Het gele goud van de Sint-Pietersberg
ByBron: www.nd.nl door: Kees de Heer op 23-01-2010
In 2018 stopt het afgraven van de Sint-Pietersberg bij Maastricht voor mergelwinning. Het vrijkomen van de groeve biedt grote kansen voor natuur en recreatie.
De Vereniging Natuurmonumenten lanceerde afgelopen woensdag haar plannen voor de herinrichting van de enorme steengroeve.
De excursie viel me destijds een beetje tegen. Met de tweede klas van de middelbare school gingen we in de winter van 1970-1971 een hele dag naar Zuid-Limburg, voor het vak aardrijkskunde. We werden meegevoerd naar het Savelsbos en naar de ENCI-groeve bij Maastricht. Het kan zijn dat we eveneens een rondleiding kregen door het gangenstelsel van de Sint-Pietersberg, maar daar kan ik me helaas weinig van herinneren. Ik weet nog wel dat de rondwandeling in het Savelsbos me zwaar tegenviel, omdat we midden in de winter geen bloemen zagen en niets merkten van de rijke voorjaarsflora van de hellingbossen.
De rondleiding in de ENCI-groeve viel me tegen omdat ik geen mooie fossielen vond. De mergel zou boordevol kalkskeletjes en haaientanden moeten zitten. Na mijn speurtocht had ik wel een brokstuk met enkele piepkleine schelpjes, maar ik hoopte natuurlijk stiekem op een spectaculaire vondst.
Afgelopen woensdag kwam ik voor de tweede keer in de ENCI-groeve, tijdens een persexcursie van Natuurmonumenten. Gewoontegetrouw heb ik weer een brok mergel en een vuursteenknol mee naar huis genomen, maar ook deze souvenirs zullen nooit in de vitrines van een museum terechtkomen. De oehoe heb ik woensdag niet gezien of gehoord. De grottenspin, de bergnachtorchis en het klaverblauwtje heb ik evenmin kunnen bewonderen. Maar ik kan me nu wel wat voorstellen bij de ambitieuze plannen van Natuurmonumenten voor de herinrichting van de groeve.
Doolhof
De Eerste Nederlandse Cement Industrie (ENCI) is in 1926 begonnen met het afgraven van de Sint-Pietersberg. Maar eigenlijk was dat niet de echte start van de mergelwinning. Reeds aan het begin van onze jaartelling is op de flanken op kleine schaal mergel afgegraven. Vanaf de middeleeuwen werd de ondergrondse mergelwinning op grote schaal
aangepakt. Het uitzagen van enorme mergelblokken resulteerde in een indrukwekkend gangenstelsel, een doolhof van tachtigduizend gangen, met galerijen van wel acht tot tien meter hoog.
De mergelblokken zijn eeuwenlang vooral gebruikt als bouwmateriaal. Nieuw bij de ENCI was dat de kalksteen grondstof werd voor de productie van cement. De ENCI kreeg toestemming om maar liefst honderdveertig hectare van de Sint-Pietersberg af te graven. Deze concessie zou in 1991 aflopen, maar de fabriek kreeg vlak daarvoor toestemming om twintig jaar langer door te gaan en nog dieper kalksteen te winnen. De groeve werd dus niet groter, maar wel steeds dieper.
Op dit moment is een oppervlakte van 106 hectare afgegraven. Op sommige plekken is een kalkpakket van maar liefst 95 meter hoog weggehaald. Daarbij is ongeveer driekwart van het eeuwenoude gangenstelsel verdwenen. Er is nog zestig kilometer over, een doolhof van twintigduizend gangen.
De Oehoevallei
De concessie van de ENCI zou aflopen op 1 januari 2010. Maar de fabriek kwam met het verzoek om tussen 2010 en 2020 nog eens 64 hectare te mogen afgraven. Dat leidde tot massale protesten bij de Maastrichtse bevolking, vooral omdat de oven van de cementfabriek mede wordt gestookt met afval en dat levert de nodige luchtvervuiling op.
De belangen van industrie, recreatie, natuur en cultuurhistorie lijken in dit geval keihard te botsen. Maar intensief overleg tussen de ENCI, overheden, Natuurmonumenten en bewoners, die zich hebben verenigd in de Werkgroep Sint-Pietersberg Adembenemend, heeft eind vorig jaar geleid tot een creatief transformatieplan, waarmee iedereen zich kan verzoenen.
Op de locatie van de cementfabriek komen nieuwe bedrijven, in de zone daarnaast allerlei recreatievoorzieningen. Het grootste deel van de groeve wordt ingericht voor natuurgerichte recreatie, terwijl de meest kwetsbare delen altijd afgesloten blijven voor publiek en alleen onder begeleiding bezocht kunnen worden. De cementfabriek mag nog acht jaar doorgaan met mergelwinning, maar de kalksteen wordt nu zodanig afgegraven dat daarmee meteen het natuurgebied wordt ingericht, met flauwe hellingen voor gevarieerde kalkgraslanden en hier en daar uitgespaarde zuilen voor rotsplanten.
Beheerder Eduard Habets van Natuurmonumenten is enthousiast over het transformatieplan: ,,De schijnbaar onverenigbare functies kunnen toch samengaan, zodat we allemaal winst boeken. De oppervlakte natuurgebied op de Sint-Pietersberg wordt in één klap verdubbeld. We bieden straks natuurbeleving en recreatie, spanning en avontuur. Het wordt nog een hele toer om met al die hoogteverschillen de veiligheid goed te regelen en we moeten tegelijk de kwetsbare natuur zorgvuldig beschermen.”
Eduard Habets is vooral bang voor overmatig oehoetoerisme. Want de grootse Europese uilensoort is erg gevoelig voor verstoring. De oehoe broedt graag in steile wanden van steengroeves, op voor anderen onbereikbare richels. De eerste waarnemingen in Nederland stammen uit de jaren tachtig van de vorige eeuw en vanaf 1997 nestelt de oehoe in de ENCI-groeve.
Eduard Habets vertelt dat de eerste stukken nog dit kalenderjaar worden heringericht en meteen overgedragen aan Natuurmonumenten: ,,We beginnen met de Oehoevallei en met enkele steile groeveranden. We gaan het naaldbos van D’n Observant weghalen. Pakweg tien procent van de kalksteen bestaat uit vuursteenknollen, waar de ENCI niets mee kan. Dit materiaal is met dekgrond op een grote hoop gegooid. Intussen is deze heuvel, de zogenaamde Observant, geheel begroeid met bos. We gaan deze begroeiing weghalen en de heuvel herinrichten, waarbij er zeer waardevolle natuur terugkomt.”
Ecoloog Peter Voorn vertelt dat de Sint-Pietersberg een uiterst gevarieerde flora en fauna heeft: ,,Het gangenstelsel van de Sint-Pietersberg is van levensbelang voor allerlei vleermuizen die in vorstvrije ruimten willen overwinteren. Het gaat om veertien verschillende soorten, waarvan er drie op Europese schaal zeldzaam zijn. De verschillende biotopen op de hellingen herbergen allerlei planten en dieren, die in ons land zeldzaam zijn. Dat is vooral te danken aan de kalk in de bodem en aan de zuidelijke ligging, nabij de Ardennen en de Eifel.”
Peter Voorn benadrukt dat de klimaatomstandigheden in de steengroeve heel bijzonder zijn: ,,Heel Zuid-Limburg heeft een bijzonder klimaat, met relatief veel zon en relatief weinig neerslag. In de steengroeve is het microklimaat nog extremer. Want als het elders dertig graden is, dan is het in de windstille groeve minstens veertig graden. Lang niet alle planten kunnen daar groeien, maar daar floreren juist allerlei bijzondere planten.”
Hij vervolgt: ,,Als we groeve herinrichten, dan zorgen we voor een enorme variatie tussen nat en droog, hoog en laag,voedselrijk en voedselarm. We maken bij voorkeur geleidelijk oplopende hellingen, die op het zuiden zijn gericht. Daar proberen we heischrale graslanden en kalkgraslanden terug te krijgen. Deze vegetaties herbergen een extreem hoge biodiversiteit, met soms wel vijftig plantensoorten per vierkante meter, topnatuur met orchideeën en gentianen. De ENCI heeft tientallen jaren geprofiteerd van de mergelwinning, van het gele goud. Nu krijgt Natuurmonumenten dat goud in handen.”
Related posts:

