Nog steeds gefascineerd door stilte en duisternis
ByBron: Philips Pensioenfonds
De stilte en duisternis fascineren mij nog steeds
Interview met Willem van Schaïk, ‘bergloper’ en schilder
Interview met ing. Willem van Schaïk, 88 jaar. Al zijn hele leven lang is Willem van Schaïk geboeid door licht en duisternis. Als zevenjarig jongetje betreedt hij voor de eerste maal de donkere mergelgroeven van de Sint-Pietersberg en raakt besmet met het ‘mergelvirus’. In zijn studententijd wordt Van Schaïk gegrepen door het standaardwerk ‘Kunstlicht en Architectuur’ van ir. Louis Kalff. Het is een eerste aanzet voor een carrière als lichtadviseur bij Philips. De beleving van licht en duisternis loopt als een rode draad door zijn leven.
Het gesprek vindt plaats bij Willem van Schaïk thuis in Geldrop. Van Schaïk is minder mobiel sinds hij een ruggenwervel brak bij een ongelukkige val. Tot die tijd bezocht hij met bevriende berglopers nog wekelijks de mergelgrotten van de Sint-Pietersberg. “Nu geef ik af en toe nog lezingen en ik zit in de referentieraad van de Stichting ir. D.C. van Schaïk, een stichting die zich inzet voor het beheer van de onderaardse kalksteengroeven. Na mijn pensionering in 1981 heb ik als gids jarenlang educatieve rondleidingen gegeven aan scholen en universiteiten”, vertelt Willem van Schaïk. “Ik loop al 75 jaar in de grotten en ik weet er blindelings de weg.”
De vader van Willem van Schaïk, de bekende ir. D.C. van Schaïk, ontwierp en bouwde rond 1930 een transporttunnel dwars door de Sint-Pietersberg. Door deze Van Schaïktunnel reden vele jaren wagonnetjes met mergel. “Na het gereedkomen van de tunnel bracht mijn vader de tweehonderd kilometer aan gangenstelsels in kaart en ik assisteerde hem bij het opmeten van de gangen en het fotograferen van de vele historische mergelopschriften. Ik bediende de lantaarn en noteerde de vragen. Zo heb ik samen met hem de weg leren kennen in vrijwel alle gangenstelsels, tot in de meest afgelegen uithoeken”, aldus Willem van Schaïk. Deze kennis kwam hem goed van pas toen hij zich als twintigjarige tijdens de Tweede Wereldoorlog aansloot bij het Limburgse verzet. Hij leidde tientallen mensen die op de vlucht waren voor de Duitse bezetters door de mergelgrotten naar België. “Daar was het veiliger. Het Belgische verzet stond ons dan op te wachten en ontfermde zich over de onderduikers”. Ook de Van Schaïktunnel bleek van historisch belang. “Dankzij deze tunnel konden wij gemakkelijk de nationale kunstschatten naar de schilderijenkluis in de berg brengen. Ik ben dan ook een van de weinigen die de Nachtwacht in handen heeft gehad”, memoreert Willem van Schaïk. In het laatste oorlogsjaar moest Willem van Schaïk zelf vluchten. De oorlogservaringen hebben hem diep geraakt.
Willem van Schaïk studeerde elektrotechniek aan de hts en werkte tijdens zijn studie in de Oranje-Nassaumijn in Heerlen. “Ik was de enige met jarenlange ondergrondse ervaring en kon dus direct aan de slag als Opzichter van de elektriciens bij DSM. Wij legden elektriciteit aan op 800 meter diepte”, vertelt hij. Van 1948 tot 1981 was Van Schaïk werkzaam bij Philips als lichtadviseur. Geïnspireerd door ir. Louis Kalff specialiseerde hij zich in de integratie van kunstlicht in de architectuur. “We hadden toen te maken met de omslag van de gloeilamp naar tl. In 1953 had Philips een oud fabriekje ingericht als demonstratielaboratorium. Dat heb ik toen met 32 elektriciens en 5 binnenhuisarchitecten op de kaart gezet”, aldus Van Schaïk. “Ik heb een fijne periode gehad bij Philips. Ik heb in Eindhoven veel geleerd, met veel genoegen mijn werk gedaan en vooral veel vrienden gemaakt. Bij Philips staan menselijke verhoudingen hoog in het vaandel en dat vind ik belangrijk. Carrière maken is meer dan alleen een goede baan met een goed salaris. Een rijke carrière begint voor de spiegel”, zegt Van Schaïk resoluut.
De bezoekfrequentie aan de mergelgrotten is dan weliswaar lager op dit moment, de liefde voor de groeven is onverminderd groot. “In de grotten heerst absolute stilte en complete duisternis. Dat is indrukwekkend en fascineert mij nog steeds. Met mijn schilderwerk wil ik de sfeer van de grotten creëren. Ik wil mensen die er nooit zijn geweest, laten zien wat echt donker is”. Sinds enkele jaren schildert Willem van Schaïk fraaie aquarellen van verloren delen van het gangenstelsel. “Veel van de gebieden zijn door afgraving verdwenen. Op een avond ben ik thuis achter een stuk tekenpapier gaan zitten en heb ik geprobeerd om een beeld uit mijn herinnering vast te leggen. Al die beelden staan in mijn geheugen gegrift: de aardedonkere gangen van één tot wel achttien meter hoog, slechts verlicht door mijn kleine stallantaarn. Met mijn aquarelmateriaal heb ik de oorspronkelijke pentekening verlevendigd met licht en kleur. Ik was meer dan tevreden met het resultaat”. De eerste unieke beelden van de verdwenen gangenstelsels zijn verzameld in het boek Verloren Schoonheid. Inmiddels omvat de collectie meer dan veertig aquarellen die regelmatig op exposities te bewonderen zijn. Naast de aquarellen vertrouwt Willem van Schaïk ook gedichten aan papier toe. Het zijn gedichten over zichzelf en over zijn verleden.
Nu wordt Willem van Schaïk bij zijn spaarzame bezoeken aan de berg nog steeds met eerbied begroet. Niemand kent de Sint-Pietersberg beter. De ‘oudste bergloper van Nederland’ is zeker een actief gepensioneerde met een boeiend verhaal.
Related posts:
