Je bent hier: Home » Mergelgrotten » Maastricht » Bij de Paters Jezuïeten onder de grond

Bij de Paters Jezuïeten onder de grond

by Frank Daelmans on 18/04/2009

Reportage uit de ‘Katholieke Illustratie’ van 31 Juli 1953

Bezoek aan de Mergelgroeven van de Cannerberg

Berg in duisternis gehuld,

Van kracht van eeuwen en zee vervuld,

Die op ons wacht met oeroud geduld,

Zeg eens hoe lang je nog wachten zult….

Bergcanon

Het is geen gedicht dat ooit in aanmerking zal komen voor een literaire prijs. Het heeft ook helemaal niet de pretentie een poëtisch werkstuk te zijn. Maar voor de paters Jezuïeten van het Canisianum te Maastricht heeft het een betekenis, die ver uitgaat boven de kunstwaarde ervan. Het staat in schone blokletters gekalligrafeerd op een wand in een van de vele onderaardse gangen van de Fallenberg, die samen met met de Louwberg en de Bosberg de alom in het land bekende Cannerberg vormt, aan welks voet het riviertje de Jeker stroomt. Een muzikaal aangelegde pater Jezuïet heeft het zelfs getoonzet en zo is dit vers tot “Bergcanon” verheven om door de theologanten te worden gezongen, als zij eenmaal in de week de theologie de theologie laten en in de ingewanden van de fallenberg verfrissing voor hun geest proberen te vinden. Want ook een pater Jezuïet is ‘maar’ een mens, die evengoed als ieder ander behoefte heeft aan ontspanning.

De regelen van deze “Bergcanon” schoten ons te binnen, toen wij, tweeënveertig meter onder het oppervlak van de Fallenberg, door onze met vergassers en carbidlampen gewapende begeleiders in de steek werden gelaten en eenzaam achterbleven in een duisternis zó intens en zó beklemmend, dat we een ogenblik het gevoel kregen of heel die enorme mergelmassa zo aanstonds met donderend geraas zou neerstorten en ons tot graf zou worden. Het was een sensatie als wij nooit eerder hadden beleefd en hoogstwaarschijnlijk ook nooit meer beleven zullen. Geen enkel geluid brak in die duisternis tot ons door en het enige tastbare in die buik van de Fallenberg waren de gladde mergelwanden en de vochtige kilte, die al met ijzige vingers naar ons greep. We hebben iets gewaar kunnen worden van de angst, welke grotbezoekers moeten hebben doorstaan, die zich, afgedwaald van hun spoor, te diep in de berg hebben gewaagd en jammerlijk verdwaald raakten. Zoals we ook iets hebben begrepen van de vreugde dezer ongelukkigen, toen eindelijk – na hoeveel bange uren? – de redding slaagde. Ver voor ons uit ontwaarden we een flauw schijnsel, dat geleidelijk aan in kracht won, tot plotseling heel de gang, waarin we stonden, in een felle, gele gloed lag, die de schaduwen van onze begeleiders in groteske vormen op de mergelwanden projecteerde.

1236027979nscan0003 218x300 Bij de Paters Jezuïeten onder de grond

Een pater schijnt met zijn carbidlamp op een uit mergel gehouwen Cherub

scan0005a 300x211 Bij de Paters Jezuïeten onder de grond

De plattegrond van het gangenstelsel in de Cannerberg. Deze kaart is gemaakt door pater de Bruyn,

die met driehoeksmeting elke gang heeft doorzocht en gemeten.

Zeeschildpad

In de wand van een van de gangen heeft men in 1862 (dus bijna dertig jaar voor de komst van de paters Jezuïeten) het fossiel gevonden van een enorme zeeschildpad. het werd overgebracht naar het Maastrichts Natuur-Historisch Museum, maar een deel van een der voorpoten is in de wand achtergebleven en dat werd de aanzet voor een reliëf, dat een getrouwe voorstelling geeft van de gedaante en de omvang van dit beest.

Tot 1904 waren de grotten van de Cannerberg ook toegankelijk voor het publiek. de bewoonster van het nabijgelegen kasteel Neercanne ondervond echter veel hinder van onbescheiden bezoekers van haar bos en meermalen gebeurde het, dat de paters bij hun wekelijks bezoek aan de grotten tekeningen en inschriften beschadigd en zelfs geheel verwoest aantroffen.

Dit en het feit, dat opgeschoten jongelui de onderaardse gangen benutten voor ongewenste rendez-vous, leidde tot sluiting van de groeven. Het hoeft niet gezegd, dat deze maatregel op veel verzet stuitte, vooral van de zijde der zojuist genoemde jeugd. Verscheidene malen heeft zij de ingangen geforceerd, zoals bijvoorbeeld in maart 1906, toen jonge vandalen vreselijk in de grotten van de paters hebben huisgehouden en een zeer groot deel van de in de loop der jaren aangebrachte werkstukken onherstelbaar hebben vernield of zo ernstig hebben bekrast, dat restauratie nauwelijks meer mogelijk scheen. ofschoon wel een ogenblik ontmoedigd, zijn de paters spoedig aan het werk getogen om te redden, wat er nog te redden viel, terwijl ook al gauw weer aan nieuwe objecten werd begonnen.

1236027421nscan0002a 300x212 Bij de Paters Jezuïeten onder de grond

In de ‘ondergrondse kleedkamer wordt de werkkleding van de paters bewaard in een bus.

Iedere pater heeft zijn eigen bus, waarvan het nummer correspondeert met de naamlijst erboven. Op deze manier

wordt de kleding gevrijwaard tegen de inwerking van vocht.

(Deze bussen staan er ook heden nog steeds!)

Instorting

Een tweede en nog grotere ramp greep plaats op 20 juli 1920, toen een groot deel van de Louwberg instortte. In de “Kroniek van de cannerberg” staat hierover een kort relaas van pater van Dinter, doch daar is niet op uit te maken, wat er door die instorting allemaal verloren ging. Te oordelen echter naar wat pater van Loosrecht, de huidige bergbaas, ons erover verteld heeft, moet het verlies zeer aanzienlijk zijn, wat trouwens ook kan worden afgeleid uit de kaart van het onderaardse gangenstelsel in de Cannerberg, een knap werkstuk van pater Fred. de Bruyn.

Na die instorting zag het er aanvankelijk naar uit, dat het met het onderaardse “gewroet” der paters Jezuïeten voorgoed gedaan zou zijn, want ingenieurs van het mijnwezen, die een onderzoek kwamen instellen, keurden, zoals in de kroniek vermeld staat, de hele boel af, niet alleen wat er nog van het gangenstelsel in de Louwberg gespaard was gebleven, maar ook de gehele Fallenberg en zelfs de hoofdingang van de Bosberg. Onnodig te vertellen, dat de teleurstelling onder de paters zeer groot was. “Een nieuwe rector en een nieuw geluid,” schrijft de chroniqueur in 1922. pater van Minderop heeft de hoofdingenieur van het mijnwezen overgehaald de berg opnieuw te inspecteren en het resultaat is, dat de zaak veilig wordt verklaard, tenminste tot op circa dertig meter meter van de instortingslijn. Met enkele latten werden nu die gangen afgezet, die of te dicht bij de instortingen liggen, of anderszins gevaar kunnen opleveren. Met enige feestelijkheid werd de berg daarna weer geopend.

Een ochtend en een middag lang hebben we met pater van Loosdrechten zijn confrater, pater Willenborg, door de grotten van de Fallenberg gezworven. Bijna acht uur zonder een spiertje daglicht in een labyrint van niets dan mergelgangen.

scan0004a 300x273 Bij de Paters Jezuïeten onder de grond

In vele gangen zijn de wanden versiert met silhouetten van paters Jezuïeten – dit soort

silhouetten vind je in vele oude groeves terug

De Louwberg

De Louwberg bestaat uit de volgende gangenstelsel (tussen de Apostelgroeve en kasteel Neerkanne):

  • De Boschberg – door instortingen van de Fallenberg gescheiden. Reeds in 1944 militaire activiteiten door de Duitsers in de vorm van een assemblagefabriek. Vanaf 1963 tot 1992 was in deze berg het Luchtmacht Coördinatie Centrum van de NATO gevestigd. Op dit moment wordt de berg gesaneerd i.v.m. asbest.
  • Jezuïetenberg – Is een gedeelte van de Fallenberg.
  • Fallenberg (ook Oudberg, Valberg en Falberg genoemd.)  – oude groeve, blijkt reeks in 1504 als “Gevallenberg” te boek te staan. Groeve is in slechte staat en niet te bezoeken.

(Bron: “Mergel Gebroken”- Luck Walschot)

Meer weten over de jezuietenberg: Rondleidingen Mergelgrotten of jeuietenberg.nl

Ook in de reeks ‘Maastrichts Silhouet‘  is een mooi boek verschenen (nummer 70), geschreven door Ton Breuls en Peter Houben, vol met informatie over de Jezuïetenberg.
pixel Bij de Paters Jezuïeten onder de grond

{ 0 comments… add one now }

Leave a Comment

*

{ 1 trackback }

Previous post:

Next post: