricht een project over de Sint-Pietersberg georganiseerd om goede bachelor-studenten (3de jaars) ervaring te laten opdoen met het doen van onderzoek. In het voorjaar van 2009 namen vijf studenten deel, in het voorjaar van 2010 negen studenten. Het is de bedoeling dat het onderzoek in 2011 zal worden voortgezet.

Via de site van Oud Sint Pieter zijn alle 9 scripties te lezen.

Comments (0)

Bron: Limburgs Dagblad – 17 april 2010

Het is 200 jaar geleden dat de Franse Mijnwet werd ingevoerd. Een wet die onder meer leidde tot de oprichting van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Op 21 april is het jubileumjaar van de dienst die voor Limburg van groot belang was.

De invloed van Napoleon op ons leven is nog steeds in veel dagelijkse dingen merkbaar. Zo was hij onder andere verantwoordelijk voor het invoeren van een gestandaardiseerde registratie van geboorten, huwelijken, echtscheidingen en overlijdens. In continentaal Europa wordt sinds Napoleon vrijwel overal rechts gereden. Ook lanceerde de ‘Kleine Korporaal’ de Mijnwet van 1810. Nederland viel destijds onder Frans bestuur. De Franse Mijnwet, in dat jaar op 21 april ingesteld, gold daarom ook hier. Voornamelijk Zuid-Limburg kreeg in eerste instantie met deze wet te maken. In deze streek vond immers sinds eeuwen steenkoolwinning plaats. Misschien zelfs wel de eerste kolenwinning op het Europese vasteland.

afb.2. dominiale mijn jaren dertig 200 jaar Mijntoezicht in Nederland

Domaniale mijn - Kennislink.nl

De allereerste ontginningen van steenkool vonden plaats in het kolenveld van de Domaniale mijn in Kerkrade. Dan hebben we het over de 12e eeuw, toen er op kleine schaal steenkoolwinning plaatsvond in het Wormdal, nabij abdij Rolduc. In de allereerste dagen van de kolenwinning ging het vooral om oppervlakte-werk. Langzaam maar zeker moest men dieper en dieper graven om de kolen te kunnen delven. In de zeventiende eeuw maakten kolengravers schachten van circa veertig meter diep. Met handlieren en rosmolens werden de kolen naar de oppervlakte gebracht.

De mijnwet bracht ingrijpende veranderingen met zich mee. de wet werd ingesteld om voorwaarden te stellen aan de winning van delfstoffen als steenkool, bruinkool, zout, aardolie en mergel. Belangrijker nog was het regelen van de eigendomsrechten, Tot 1810 had de eerlijke vinder de eigendomsrechten, na deze datum kon men alleen de eigendomsrechten verwerven door het verlenen van concessies. De Staat zou vanaf dat moment bepalen wie bevoegd is tot ontginning. Bovendien trad het Rijk op als beschermer van het algemeen belang.

Maar ook de sociale aspecten van de mijnwet zijn niet onbelangrijk. Winning mocht vanaf dat moment alleen plaatsvinden onder leiding van technisch onderlegd personeel, iets wat daarvoor lang niet altijd gebeurde. Mijningenieurs, mijnmeesters en medici werden zodoende verplicht. Verboden werd het om kinderen jonger dan ten jaar in de mijnen te laten werken. Dat was vóór de invoering van deze wet populair, omdat de kleintjes behendig waren en vanwege hun geringe lengte goed in de kleine ruimtes konden werken. Maar ook aan dieren werd gedacht in de Mijnwet. De trekpaarden die de kolenwagens uit de mijngangen moesten slepen, mochten niet te zwaar worden belast.

Waar regels zijn, moest worden gecontroleerd. Een nieuwe functie werd ingesteld en belast met het toezicht op de naleving van de nieuwe regels: de ‘Ingenieur des mines’. In de Franse tijd werd de Nederlandse mijnbouw onder het gezag geplaatst van de ‘Ingenieur des mines’ in Luik. de Nederlandse tak was destijds zeer klein. Ook na de Belgische revolutie in 1830 bleven de Limburgse mijnen nog negen jaar onder het gezag van ‘Luik’. De Belgische staat bestuurde toen in feite het Limburgse mijngebied.

De heer F.D.J. Büttgenbach was per 1 juli 1839 de eerste ‘ingenieur der mijnen’ die zijn standplaats in Nederland had. Zijn aandacht ging deels uit naar de mergelgroeven. Ook de Domaniale Mijn en de kleinere mijntjes in Bleyerheide en Neuprick kreeg hij onder zijn hoede. Büttgenbach was de enige functionaris in dienst van het mijnwezen. Zijn standplaats was Kerkrade, in het administratiegebouw van de Domaniale Mijn. De administratie voerde hij zelf. Brieven en rapporten werden opgesteld in het Frans en in het Duits. Maar de eerste taal beheerst Büttgenbach niet feilloos, zo is na te lezen. Voor zijn werkzaamheden kreeg hij 250 gulden per jaar. In die tijd een flink bedrag. Zo flink dat hem een vergoeding voor reis- en verblijfskosten werd geweigerd.

De dienst wisselde nogal eens van hoofdkwartier. Afwisselend zetelde de ‘Ingenieur der mijnen’ in Kerkrade, Heerlen of Maastricht. In de beginjaren was dat vooral afhankelijk van de woonplaats van de ingenieur. In de tweede helft van de vorige eeuw werd alles anders. In ei 1959 wordt voor de eerste maal gas ontdekt in de Groningse bodem. De groei in de winning van olie en gas in de daaropvolgende periode zorgde ervoor dat de dienst snel werd uitgebreid. Een nieuwe locatie was hierdoor broodnodig. In 1962 werd het pand aan de Apollolaan 9 in Heerlen betrokken. Maar door de ontwikkelingen in de gas- en oliewinning en de daaraan gerelateerde afbouw van de kolenmijnbouw, duurde het niet lang voordat er een dependance in het westen van het land werd geopend. Per 1967 zat de dienst in Heerlen en in Den Haag.

De sluiting van de mijnen zette de vesting van de dienst in Heerlen onder druk. Een verhuizing naar het westen lag in het verschiet, maar die denkrichting kon op felle protesten

IMG 3869a 263x300 200 jaar Mijntoezicht in Nederland

Fin des traveaux - Fafchamps - conducteur des mines 1823

rekenen van het Limburgse personeel, dat het Heerlense hoofdkwartier niet wenste te verlaten. Frans Bastin uit Heerlen werkte in die tijd bij het SodM. Hij herinnert zich nog de strijd tegen een gedwongen vertrek naar de Randstad. “Het idee om deze streek te moeten verlate, bracht bij de Limburgse medewerkers van het Staatstoezicht grote onrust teweeg. Daarom zocht het personeel van de vesting Heerlen – in eerste instantie met succes – steun bij de politiek. Als voornaamste argument voerde de politiek aan dat een verhuizing strijdig was met de overeengekomen spreiding van rijskdiensten, waaraan niet mocht worden getornd. De toenmalige minister van Economische zaken, de latere premier Ruud Lubbers, liet op 24 januari 1974 wten dat hij zich sterk zou maken om het SodM voor Heerlen te behouden.”

Ook Tweede Kamerlid Knot zette zich in voor de zaak door in mei 1975 schriftelijke vragen te stellen over de kwestie. In zijn antwoorden bevestigde minister Lubbers min of meer zijn eerder ingenomen standpunt, door onder meer te verklaren dat de vestiging in Heerlen voorhands zou blijven bestaan en dat de ambtenaren die hun werkzaamheden elders in het land moesten verrichten toch in Limburg zouden mogen blijven wonen. “Maar de onrust sloeg weer toe”, herinnert Bastin zich. “eker toen de plaatsvervangend secretaris-generaal Van Oosten en het hoofd van de afdeling personeelszaken Stolk van het ministerie van Economische Zaken in 1983 aankondigden naar Heerlen te komen om aan de medewerkers van SodM uitleg te verschaffen over de stand van zaken. Samnegevat luidde hun boodschap dat van opheffing van de Heerlense vesting geen sprake was en dat overbrengen van werkzaamheden naar Den Haag pas zou geschieden als voor de medewerkers die in Limburg wilden blijven wonen passend werk was gevonden.

Uiteindelijk is op 9 juli 1985 Den Haag de hoofdvesting van Staatstoezicht geworden. Desalniettemin blijven in Limburg nog taken waar het SodM bij betrokken blijft.

Categories : Nieuws, Onderzoek
Comments (1)

Op mijn ondergrondse tochten kom ik heel vaak het ‘IHS-teken’ tegen. Dit monogram zie je heel groot, soms zeer klein en ook als inkrassing in de mergel. Meestal loop ik er zonder na te denken langs, maar laatst zat ik wat foto’s na te kijken en kwam ik het onderwerp wel zeer vaak tegen en begon ik me af te vragen wat het betekent.

Het monogram IHS

Het monogram IHS wordt vaak verklaard als de beginletters van Iesus Hominum Salvator (Jezus de Redder der Mensen), maar eigenlijk zijn het de eerste drie Griekse letters van de naam Jezus (ΙΗΣΟΥΣ). Dit monogram kwam op in de hoge middeleeuwen. In de oudheid werd het monogram XP (XP zijn de eerste twee Griekse letters van Christos) meer gebruikt. IHS vindt men terug op kerkgevels, biechtstoelen, bidprentjes en ook op oudere kazuifels.

Tegen het einde van de Middeleeuwen IHS werd een symbool, net als de chi-rho in de periode van Constantijn. Soms tekent men boven de H een kruis en daaronder drie nagels, terwijl het hele figuur is omgeven door stralen. Waarschijnlijk werd dit teken door blokbrekers op de mergelwanden getekend om zijn bescherming af te dwingen. De mergelgroeves waren een gevaarlijke plaats en de blokbrekers waren zeer (bij)gelovig. Door dit monogram bij hun werkfront te tekenen, lieten ze in elkaar geval zien dat ze respect hadden voor de omgeving waar ze werkten.

Hier onder zie je enkele voorbeelden uit diverse mergelgroeves in Limburg

DSCF4033a 281x300 Het IHS teken   opschriften in de ondergrondse mergelgroeves

IHS-teken Zonneberg

IMG 3192a 186x300 Het IHS teken   opschriften in de ondergrondse mergelgroeves

IMG 3237a 212x300 Het IHS teken   opschriften in de ondergrondse mergelgroeves

Comments (1)

Hoe passen de Mergelgroeven in het Nederlands Erfgoedbeleid?

Samenvatting van de ‘Studiedag Ondergrondse Landscahppen’

Zie ook: Studiedag Ondergrondse Landschappen

Kijk hier voor de berichtgeving op L1: Videobeelden

Reportage Studiedag Onderaardse Landschappen op L1 laat – deel 1
Reportage Studiedag Onderaardse Landschappen op L1 laat – deel 2
L1 TV Journaalitem Studiedag Onderaardse Landschappen

Op vrijdag 27 november jl. had ik de gelegenheid, de door het Instituut Europa Subterranea (IES) in samenwerking met het Forum voor Erfgoedverenigingen georganiseerde studiedag, te bezoeken. Samen met een stuk of 40 andere deelnemers, welke ik hieronder nog uitgebreider zal benoemen, werden we ontvangen in het Gemeentehuis van Valkenburg. Volgens goed Limburgs gebruik begonnen we natuurlijk met een een stuk vlaai en een kop koffie.

Deelnemers:

Na een welkomstwoord van Karel Dendooven (Algemeen coördinator Forum voor Erfgoedverenigingen) kwamen we al snel tot de probleemstelling en doelstelling van deze studiedag; Hoe passen de Mergelgroeven in het Nederlands Erfgoedbeleid? Dat dit nog geen makkelijke taak is blijkt ook wel uit de toespraak en presentatie van Henk Baas, medewerker van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ook zij hebben moeite de mergelgroeven te plaatsen en er een duidelijk waarde aan toe te kennen. Uiteindelijk zijn onze mergelroeves toch ook archeologisch erfgoed! Wellicht kunnen ze voor het toekennen van een waarde gebruik maken van het ‘Framework‘ welke is ontwikkeld door John van Schaik, voorzitter van IES. Zijn presentatie was voor mij toch wel de meest interessante van deze dag.
Het Framework for Analysis kan volgens mij heel goed worden gebruikt om de waarde van een ondergrondse mijnbouw site vast te stellen op basis van alle betrokken disciplines zoals geschiedenis, archeologie, biologie, veiligheid en bv. cultuurhistorie. Dit zijn maar enkele onderwerpen die samen tot een soort ‘waarde kader’ kunnen worden samengevoegd. Ik hoop in de toekomst de gelegenheid te krijgen hier nog uitgebreider op terug te komen.

Werkbezoek aan de Gemeentegrot

P1000214a 300x189 De mergelgroeven in het Nederlandse erfgoedbeleidNa de sprekers werd het tijd om de Gemeentegrot te bezoeken onder leiding van Kevin Amendt en Wiel Felder. In tegenstelling tot de grote meerderheid van de toeristen kwamen wij niet voor de kerstmarkt aldaar, maar meer om te kijken naar de diverse manieren van mijnbouw en de de huidige toepassing voor toerisme. Zeer interessant om eens niet de platgetreden paden te bezoeken, maar eens die hoeken van de groeve te bekijken, die er nog zo bij liggen alsof de blokbreker gisteren pas vertrokken is. Zo krijgen we bijvoorbeeld te horen dat de Gemeente Valkenburg in de toekomst voorzichtiger en spaarzamer zal zijn met al die herdenkingsplaquettes die nu links en rechts de groeve verfraaien. Niet dat deze niet thuis horen in de groeve, maar men zou de wand wel beter mogen controleren op authentieke opschriften of inkrassingen voordat men ze plaatst. Ook mogen de standhouders van de kerstmarkt geen spijkers meer in de wanden slaan. Het is waarschijnlijk niet genoeg, maar het is een begin.

De mergelgrotten van Hinnisdael te Vechmaal

Na het bezoek aan de Gemeentegrot verplaatsen wij ons naar het Belgische Kanne waar de lunch plaatsvindt. Na de lunch zien we een presentatie van Michiel Dusar over de mergelgrotten van Hinnisdael te Vechmaal – de meest westelijk gelegen mergelgroeves van België. Een zeer interessante presentatie over een groep zeer bijzondere groeves, mede omdat deze met ‘de voeten in het water’ liggen. Ze staan dus, afhankelijk van de tijd van het jaar, gedeeltelijk onder water.

Het probleem van grensoverschrijding van ondergronds erfgoed

P1000251a 173x300 De mergelgroeven in het Nederlandse erfgoedbeleidJan Peumans, voorzitter Vlaams Parlement, is de volgende spreker. Zijn thema is ‘Het probleem van grensoverschrijding van ondergronds erfgoed‘. Het gemis aan grensoverschrijdende samenwerking belemmert nou juist de bescherming van ondergronds erfgoed. Zo kan het voorkomen dat op het plateau van Caestert (gedeeld door de grenzen Nederland, Wallonië en Vlaanderen) aan de ene kant het erfgoed verloederd terwijl het aan de andere kant wordt beschermd – fysiek maar 4 meter. Zo bevinden zich in het Nederlandse deel van de Caestertgroeve zeer bijzondere middeleeuwse tekeningen op de wanden die niet worden beschermd. Dit gedeelte van de groeve is alleen over Belgisch grondgebied te bereiken en is eigendom van de ENCI, die dit gedeelte nog steeds zou kunnen afgraven ten behoeve van de kalksteenwinning. Een voor mij onbegrijpelijke en ook onwenselijke situatie.

Hierna wordt het plateau van Caestert en de Caestertgroeve nog bezocht – ondanks dat het weer ons gunstig is (het regent nu niet) is de weg er naar toe een
waar modderbad – het wandeltempo neemt al snel af maar zorgt er wel voor dat ik de gelegenheid krijgt om diverse andere deelnemers te spreken. Zo spreek ik een tijdje met een medewerker van ‘de groene brigade’, verantwoordelijk voor handhaving en toezicht van de Limburgse buitengebieden – dus ook van de mergelgrotten. Ook spreek ik met medewerkers van de Provincie Limburg die voor de veiligheid in de grotten verantwoordelijk zijn. Op deze manier is deze dag ook een ideale gelegenheid om te ‘netwerken’.P1000258a 300x208 De mergelgroeven in het Nederlandse erfgoedbeleid

Weer terug in Kanne is er nog een korte evaluatieronde o.l.v. John van Schaik. Opvallend is de opmerking van Wiel Miseré (Staatstoezicht op de Mijnen), dat men zich niet druk hoefde te maken over de nieuwe Mijnbouwwet – de Gemeentegrot heeft reeds en nieuwe vergunning ontvangen zonder al te veel moeite – en dat er volgens hem ook voor onderzoekers in het komende jaar genoeg mogelijkheden zijn hun onderzoeken uit te voeren.

De nieuwe Mijnbouwwet

De mijnbouwwet is redelijk moeilijke materie en hieronder volgt een uitleg zoals ik deze heb begrepen, het is dus een persoonlijke interpretatie.

De nieuwe mijnbouwwet volgt in 2010 definitief de oude versie van 1810 op (dus nog uit de tijd van Napoleon). De nieuwe wet is nodig omdat er na diverse ongelukken in de lande (denk aan: Brand Volendam, grote vuurwerkramp Enschede) er de noodzaak was voor de eigenaren hun aansprakelijkheid in te dekken. Iedereen die iets in een groeve organiseert – of het nu een vleermuistelling of toeristische rondleiding betreft – moet in het bezit zijn van een vergunning waaraan zeer strenge eisen aan verbonden zijn. Dit geld dus ook voor de Limburgse mergelgrotten. In het geval van intensief gebruik – zoals bv. in de Gemeentegrot, waar zeker in de maand december meer dan 100.000 bezoekers komen – moet elk risico dus worden uitgebannen. Hoe voorkomt de Gemeente Valkenburg (die in dit geval eigenaar is van de Gemeentegrot) dan dat er ongelukken zouden kunnen gebeuren, zoals bv. stukken mergel die uit het plafond vallen of het verdwalen van toeristen in de uitgestrekte gangen. De eigenaar moet dus een groot pakket aan veiligheidsmaatregelen treffen met alle kosten van dien. In het geval van de Gemeentegrot kan men het nog doorberekenen aan de toerist, maar voor de particuliere eigenaar (meestal extensief gebruik) is dit waarschijnlijk onbetaalbaar. Hij zal een onderzoek moeten doen naar de stevigheid van zijn groeve (denk aan instortingen) en zal dus ook moeten zorgen voor een deugdelijke sluiting van de groeve om te voorkomen dat onbevoegden nog toegang krijgen en dit kost duizenden euro’s. Het gevolg zal zijn dat hij zich nog wel eens zal bedenken voordat hij onderzoekers in zijn groeve laat – waarschijnlijk met gevolg dat de groeve met betonnen muur permanent zal worden gesloten = de goedkoopste oplossing.

Comments (0)
May
09

“Opsteker” voor John Hageman

Posted by: | Comments (0)

Bron: de Ster – 8 mei 2009

John Hageman kan uren over de grotten vertellen. Het is zijn grote passie. Hobbymatig, maar ook als vrijwilliger. Alles wat met de mergelgrotten te maken heeft, heeft de interesse van de Maastrichtenaar. Van het in kaart brengen van de grotten zelf tot gidsen om anderen iets te leren over de gangenstelsels tot het bewerken van mergel. “Ik interesseer me ook voor alles wat loopt en kruipt in de grotten. Zo ben ik nu bezig met een onderzoek naar spinnen.” Geen alledaags vrijwilligerswerk. Hageman vindt het echter fantastisch. “In de grotten is stilte absoluut en is duisternis absoluut. Veel mensen vinden dat griezelig, ik vind het geweldig.” Daarnaast zet hij zich in voor de stichting ir. D.C. van Schaïk waarvoor hij een groeve beheert. Jarenlang was Hageman leraar op een basisschool in Maastricht. Geen rustige baan, maar toch vond hij nog genoeg tijd om verschillende vrijwilligersactiviteiten
tedoen. Dat begon al jaren geleden: jeugdwerk, kindervakantiewerk, voorzitter van de ouderraad, redacteur en oprichter van de dorpskrant enzovoorts.
Het Opstekertje is hem op het lijf geschreven. “Ach, ik wil gewoon graag iets te doen hebben.”

pixel Opsteker voor John Hageman
Categories : Berglopen, Onderzoek
Comments (0)