Search Results for "hoe+zijn+mergelgrotten+ontstaan"
Cannerberg – Ruïne van de koude oorlog
Posted by: | CommentsBron: Limburgs Dagblad 28 januari 2012
Door: Vikkie Bartholomeus
Decennia lang wist niemand precies wat al die militairen deden in de Cannerberg. De van van de Berlijnse Muur en een asbestschandaal maakten in 1992 een einde aan de ondergrondse NAVO-Basis. Na veel gesoebat over de grootste en meest complexe asbestsanering ooit is de Cannerberg weer ‘schoon’ overgedragen aan Limburgs Landschap.
Gasmasker op, overall aan. Het roestige poortje langs een onopvallene bosweg is zo smal dat je er zijdelings doorheen moet. Directeur Ger Frenken van Limburgs Landschap herinnert zich nog goed hoe hij er voor het eerst nerveus ondergronds ging. “Het was pure Hitchcock, buitengewoon spannend. Die berg was ‘geplastificeerd’, geheim. Je had geen idee.” Wat hij achter het onooglijke poortje aantrof was verbluffend. Acht kilometer gangenstelsel met met maar liefs 399 volledig geoutilleerde kantoren. Een kleine stad met een eigen brandweerkazerne, restaurant, kapsalon, cafés, wijnkelder en een indoor golfbaan compleet met nepgras. Een telefooncentrale, buizenpostnetwerk en een eigen bewegwijzeringssysteem: van Main Street tot Foxtrot Street.
NAVO-basis Cannerberg: 8000 meter gangen – 200-250 personeelsleden overdag / 30-40 personeelsleden s’nachts / 67.500 vloeroppervlak / 51 toiletten; 38 urinoirs, 27 douches; 75 wasbakken – 4482 tl-lampen
Jarenlang hebben hier dagelijks 250 mensen ondergronds gewerkt, onder zware geheimhouding. Militairen van Northag (Northern Army Group) en 2 ATAF (Second Allied Tactical Air Force) hielden in dit oorlogshoofdkwartier het Europese luchtruim in de gaten en runden vanuit het hart van de berg het nucleair operatiecentrum van de NAVO. ‘The Cave’ was een cruciale post in de wapenwedloop met de Rssen; de nieuwste verbindingstechnieken werden hier gebruikt. Eigen meteorologen hielden voor de gevechtspiloten het weer in de gaten; in de warroom werden op een groot scherm alle vluchtbewegingen van Italië tot Noorwegen geprojecteerd.
De NAVO betrok de voormalige Boschbergroeve in 1954; Britse militairen zochten een geschikte plek en wisten dat de Duitsers de berg in de Tweede Wereldoorlog hadden gebruikt om V1 en V2-raketten te bouwen. 4/371 werd de codenaam voor de Cannerberg, die al snel veranderde in een imposant militair bolwerk. Met controleposten, betonnen chicanes, kogelvrij glas en bomvrije deuren. m geen argwaan te wekken, moesten medewerkers de eerste jaren in burgerkleding naar binnen. Wat er inging, kwam er niet meer uit. Al het afval, elke afgedankte bureaustoel of koffiemok werd gedumpt in een van de zestien ondergrondse stortplaatsen. Documenten gingen na gebruik naar kamer B14: de shredding room. Versnipperde papierstroken werden daarna voor de zekerheid nog eens tot pulp vermalen. Want de vrees voor spionage was groot. De Russen hadden schijnbaar goede contacten in Limburg; Sovjetblad Pravda zou oefeningen in de Cannerberg geregeld van tevoren aangekondigd hebben. Bij de ingang van de war room hing nog tot aan de sluiting van de basis een waarschuwingsposter met portretten van elf militairen van de Russische missie Soxmis, die met permissie op NAVO-gebied verbleven, maar toch als gevaar gezien werden.
De drukte in de Cannerbergzorgde jarenlang voor geruchten en speculaties. Zaten er kernwapens in de berg? Waarom landden er geregeld helikopters? Pas in 1963 gaf de NAVO publiekelijk toe dat er sprake was van een ‘verenigd verbindingscentrum’ in de berg. Maar het bleef een “verboden plaats in gevolge van de Wet bescherming Staatsgeheimen”. Dat er ‘buiten’ niet over gesproken mocht worden, zorgde volgens Paul Croymans uit Ulestraten voor een grote verbondenheid ondergronds. “Wat in de berg kon, kon in een kazerne niet. Het was heel amicaal, de kolonel noemde je bij de voornaam, salueren hoefde niet.” Croymans werkte er 22 jaar als kapper. “Over klandizie had ik niet te klagen. ‘s Ochtends stond bij de ingang een officier van dienst die langharige militairen aanwees: barber, barber, barber. Die moesten allemaal bij mij langs. Voor de Britten, de Duitsers en andere nationaliteiten was kort haar verplicht. Aleen de Nederlanders, die lieten zich niet gauw knippen.”

Cannerberg - ingang
Croymans had een geweldige tijd ondergronds. Naast het hanteren van de tondeuse was hij lid van de driekoppige ‘trolleydots’, burgerpersoneel dat met een klein electrisch wagentje zorgde voor de logistiek in de mergelgangen. Dat hij zijn mond dicht moest houden over zijn werk ondergronds, weerhield hem het er niet van om soms voor de gein het geruchtencircuit te voeden. “Het was horen, zien en zwijgen. Maar ik heb wel eens wandelaars wijsgemaakt dat er bij de uitgang langs het kanaal duikboten lagen, met een getrainde dolfijn voor de bewaking. Dan hield ik een claxon in het water, toeterde en als er dan een rimpeling in het water kwam zei ik: zie je wel!”.
Paul Croymans vertelt met veel enthousiasme over de Cannerberg, maar zijn herinneringen zijn besmeurd door het asbestschandaal dat uiteindelijk het einde betekende voor de NAVO-basis. Tal van voormalige ‘berg-militairen’ en burgermedewerkers zijn ziek geworden doordat er te veel asbestvezels in de lucht hingen. Het ministerie van Defensie en de NAVO blunderden in de aanpak van deze gevaarlijke vervuiling, ondanks dringende verzoeken van buitenlandse militaire autoriteiten.
De ergste asbestvervuiling is ontstaan na een brand in de keuken in 1968; de juten doeken en een isolerende kurklaag om de luchttoevoerleidingen vatten vlam en er ontstaat een enorme rookontwikkeling in de nauwe mergelgangen. Om een herhaling te voorkomen, wordt asbest om de leidingen gespoten, waarvan minuscule deeltjes vervolgens door het hele complex gaan dwarrelen
De gevaren hiervan worden jarenlang onderschat of terzijde geschoven. Het duurt decennia voordat het asbestproblem onderkend wordt. De Royal Air Force adviseert bijvoorbeeld in 1976 al om het personeel uit te rusten met beschermende maskers en nog maar een minimum aan militairen tot de berg toe te laten. Maar pas nadat TNO in 1991 nogmaals een veel te hoge concentratie aan asbestdeeltjes meet, gaat de basis versneld dicht. Inmiddels is de Berlijnse Muur gevallen en is de geheime basis sowieso min of meer overbodig geworden.
Personeel is dan al jaren ongerust over de dreiging van asbestkanker mesothelioom. In een mergelwand in Alpha Street is een grafsteen ingekrast met opschrift: In peace my health killed by cave. Er naast de mergelgraffiti: 7 feet exit, met een pijl de bodem in. Paul Croymans krijgt tranen in zijn ogen. “Ze stikken allemaal”, zegt hij zachtjes. “Hoe veel mensen er ziek zijn geworden? Dat weet ik precies, maar dat zeg ik liever niet.” Wel wil hij kwijt dat hij alleen al in Limburg afscheid heeft moeten nemen van tien oud-medewerkers, overleden aan mesotheloom. “Er was zelfs een jongen bij van 24, die maar drie weken vakantiewerk in de berg heeft gedaan. Vreselijk”. Zelf wil hij zich niet laten testen op een eventuele aantasting van zijn longen of buikvlies. ”Als het zo ver is, weet ik genoeg. Dan heb ik nog een half jaar. En dan is het voorbij. Een afschuwelijk einde.”
Croymans was lang betrokken bij het Comité Asbestslachtoffers en helpt nog steeds weduwen om een schadevergoeding te krijgen. Het is voor hem een wrange vorm van genoegdoening. “Het ergste vind ik dat ze al heel lang wisten dat het niet pluis was, maar ze hebben ons daar gewoon in die rotzooi laten werken. Ik voel me belazerd.”
Paul Croymans was degene die in 1992 als laatste het hek van de Cannerberg sloot en de sleutel afgaf aan de kapitein. De NAVO dacht aanvankelijk de huur met de eigenaar Limburgs Landschap simpelweg op te kunnen zeggen, de toegang tot de berg dicht te kunnen metselen om vervolgens te vertrekken. Limburgs Landschap en de Gemeente Maastricht reageerden woedend. De berg moets shoon achter gelaten worden en de vervuiler betaalt! Jarenlange stekelige onderhandelingen volgden; uiteindelijk gaven het ministerie van Defensie en de NAVO toe, met tegenzin. Jos Notermans van de Stichting Menno van Coehoorn, die zich inzet voor militair erfgoed, kan zich de stekeligheden nog goed herinneren. “Julie willen de berg schoon? Dan gaat ook alles eruit!” Met enige dipomatie wist hij nog iets te redden van de bewegwijzering, apparatuur en opschriften op de muren die nu al ‘monumentale ‘ waarde hebben. Van het archief heeft hij maar een fractie kunnen redden. Van de 300 dozen met documenten en talloze tekeningen die zijn afgevoerd loopt het spoor bij het Nationaal Archief in Den Haag dood op een “Protocol van vernietiging’.
Wat rest is een surrealistische ruïne van de Koude Oorlog. De duistere kilometerslange gangen zijn volledig gestript. Er is nog maar een schim van de geheime ondergrondse stad overgebleven;hier en daar herinneren seventies-tegeltjes nog aan een kantine of siermetselwerk aan officiersbar The Flintstones. Alles is er uit gesloopt; licht, verwarming, alleen de enorme dieselmotoren zijn blijven staan. De oorlogsdreiging is nog steeds voelbaar, brush clothes – clean boots here staat op de murenvan een voormalige ontsmettingskamer en NBC-checkpoint; restanten van de tijd dat er nog serieus rekening gehouden werd met een nucleaire, biologische of chemische (NBC) aanval.
Het opruimen van de Cannerberg is een ongekend grote operatie geweest. Nog nooit eerder had zo’n ondergrondse sanering plaatsgevonden. De wet en regelgeving was onduidelijk en welke technieken moesten gebruikt worden? Niet alleen moest de asbest worden verwijderd, er was ook olie uit de tanks gelekt en het grondwater was vervuild. Tien jaar van onderzoeken waren er nodig, waarbij de meest uiteenlopende scenario’s zijn gepasseerd. Bacteriën in de mergel spuiten, mergel verhitten en de dampen afvoeren, iceblasting door de mergel te bespuiten met ijskoud kooldioxide.
Sanering: 9,3 miljoen kilo asbesthoudend afval – 2,9 miljoen kilo mergel verontreinigd met olie – 5,1 miljoen kilo schone mergel – 158.000 kilo puin – 12.500 kubieke meter afval uit ondergrondse vuilstorten
Uiteindelijk zijn de mergelwanden ‘gestofzuigd’ en deels handmatig afgekrabt. Ed van der Togt van het ministerie van Defensie: “Je kunt je voorstellen wat voor een monnikenwerk dit geweest is.” Elke twee uur moetsen de werklui zichzelf ontsmetten, ondanks maskers en beschermende kleding. Op plaatsen met olievervuiling is de bodem soms tot tien meter diep uitgegraven door een specialistisch bedrijf, dat wanden en plafonds heeft gestut om de stabiliteit te garanderen. Veertien stortplaatsen zijn opgeruimd; de bergen troep steeds met kleine karretjes naar buiten gereden. Twee stortplaatsen zijn achter gebleven omdat de wanden niet stevig genoeg waren om ze leeg te ruimen. Tijdens de sanering die van 2003 tot 2010 heeft geduurd , is één dode gevallen bij een instorting.
Hoeveel de sanering precies heeft gekost, blijft geheim, maar Defensie zegt binnen het budget van 38.5 miljoen euro te zijn gebleven. De NAVO heeft volgens Ed van der Togt “een substantiële bijdrage” geleverd. Limburgs Landschap realiseert zich dat de enorme saneringsoperatie niet voor niets mag zijn geweest. “We voelen ons zeer verplicht om er iets moois van te maken”, zegt Ger Frenken. Het is de bedoeling om de Canerberg open te stellen voor publiek als een relict van de Koude Oorlog, liefs met oud-medewerkers als gidsen. Edmond Staal van Limburgs Landschap: “We gaan die Koude Oorlog weer beleefbaar maken, ook al is die sfeer van dat geheime hoofdkwartier nu helemaal weg. James Bond krijgen we niet meer onder de grond.
Lees ook:
De Gemeentegrot van Valkenburg moet meer geld gaan opleveren
Posted by: | CommentsBron: www.gezetsje.nl
De Gemeentegrot van Valkenburg moet meer geld gaan opleveren. Om dat waar te gaan maken zullen er belangrijke veranderingen gaan plaatsvinden in de bedrijfsleiding van de grot en in de structuur van de aangeboden wandelingen. Dat maakte wethouder Willem Thijssen (o.a. Toerisme en Groevenbeheer) bekend tijdens de officiële opening van de vijfde editie van Oktobermaand-Mergelmaand.
De afgelopen maanden is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden, die de Gemeentegrot heeft naast de huidige (sterk verouderde) rondleidingen te voet en per grottreintje. Daarvoor zijn twee externe bureau’s ingeschakeld, die adviezen hebben uitgebracht. Kern van die adviezen, aldus de wethouder, is dat de grot veel meer mogelijkheden heeft dan nu worden benut en dat vooral meer aandacht geschonken moet worden aan het cultuurhistorische karakter van de grot. “Aan de bezoekers moet meer spanning en een andere, en betere informatie worden geboden. “Ieder bezoek aan de grot moet de gasten een gevoel geven iets heel bijzonders te hebben beleefd”, aldus de wethouder.
Er zal een nieuw management aan komen met een artistiek manager en een nieuwe, commerciële man. De plannen worden in de komende tijd verder uitgewerkt en zullen volgend jaar aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
Lees verder voor het persbericht over de geslaagde opening van de Mergelmaand Valkenburg-Maastricht.
Geslaagde opening vijfde editie Oktober Mergelmaand
Zaterdag 2 oktober jl. is op feestelijke wijze middels de organisatie van een mini symposium de vijfde editie van de Oktober Mergelmaand geopend door wethouder Willem Thijssen van de gemeente Valkenburg aan de Geul.
Gastsprekers in de trouwzaal van de Feestgrot in Valkenburg waren Anya Niewierra, directeur van VVV Zuid-Limburg en de heer John van Schaik, voorzitter van het Europe Institute Suberranea. Niewierra gaf haar toekomstvisie op welke wijze Zuid-Limburg dient in te spelen op de veranderende behoeften in onze samenleving. Authenticiteit aanbieden in een modern jasje, uitgevoerd door innovatieve ondernemers was één van haar aanbevelingen.
Van Schaik voerde de aanwezigen mee in de geheimen van de Gemeentegrot. Hij gaf, vaak letterlijk, een kijkje achter de schermen Zaken werden belicht die de bezoeker van de Gemeentegrot nooit zal zien. Hij liet beelden zien van de erbarmelijke omstandigheden hoe de blokbrekers in die dagen hun werk moesten doen. Ook schetste Van Schaik in zijn prachtige lezing een beeld van het ontstaan van het toerisme en de rondleidingen in de Gemeentegrot.
De Oktober Mergelmaand biedt een grote verscheidenheid aan activiteiten en geeft een groot publiek de mogelijkheid meer te weten te komen over dit unieke stukje Zuid-Limburgse geschiedenis. Middels diverse mergelworkshops, excursies, kunstrondleidingen, themawandelingen en lezingen worden gedurende de hele maand oktober op diverse tijdstippen de thema’s mergel en grotten nader worden belicht.
Daarnaast bieden diverse exploitanten van onderaardse gangenstelsels de hele maand oktober bijzondere activiteiten aan zoals ondermeer spooktochten, mooie verhalen en legendes van mergelblokbrekers.
Hoogtepunten vormen een groots opgezette mergelwandeling, een Mergelfestival in de Fluweelengrot tijdens de herfstvakantie en het Ondergronds Kerkenpad op 9, 10, 23 en 24 oktober. De maand wordt afgesloten met het spannende thema Halloween.
Meer info over de vele activiteiten: ondergrondslimburg.nl Tevens is een prachtige folder beschikbaar, die op de website te downloaden is.
Op ontdekkingstocht in Ondergronds Maastricht
Posted by: | CommentsBron: www.reisreporter.be
Wat veel mensen niet weten is, dat een groot gedeelte van de culturele erfenis van Maastricht zich onder de grond bevindt. Hier kan je, op avontuurlijk wijze, minstens evenveel historische schatten ontdekken. Bijzondere ondergrondse evenementen in oktober zijn ‘Oktober Mergelmaand’ en het avontuurlijke Halloween.
Oktober Mergelmaand
Mergel, de stad Maastricht en de provincie Limburg zijn er op vele manieren mee verbonden. Vanaf vandaag staat mergel een maand lang in de schijnwerpers tijdens de jaarlijkse Oktober Mergelmaand! In Maastricht komen de vele facetten van deze voor Limburg zo belangrijke steen aan bod. Zo zullen er diverse workshops mergelbewerking, lezingen, excursies, rondleidingen en tentoonstellingen plaatsvinden voor jong en oud! Ook zijn er diverse onderaardse gangenstelsels te bezoeken onder leiding van een gids. Tijdens de herfstvakantie worden er tevens speciale mergelactiviteiten voor kinderen aangeboden.
Tips:
- Rondleidingen in de grotten van de Sint Pietersberg In de Sint Pietersberg, ten zuiden van Maastricht, is door de mergelwinning een uitgestrekt doolhof van gangen ontstaan. De wanden en plafonds geven informatie over de manier waarop de ‘blokbrekers’ gewerkt hebben.
- 9; 10 en 23; 24 oktober 2010: Ondergronds Kerkenpad – Grotten Zonneberg. Je bezoekt restanten van een (vermoedelijke) schuilkapel uit de Franse tijd, ziet een levensgrote crucifix, een katholieke kapel uit WO II, en de “de kapel ter herinnering aan de geloofsvervolging in 1794”. Op verschillende plaatsen op de muur is de eeuwenoude strijd tussen de geloofsovertuigingen terug te vinden.
- 21 oktober: Voorleesmiddag in Grotten Noord. Een bijzondere voorleesmiddag in de Grotten Noord. Kinderboekhandel “de Boekenwurm” heeft diverse spannende verhalen geselecteerd. Diep in de berg en omringd door duisternis weet je zeker dat je helemaal op zult gaan in het verhaal.
- Tijdstip: 15:00 uur – Duur: 1 uur – Prijs: € 2,50 p.p. – Locatie: Grotten Noord, Luikerweg 71, Maastricht.
Zo beleef je halloween pas echt!
Al eeuwen vormt het ondergrondse labyrint van de Sint Pietersberg een broedplaats voor sinistere verhalen. De enorme duisternis, de absolute stilte, de grillige wanden en het feit dat je met gemak verdwaalt en tot in het oneindige blijft dolen, maken de grotten tot een onheilspellende plaats. Dit jaar staat het verhaal van ‘Het Verdwenen Meisje’ centraal. Theater in wellicht het mooiste en indrukwekkendste authentieke decor van Maastricht. Waarheid of fictie? Ontdek het zelf tijdens Halloween in de grotten van de Sint Pietersberg. Kom verkleed!
Maak ook kennis met ‘Het verdwenen meisje’
- Locatie: Grotten Noord (Luikerweg 71, Maastricht) bij Chalet Bergrust, gratis parkeren.
- Data: 30 en 31 oktober
- Tocht kinderen: (8 tot en met 13 jaar): vanaf 16.00u zijn kinderen van harte welkom om te schminken en alvast in de sfeer te komen met een spannend verhaal. Om 16.30u en om 17.30u starten de Halloweentochten.
- Tocht volwassenen: starten om 19.30u en 21.00u. De allerkleinsten hoeven niet thuis te blijven, voor hun worden tijdens de kindertochten diverse verhalen voorgelezen rondom de vuurkorf.
- Prijs: Kinderen € 9,50 en volwassenen € 11,50 (beiden incl. een warme drank en randprogramma).
PRAKTISCHE INFORMATIE:
Vooraf reserveren is noodzakelijk: VVV Maastricht | Tel +31 (0)43 325 21 21
Internet: www.maastrichtunderground.nl | www.vvvmaastricht.eu
Einde mergelwinning Sint Pietersberg nabij
Posted by: | CommentsBron: NOS Nieuws
Lees ook het uitgebreide stuk in Trouw: Recreëren in een mergelgroeve
Vele tientallen jaren lang heeft de mergelwinning een grote hap uit de Sint Pietersberg gehaald, maar binnenkort komt een einde aan het afgraven van de Zuid-Limburgse bult.
Morgen draagt de Eerste Nederlandse Cement Industrie (ENCI) alvast een klein deel van de mergelgroeve over aan Natuurmonumenten. Het bedrijf zal de komende jaren de mijnbouw geleidelijk beëindigen en de groeve inrichten als recreatiegebied.
In 2018 moet de ‘open mijn’ helemaal in handen zijn van Natuurmonumenten, die daarmee het beheer heeft over gebied met unieke planten en dieren. “Door de mergelwinning zijn natuurwaarden verloren gegaan, maar dat gaf tegelijk nieuwe kansen”, zegt Robert Moens van de natuurorganisatie.
Oehoe-uil
De mergelwinning in de Sint Pietersberg begon al eeuwen geleden, toen de lokale bevolking blokken kalk uit het massief hakte voor onder meer de bouw van huizen. Daardoor is een gangenstelsel ontstaan, waarin unieke vleermuissoorten verblijven.
In 1926 kreeg de ENCI een exploitatievergunning om mergel (kalk) af te graven. Het bedrijf gebruikt dit als grondstof voor cement. Het terrein is zo diep afgegraven dat het ver onder het maaiveld ligt.
Van de berg bleef steeds minder over, maar bijzondere planten- en dierensoorten wisten de groeve te waarderen. Het deel dat morgen wordt overgedragen, heet de Oehoe-vallei, genoemd naar de gelijknamige uilensoort die daar broedt. Het gaat om een zeldzame uil met een spanwijdte tot 1,90 meter.
Excursie
Doordat het in de steengroeve relatief warm is, groeien er mediterraanse planten, zoals steentijm, marjolein en het soldaatje, een zeldzame orchidee. Deze begroeiing trekt weer voor Nederland bijzondere vlinders, zoals de koninginnepage.
Natuurmonumenten had al het beheer over de rest van het natuurgebied rond de Sint Pietersberg. Het deel dat daar morgen bijkomt, grenst aan Maastricht. De groeve is in excursievorm toegankelijk, behalve in de broedtijd van de oehoe-uil.
Aardpijpen in grotten van Sibbe worden verankerd
Posted by: | Comments
Bron: Limburgs Dagblad van 28 augustus 2010 door René Willems
“Riskante plekken” in Sibbergroeve worden ondersteund.
Blokbrekers gaan een kleine honderd ‘riskante’ aardpijpen in de Sibbergroeve bij Sibbe verankeren. Daarmee wil de Gemeente Valkenburg voorkomen dat er op den duur verzakkingen ontstaan.
In de Sibbergroeve zijn circa 2500 aardpijpen. Dat zijn scheuren in de mergel die vol zijn gelopen met löss, zand of grind. Soms loopt zo’n pijp leeg. wat boven gronds tot verzakkingen kan leiden. In 2005 heeft ‘grottenspecialist’ Ronald Bekendam de aardpijpen in de Sibbergroeve geïnventariseerd. Hij beoordeelde circa honderd pijpen als risicovol. Ook heeft hij in kaart gebracht wat er gebeurd als zo’n kolom leegloopt. “Als zich boven de aardpijp bos bevindt, is er niets aan de hand”, zegt Wiel Felder, deskundige van de Gemeente. “Maar dat wordt anders als ze onder een weg of huis zit.”
Halverwege de jaren tachtig is in Sibbe de achtertuin van een woning verzakt door een leeggelopen aardpijp. “Dat mag natuurlijk niet meer gebeuren”, zegt Felder.
Hoede aardpijpen verstevigd worden, verschilt volgens Felder van geval tot geval. “Bij een kleine aardpijp met een doorsnee van tien centimeter kun je volstaan met het aanbrengen van een stalen plaat op het plafond”, zegt hij. “Maar er zijn ook aardpijpen met een diameter van vijf meter, waarbij het hele plafond ondersteund moet worden. Soms moet je onder die aardpijp een stenen zuiltje metselen”, aldus Felder. “Maar elders, op een plek waar nooit iemand komt, kun je wellicht een berg maken met mergelafval en puin.”
De gemeente is met twee mergelbedrijven in gesprek over die opdracht. “Op zich een simpele klus”, zegt Felder. “Maar het probleem is dat veel aardpijpen op een moeilijk te bereiken plek zitten. Daar is geen licht, geen stroom en geen water, dus dat moet je allemaal zelf meenemen. Dat maakt het lastig.”
Staatstoezicht op de Mijnen verdwijnt uit Limburg
Posted by: | CommentsBron: Limburgs Dagblad 17 april 2010 – door Emil Visser
Ooit was het Staatstoezicht op de Mijnen niet weg te denken uit Zuid-Limburg. Per september 2010 zal de dienst zijn verdwenen uit deze provincie. Wiel Miseré (62) uit Landgraaf stopt dan als laatste functionaris die de ondergrondse zaken in Limburg onder zijn hoede heeft.
Nog een paar maanden en het staatstoezicht op de Mijnen is helemaal verdwenen uit Limburg. Nadat de heer F.D.J. Büttgenbach per 1 juli 1839 de eerste ‘ingenieur der mijnen’ werd die in Nederland opereerde, is de dienst niet uit Limburg weggeweest. De hoofdzetel wisselde nog weleens van stad. In 1985 ging de hoofdvesting van de dienst van Heerlen naar Den Haag. Een Limburgse delegatie bleef achter.
Wiel Miseré uit Landgaaf is de laatste in Limburg wonende inspecteur die zich met de Limburgse zaken bemoeit. Zijn laatste uitvalsbasis is het Business Park Stein in Elsloo, waar hij werkt in een bijkantoor van de Provincie Limburg. In september stopt hij en er komt geen opvolger. De taken met betrekking tot de onderaardse kalksteengroeven worden verdeeld over drie ambtenaren bij de privincie Limburg. “Vandaar dat ik hier werk. Ik zit er sinds drie jaar vanwege mijn kennis die ik probeer over te dragen.”
De Landgravenaar vindt het jammer dat de dienst nu voor het eerst sinds de invoering van de Mijnwet in 1810 niet fysiek meer in Limburg zal zitten. “Hier is het toch allemaal begonnen. Er is al zoveel van de mijnen verdwenen uit Limburg. Dit is weer een deur die dichtslaat.”
De enige operationele mijn onder zijn toezicht is nu nog de Sibbergroeve. Daar wordt kalksteen gewonnen. Miseré bekijkt of aan alle voorwaarden, opgenomen in de vergunningen, wordt voldaan. “We controleren onder andere de breedte van de pilaren en de gangen. We nemen alles onder de loep wat met de stabiliteit te maken heeft.” Maar er zijn meer groeves die Miseré onder zijn hoede heeft, waaronder de groeves met toeristische activiteiten, zoals de kerstmarkt in de Gemeentegrot en Fluweelengrot in Valkenburg. “In het algemeen hebben we de afspraak met de gidsen dat er direct contact met mij wordt opegnomen als er veranderingen in de groeve worden opgemerkt. Dan ga ik kijkenb, al dan niet met andere deskundigen.”
Ook adviseert Miseré bovengronds. “Bij de bouw van het Casino Valkenburg is advies gevraagd omdat het boven een instortingsgebied ligt. Het advies was niet zo gunstig. Men heeft toen veel in de ondergrond moeten investeren om veilig te kunnen bouwen.” Ook bij de bouw van het nieuwe CBS-pand in Heerlen heeft Miseré geadviseerd. “Het gebouw is pal op de schacht III van de Oranje Nassau I gebouwd. Ze verzochten om een deel van de schacht af te halen, want deze lagen te hoog. Na een aantal proefboringen, naar eventueel mijngas, bleek dat geen enkel probleem te zijn.”
Water is altijd een vraagstuk geweest voor het Staatstoezicht op de Mijnen. Vroeger, maar ook nu nog. Bij het bombardement van Geleen in de Tweede Wereldoorlog wer een gashouder geraakt door één van de bommen. Hierdoor kwam men tot het besef dat de mijnwerkers geen kant meer op konden als de schachten getroffen zouden worden. Gangenstelsels werden daarom met elkaar verbonden. Dat bracht weer complicaties met zich mee toen de mijnen sloten. “als een mijn dicht gaat, wordt er geen water meer weggepompt, dus dan loopt de mijn vol. Dan is het vervelend als alle mijnen met elkaar zijn verbonden, want dan loopt het water zo van de gesloten mijn in de nog actieve mijnen.” Men heeft toen in overleg met het Staatstoezicht op de mijnen tal van ondergrondse dammen gebouwd. “Dat was een helse klus.”
Het water in de mijnen zorgt ook nu nog voor extra werkzaamheden bij SodM. Na de sluiting van de mijnen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw is de steenkoolwinning in Duitsland nog doorgegaan. Pas in 1994 werd het oppompen van het mijnwater definitief gestaakt. Als gevolg daarvan is het waterpeil verder gestegen en zullen ook de ondiepere gelegen gangen in de regio Kerkrade vollopen. De komen de tien jaar is dat nog niet aan de orde. “Maar bij SodM willen we bijtijds weten of daar nog gevaren uit voort zullen vloeien. Daarom wordt de stijging van het mijnwater goed in de gaten gehouden en doen we daar verder onderzoek naar.”
Miseré kan wel zeggen dat er na de bodemdaling die in het verleden heeft plaatsgevonden, inmiddels ook al weer sprake is van bodemstijging. “In Duitsland heeft dat al tot schade geleid. Er zijn gevallen bekend waarbij huizen met een zitkuil van dertig centimeter te maken hebben gekregen. In Brunssum is in het begin van de jaren negentig een bodemheffing van meer dan twintig centimeter gemeten. Dat hoeft niet per se schade op te k=leveren, maar het kan wel.” Of er daadwerkelijk schade zal ontstaan, is van veel factoren afhankelijk. onder andere van de ligging van geologische breuken in de nabijheid van een pand en van de vraag of er steenkoolwinning heeft plaatsgevonden aan één kant van de breuk en op welke diepte dat is gebeurd. Staatstoezicht op de Mijnen zal dit watervraagstuk vanaf september vanuit Leidscheveen in de gaten houden.
Website Staatstoezicht op de Mijnen
Zondagmorgen activiteit
Posted by: | CommentsMet dank aan: Fotograaf Alexander
De zondagmorgen activiteit.
Het is zondagmorgen 9:30 uur. We staan gepakt en gezakt klaar. Allemaal kijken we nog een beetje sufjes. Vannacht is de klok een uur voorruit gezet en dat uurtje minder slaap is ons allemaal in het gezicht te zien. Niet te min vertrekken we vol verwachting richting de parkeerplaats voor de Enci fabriek aan de lange kanaaldijk in Maastricht. We zijn er om 10:15 uur precies en stappen uit de auto. Zou het hier zijn?
Daar komt Frank aanrijden. Hij is vandaag onze hopman. Na de begroeting deelt hij ons mede dat we nog een klein stukje naar het zuiden moeten rijden. Net achter de grens in Lanaye is een parkeerplaats waar we de auto neer zetten en onze spullen gereed maken. Een laatste check van de lampen, de stevige wandelschoenen aan en het avontuur kan beginnen. Vandaag gaan we met 6 volwassenen en 1 belhamel van 8 de mergelgrot “Ternaaien boven” verkennen!! Best spannend als je dit nog nooit hebt gedaan. . . . . . Zeker voor de kleine spruit in ons gezelschap: “pap, en als we dan verdwalen?”
Na een stevige wandeling van ongeveer 15 minuten bergop komen we aan bij een wand waar duidelijk te zien is dat we er nu bijna zijn. Overal steekt de mergel uit de grond en her en der zien we dichtgemaakte oude ingangen van verschillende mergelgroeves. De laatste van het stel is ons doel voor vandaag. Na een korte briefing van Frank onze begeleider maken we de lampen aan en dalen we af de grot in. Na nog geen vijftig meter waan je je in een totaal andere wereld. En als je dan de lampen uitdraait is het echt…..
p i k k e d o n k e r!
Snel maken we de lampen weer aan en gaan we verder de groeve in. Goed is te zien hoe de gangen van boven naar benden zijn ontstaan door de winning van de mergel. Her en der staan er graffiti op de muren. Dat komt volgens Frank doordat in principe iedereen de grot in kan. Dus ook hele volksstammen feestende mensen die er een genoegen in scheppen overal hun “tag” achter te laten. Eigenlijk eeuwig zonde.
Na een poosje lopen komen we bij een grote opening ongeveer 10 meter hoog in de berg. Van hieruit kijken we over de maas het Limburgse landschap in. Nu wordt pas echt duidelijk hoe immens groot en uitgebreid dit gangenstelsel is. We lopen verder en na een minuut of vijf staan we midden in een gang in de tocht. Frank verteld dat dit komt doordat er meerdere openingen in het gangenstelsel zijn. Deze zijn zowel gegraven door de mens als ook ontstaan door instortingen van gangen in de groeve. Hierdoor heeft de wind in sommige delen van de groeve vrij spel en dat verklaart meteen ook de bladeren die we op sommige plaatsen midden in de groeve tegenkomen.
Achter in een gang, ergens aan de rand van de groeve, worden we geattendeerd op een enorme berg modder die uit het plafond lijkt te komen. “Kijk, dit is nou zo’n instorting van bovenaf.” “De gang stort in en de hele laag modder die hier bovenop ligt glijd met bomen en al het gat in”.
Opeens begint onze kleinste bergloper te klagen dat hij het koud heeft. Dat is eigenlijk raar want de temperatuur is net iets warmer als buiten de grot en waaien doet het evenmin. Mmmmmmm, hier is iets anders aan de hand. Na een gesprek van man tot man is al snel duidelijk dat hij het behoorlijk spannend vindt en eigenlijk snel weer aan de frisse lucht wil. We stellen hem gerust en gaan nu langzaam maar zeker weer richting ingang. Frank weet ons door het doolhof van gangen, die soms wel 6 meter hoog zijn, feilloos naar de ingang te loodsen. Met de eerste lichtstralen in zicht sprint onze kleine man naar buiten en heeft hij zo als gewoonlijk weer de grootste praatjes! Het was een hele mooie, indrukwekkende maar vooral leuke en interessante tocht die we gemaakt hebben. De enige smet op de hele ervaring van zojuist is het besef dat er best veel troep door onverlaten in de groeve wordt gedumpt. Zou het nou echt zo moeilijk zijn om je troep mee naar buiten te nemen??
Na deze enerverende zondagmorgen activiteit bedanken we onze leider en bergloper “pur sang” voor de goede zorg en enthousiaste rondleiding die hij ons gaf in één van de vele Limburgse mergelgroeves.
Frank, 10 punten!
De instorting van de Muizenberg op 11 mei 1926
Posted by: | CommentsOp 11 mei 1926 stortte een groot gedeelte van de Muizenberg in Kanne in. De Muizenberg ligt voor een groot gedeelte op Belgisch en voor een klein gedeelte op Nederlands grondgebied. Zoals u hieronder kunt lezen, zal dit nog voor problemen zorgen tijdens de reddingspoging van de ingesloten bergwerkers. Tijdens de instorting waren 6 werklieden bezig om in alle haast de laatste mergelblokken uit de groeve te vervoeren. Op het moment van de instorting stonden er zeven champignonkwekers opzij van de ingang bij in een bakstenen onderkomen. Door de luchtdruk werden de zeven mensen tegen het talud van de nabijgelegen weg geworpen. Twee van hen kwamen daarbij om het leven. Vier van de zes mensen in de groeve probeerden aan de instorting te ontkomen, maar als gevolg van de luchtdruk overleed een van hen. De twee die in de groeve achterbleven werden met paard en wagen bedolven.
Hieronder vind u het relaas uit de krantenberichten van die tijd.
Uit ‘Het Vaderland’, woensdag 12 mei 1926. De Aardverschuiving bij Maastricht. Omtrent de ernstige aardverschuiving in de, op Belgisch grondgebied gelegen Cannerberg bij Maastricht, vernemen wij nader, dat de 2 bij dit ongeval zwaar gewonde arbeiders in den loop van den dag zijn overleden, zodat deze ramp tot nu aan drie mensen het leven heeft gekost. Het is thans zeker, dat in den berg nog een 17-jarige jongen en een ouder persoon zijn opgesloten, voor wier leven ernstig gevreesd wordt. Ook een paard en wagen zijn van de buitenwereld afgesloten.
Uit “Het Centrum”, woensdag 12 mei 1926. De Muizenberg te Canne ingestort. Een dode, 6 zwaar gewonden. De Cannerberg over 100 meter verdwenen. Gisteren liep door Maastricht de mare van een groot bergongeluk aan de St. Pietersberg. Dit gerucht bleek in zoverre niet juist,dat het ongeluk even over de Nederlandse grens, in het Belgische dorpje Canne had plaats gehad, meld de “Mbd.”. Tegen 7 uur is namelijk de door mergelgroeven van onderaardse champignonkwekerijen ondermijnde berg over enige hectare ingestort. Op dat moment bevond zich een 10-tal personen in den berg: een blokzager en arbeiders der champignonkwekerijen. Enkele daarvan bevonden zich aan den ingang, waar kantoortjes in de bergopening zijn gevestigd. Op een gegeven ogenblik heeft het zwakke gewelf de veertig meter dikke bovenlaag van de bovengrond niet meer kunnen dragen en is de Muizenberg ingestort. Door de geweldige luchtdruk werden rotsblokken van honderden kilo’s uit de berg geschoten, balken over de weg geslingerd, ijzeren werktuigen tot vijfentwintig meter het land ingeworpen en een stofwolk enkele honderden meters ver over het landschap geblazen. De Muizenberg biedt dan ook nu een aanblik van grote verwoesting. Een der aan de ingang aanwezige personen werd met zulk een kracht tegen en paal geslagen, dat hij terstonds dood bleef. Het was de 35-jarige Gerard Vrijns, arbeider in de champignonkwekerij, gehuwd en vader van één kind.
Tussen de mergelblokken uit werd spoedig nog een 6-tal zwaar gewonden weggedragen, waarvan een zekere ‘Neven’ een schedelbreuk had opgelopen. Geestelijke hulp was spoedig ter plaatse. De gewonden werden per auto naar het hospitaal te Tongeren gevoerd. Toen wij ter plaatse kwamen, zagen wij weg en rotsblokken nog met bloed bevlekt. De betrokken arbeiders zijn tegen ongelukken verzekerd, de ondernemingen echter niet. Op het ogenblik bevinden zich in den berg nog twee arbeiders, waarvan één met kar en paard. Over hun lot verkeerd men in het onzekere. Onder leiding van den hoofdingenieur van het Staatstoezicht op de Nederlandse mijnen, zal getracht worden over Nederlands gebied de levend-begravenen te bereiken.
Een blokzager en een mijnwerker uit Maastricht zijn met materiaal aanwezig. Zekerheid dat de bedolvenen nog leven worden aangetroffen bestaat er allerminst. De twee champignonkwekerijen zijn geheel verwoest. De schade wordt op 500.000 francs geschat welke niet door de verzekering wordt gedekt. Een der eigenaren, een Waal, is daardoor vrijwel geruïneerd. De Muizenberg zelf is, gelijk gezegd, over enkele hectaren ingestort. Het bouwland bovenop vertoont geweldige gaten en spleten en is geheel verzakt en verschoven. De holle weg naar Oud-Vroenhoven is versperd door rotsblokken en balken.
De grote weg naar Canne is over enkele 100 meter totaal vernield. Enorme gaten van grote diepte gapen er op uit. Overal lopen scheuren en spleten over de weg., rotswand en hellingen. Wegens het grote gevaar voor verdere instortingen is dit gedeelte door Belgische en Nederlandse gendarmen afgezet. In het dorp heerst natuurlijk grote verslagenheid, daar alle getroffenen in Canne thuishoren. Voor de met prikkeldraad afgezette weg naar de groeven verdringen zich familieleden en dorpsgenoten. Van Nederlandse zijde zijn op de plaats van de ramp aanwezig ingenieur Blankevoort en de burgemeester van Maastricht. Ook het parket van de Maastrichtse rechtbank kwam ter plaatse. De ziekenauto van het Maastrichtse hospitaal is ter assistentie erheen.
“Het Vaderland”, woensdag 19 mei 1926 - Bergverzakking te Canne – Naar wij vernemen heeft het hoofdbestuur van het Nederlandse Rode Kruis, ten einde de voortzetting van het ontgravingswerk mogelijk te maken der in den Cannerberg opgesloten arbeiders, waarvan niet vaststaat, dat deze niet meer in leven zijn, op verzoek van het Staatsmijnbedrijf, een som van tweeduizend gulden beschikbaar gesteld. Het ontgravingswerk werd tot dusverre door dit Staatsmijnbedrijf verricht.
“NRC”, donderdag 20 Mei 1926 – De instorting aan de Muizenberg te Canne Het werk om de 2 in de berg ingesloten mensen te bereiken, wordt met kracht voortgezet. Acht stutters van de mijn Maurits werken in vier dagploegen, dus twee tegelijk, die door drie helpers worden bijgestaan. De situatie van de berg is in kaart gebracht en op het ogenblik vordert men goed. De stutters worden te Canne kosteloos gehuisvest en gevoed; het loon, dat zij van de de Staatsmijnen ontvangen, dragen zij af aan de familie van de ongelukkigen.
Tot nu toe werkt men nog steeds op Nederlands grondgebied. Op de vraag, of men niet van boven naar beneden een put had kunnen boren, daar men wist waar de mensen zich bevonden, kreeg ik als antwoord, dat dit te gevaarlijk zou zijn, daar de bodem losgerukt was en dat verder de diepte 40 meter was en dat een put boren van die diepte weken zou duren.
“NRC”, zaterdag 22 mei 1926 – Gisternamiddag heeft de Belgische minister van arbeid en industrie, de heer Wouters, met gevolg een bezoek gebracht aan Canne. De burgemeester van Maastricht, mr. van Oppen, hoofdingenieur Blankevoort en ingenieur Römer waren daar aanwezig. De minister ging door de galerijen en was vol lof voor het werk, dat de Nederlanders hier verricht hadden. Hij stelde zich op de hoogte van de familie omstandigheden van de nabestaanden der verongelukten.
Ook de commissaris der Koningin in Limburg is donderdag ter plaatse geweest. Prins Hendrik zal zondagmiddag na de onthulling van het monument te Maastricht voor de overleden Franse vluchtelingen naar de plaats der instorting gaan. De werkzaamheden vorderen slechts langzaam. Het is onmogelijk te zeggen, hoelang het nog duren zal, eer men op de plaats des onheils is.
“Het Centrum”, woensdag 26 mei 1926 – De Nederlandse hulpverlening Een eervolle revanche van Nederlandse zijde schrijft men aan de Mbd. Moesten we aanvankelijk constateren, dat men van Nederlandse zijde het reddingswerk aan de Belgen overliet, thans zien we het tegendeel gebeuren. De Belgische genie heeft al heel gauw het werk neer gelegd – het moest bovendien op Nederlands grondgebied geschieden – ze was er niet voor berekend, het is ‘mijnarbeid’. Sinds ruim een week werken nu Limburgse arbeiders onder Nederlands Staatstoezicht aan het maken van noodgangen. Er wordt met vierploegenstelsel gewerkt; iedere ploeg van vier man werkt zes uur. Met meer tegelijk kan niet gewerkt worden. Gisteren namen we een kijkje in de sombere Muizenberg. Nederlandse gendarmen bewaken de ingang; een dezer ordebewakers was zo welwillend ons even naar de noodlottige instorting te brengen. Enige honderden meters ver liepen we over mulle wegen door de kille, onderaardse labyrinten, even spookachtig verlicht door kleine olielampjes. het waren de wegen, waardoor enkele spannen met voerlieden nog konden redden. Dan kwamen aan de instorting; rotsblokken tot een kubieke meter dik lagen ordeloos uit de gewelven gerold bij het begin der verzakkingen. Verder lagen de gangen dicht.
De berg werkt noch immer. Elke dag verwijderen de scheuren nog, brokkelen rotswanden af en worden de kuilen groter. De gaten in de weg naar Vroenhoven zijn nu zo ruim dat paard en wagen erin verdwijnen kunnen. Nieuwe kraters zijn nog ontstaan sinds die ongeluksmorgen. Een der grote bomen aan de rand van het bos werd meegesleurd. Aan het punt, waar de reddingsploeg werkt, zijn de gewelven geschoord moeten worden: de kleine noodgangen zijn overal soliede gestut, want ze gaan door de instorting zelf. Een veertigtal meters is men gevorderd. En dan?
De kans op levend terugvinden van de bedolvenen was van den aanvang af bedenkelijk klein en werd natuurlijk met de dag nog geringer. Dat een paar mensen zonder voedsel en drinken twee weken het nog uithouden schijnt theoretisch mogelijk te wezen. In afwachting van de wellicht ontstellende vondst, lopen er reeds vreselijke maren door het land. als bijv. “ze zijn gevonden, verhongerd, naast het paard.”
Had er van Belgische zijde meer gedaan kunnen worden? De vraag is vrij moeilijk. De ingang en de kortste weg naar de plek, waar de ongelukkigen vernoedelijk bedolven zijn, ligt op Nederlands gebied. Met meer dan vier ploegen, als nu geschiedt, kan niet worden gewerkt. De meningen, of de bedolvenen op Nederlands of Belgisch grondgebied zich bevinden, loopt uiteen. Nederland doet nu ten volle zijn plicht. België kon ten opzicht van zijn verongelukte onderdanen – al ware het maar demonstratief – zeker meer ijver betonen. Er zijn toch zeker ook mijnwerkers in Luikerland en Belgisch Limburg? Deze afwezigheid heeft op de bevolking dan ook een pijnlijke indruk gemaakt. De exploitatie van deze omstandigheid, die we van Vlaamsche activististische zijde lazen, lijkt ons intussen wel wat smakeloos. Intussen begint voor enkele der getroffen arbeidersgezinnen in Canne de nood te nijpen. Nabij de plek, waar de weg werd verwoest, staat een offerblok: In de Limburgse pers begon men een steunbeweging: straks gaan de padvinders collecteren. Het rode kruis gaf voor het reddingswerk reeds een paar duizend gulden. Van Nederlandse zijde kwam men wellicht iets te laat, doch die schade werd wel ingehaald.
“Het Vaderland”, dinsdag 1 juni 1926 – De ramp gebeurde op Nederlands gebied In het Limburgs dagblad worden enkele bijzonderheden medegedeeld over de instorting op 11 mei van de Muizenberg te Canne, welke op de oorzaak van de ramp, waarbij twee mensenlevens te betreuren vielen, een nieuw licht werpt. Na er op te hebben gewezen dat eerst de Belgen zich met het reddingswerk bemoeiden, doch dat reeds op donderdag 13 mei Nederlandse mijnwerkers het uitgravingswerk te hand namen, deelt het blad verder mede dat op zaterdag 15 mei Belgische mijnwerkers en op dinsdag 18 mei Nederlandse mijnmeters opmetingen verrichten om de plaats te bepalen waar de slachtoffers zich moeten bevinden. Het blad gaat dan voort: De vraag is hier zeker gewettigd, of niet eerder opmetingen hadden kunnen worden gedaan of niet eerder een berekend en systematisch werk had kunnen worden opgezet, om de ongelukkigen, zo mogelijk, nog te redden. Nu is veel tijd en veel moeite verspild, door onoordeelkundig optreden de eerste dagen na de ramp. Men stelt zich dan echter natuurlijk de vraag; Is enige kritiek gewettigd?
En is het niet heerlijk, dat Nederlandse mijnwerkers thans die Belgische arbeiders met veel moeite gaan uitgraven? Dit vooral, waar de Belgische hulp zo spoedig haar post verliet en het werk geheel aan de Nederlanders overliet? Het antwoord moet dan zijn dat kritiek meer dan gewettigd is en dat de hulp door de Belgen niet had behoeven te geschieden om de eenvoudige reden, dat de ramp zich op Nederlands gebied heeft afgespeeld. In het kort toch zijn de feiten deze: De groeve bevind zich naar schatting voor 3/10 op Belgisch en voor 7/10 op Nederlands gebied. De Cannergroeve heeft vier ingangen – hiervan zijn er twee op Nederlands en twee op Belgisch gebied. De Nederlandse ingangen zijn intact gebleven, één der Belgische werd verwoest. Nu komen de feiten die zwaar gewraakt dienen te worden. Sinds onheuglijke tijden werd uit deze groeve mergel gehaald. Vanaf de Romeinse tijd, alle eeuwen is dit gebeurd. Een oude man vertelde ons, dat hij als jongen al meeging. En nog op de dag der catastrofe was men doende mergel te halen uit de Nederlandse groeve. Ten gevolge van de kruisdagen gebeurde dit door weinig mensen, maar anders waren er 30 a 40 mensen in de nu ingestorte groeve geweest, die deze mergel uithaalden. Nogmaals zij het gezegd: Mergel van Nederlands grondgebied. En dat, terwijl er nooit enige ambtelijke inspectie in deze Canner-groeve vanwege in Nederland daarvoor aangewezen was gehouden – allen betoogden ons dit. Terwijl het bestaan dezer groeve aan het Staatstoezicht, dat op 1 uur afstand zetelt, onbekend was, want noch kaart, noch opmeting van deze groeve bestonden voor dezen.
Terwijl voor het graven van mergel uit deze groeve nooit enige concessie of vergunning is verleend. De mensen groeven, maar ze wisten niet beter, of het mocht. Hierdoor is het mogelijk geworden, dat de Belgen de Nederlandse mergel eeuwenlang uitgeraald hebben en daarmee de Nederlands-Limburgse groeven duchtig hebben beconcurreerd. In Valkenburg hebben we ernaar geïnformeerd en men zei ons, dat daar vlak bij eigen groeven de Canner mergel door de lage Belgische lonen goedkoper is kunnen geleverd worden dan die, welke eigen inwoners in Valkenburg uithaalden. Door dit verzuim is het ook mogelijk geweest dat de Belgen roofbouw hebben gepleegd, waarvan deze ramp het gevolg is. Want nooit is enige veiligheidsmaatregel, door de Nederlandse regering voorgeschreven, in acht genomen. Men heeft maar uitgezaagd, vooral toen voor de aanleg van een voedingskanaal in de buurt ene aannemer per blok 2,5 franc betaalde. Toen is iedereen mergel gaan graven – men verteld het nu in Canne en men had het liefst zo gauw en zo makkelijk mogelijk. Ook heeft men tijdens de oorlog allen mergelafval uitgehaald die er lag en nog steun bood. Dit geschiedde ten einde mergelkalk te verkrijgen. Dit alles is de oorzaak dat de Muizenberg, het gedeelte met de zachtere mergel, thans is ingestort.
“het Vaderland”, vrijdag 4 juni 1926 – Bij het graven in de Cannerberg is thans de plaats bereikt, waar men vermoedde, dat de ongelukkigen zich zouden bevinden. Men heeft echter niets gevonden. Wel vond men een karreweg met een spoor wn kort bij de plaats, waar de blokbrekers hebben gewerkt een beitel. Men heeft vanuit die plaats nog enige tijd verder gegraven, maar nergens sporen van mensen of paarden gevonden. Naar de Tel. verneemt, zal het opgravingswerk nog tot het einde van de week worden voortgezet en, mocht men dan geen verdere aanwijzingen hebben verkregen, worden opgegeven.
“Het Vaderland”, dinsdag 8 juni 1926 – n.a.v. de mededeling van minister Wauters in de Belgische Kamer, dat het ingestorte deel van de Muizenberg op Nederlands gebied lag (wat ook het L.D. heeft beweerd) zegt de Limb. k: de zogenaamde Muizenberg, waar het ongeval plaats greep, is een heuvel van de Cannerberg, over welke de grenslijn loopt. Het grootste gedeelte daarvan behoord aan België, een randgedeelte slechts aan Nederland. De instorting heeft zich voorgedaan over een terrein, dat grotendeels op Belgisch, slechts voor de zoom op Nederlands gebied ligt. De plaatsen, waar de mensen – Belgische onderdanen – tijdens de instorting werkzaam waren, liggen op Belgisch grondgebied. Om hen te bereiken, hebben de Nederlanders, vanuit Nederlands gebied, een reddingsgang naar de plaats des onheils, onder de bovengrondse grenslijn door, naar Belgisch gebied gegraven. Om hen bij te staan, hebben de Nederlanders Belgische geniesoldaten op ons gebied toegelaten, ten einde aan de van Nederlandse gebied uit aangezette gang te helpen graven, welke werk het detachement het spoedig heeft opgegeven wegens niet vertrouwd zijn met het nodige stut- en bouwwerk.
“het Centrum”, dinsdag 15 juni 1926 – Naar de Limburgse koerier verneemt, hebben Canner blokbrekers er bij de opsporingsbrigade in de Muizenberg te Canne nog op aangedrongen om het opsporingswerk van de ingesloten blokbrekers nog ene beetje voort te zetten. Pertinent wordt door de bewoners van Canne verzekerd, dat de verongelukten zich zullen bevinden in het resterende gedeelte karreweg op Nederlands gebied, tot waar de weg een draai maakt in de richting van de Canner Boschberg. Deze afstand is nog een acht meter. Waar ook de reddingsbrigade er veel prijs op stelt om het opsporingswerk ook tot een eigen voldoening gevend einde te brengen, heeft het Mijntoezicht zaterdagmorgen om half elf besloten over deze acht metr het werk nog voort te zetten.
“NRC”, donderdag 17 juni 1926 – De opsporing gestaakt NRC, donderdag 17 juni 1926. Men meldt ons uit Maastricht: De opsporing van de in de Muizenberg te Canne verongelukte mensen is hedenmiddag om 2 uur gestaakt. De 120 meter lange gallerij , die gemaakt is, wordt afgesloten.















