In het Noordelijk Gangenstelsel van de Sint Pietersberg, alleen bereikbaar via een instortingsgebied, ligt de zogenoemde Rechterskamer.Deze kamer is in 1932 ontdekt door ir. D.C. van Schaïk die op dat moment een doorgang door de Sint Pietersberg zocht. Het is het einde van een klein stukje gang waarop aan drie zijden tekst en tekeningen staan. Volgens het jaartal wat eronder vermeld staat, komt het uit 1806 en is het geschreven/getekend door Gerardus Rosier. Hij zou deze tekening hebben gemaakt, toen hij zat onder gedoken op deze loactie – op de vlucht voor zijn veroordeling. Aan beide zijkanten staan diverse rechters die in die tijd ook werkzaam waren als rechter. De tekst luidt als volgt:
Die myn kamer vint die moetse niet bederven.
Laet uwen besten vrient niet schryven
op de verven. Diet is een gedagtenis
Bid aan Godt den soon Daet hy ons genadig is
een synen hemeelsen troon.
De site van Erik Honée; Myn kamer heeft voor de term “kamer” een mooie verklaring:
Een ‘kamer’ is een verlaten werkfront van blokbrekers in een mergelgroeve. Een min of meer besloten plek, gevormd door het einde van een doodlopende gang.
Als berglopers tijdens een lange bergtocht even willen pauzeren zoeken ze vaak zo’n kamer op. De meegebrachte spijs en drank wordt er genuttigd. Ook de plek bij uitstek om een (sterk) bergverhaal te vertellen!
Op dit moment wordt eraan getwijfeld of de persoon Gerard Rosier wel echt de maker van deze tekeningen is, niemand heeft ooit iets gevonden over een veroordeling. Op de site van Breur Henket staat een verhaal dat deze persoon zich misschien in de grotten had verscholen om te ontkomen aan een gedwongen militaire loopbaan.
Helaas heb ik tot heden de tekeningen niet zelf kunnen bezoeken.
De foto’s heb ik van Hans Ogg gekregen, mijn dank daarvoor. Verdere informatie heb ik verkregen via het forum van Mestreechonline.nl (met name Rob Heckers)
Zie ook “Die myn kamervint, die moetse niet bederven” van Marjan Melkert (Wetenschapswinkel jan 1997)







{ 0 comments… add one now }