Treed Binnen!

“Treed, vorst der schepping, treed
Het hart der aarde binnen
En buk gedwee de kruin
Uit eerbied voor deez’ tinnen
Ternouwernood verlicht
Door het flikk’ren der flambouw….”

Search Results for "keerderberg"

Bron: Berggalm Jaargang 8 – nummer 4

Website: Berggalm

De Grottenwereld van de Heerderberg

Boven de vroegere uitgang van de Gemeentegrot te Valkenburg staat geschreven:

„U heb ik lief, omhuld altaar der duisternis Wijl Uwe nacht mij leert, hoe schoon het daglicht is.”

Van dit onderaards labyrinth met zijn eeuwige stilte en beklemmende duisternis, met zijn vele geheimen en onopgeloste raadsels, gaat toch een aantrekkingskracht uit, waaraan geen weerstand is te bieden.

Of men nu staat voor de inferno-achtige gaten van de grote Sint-Pietersberg of slechts voor de even schilderachtig gelegen grotopeningen van de kleine Heerderberg, voor den waren „bergloper” maakt dit geen verschil. Schreef Limburgs grootste grottenenthousiast, Willy Verster, niet eens: „Geeft men zich eenmaal over aan de lust om de geheimzinnige doolhof te verkennen, dan wordt de grot als een sirene, aan wier roep men geen weerstand kan bieden.”

Velen evenwel kunnen een zekere angst niet overwinnen om zelf in de donkere gangen een verkenningstocht te maken en stellen er zich mee tevreden allerlei verhalen te verzinnen, die de geheimzinnigheid van de Zuid-Limburgse grotten-wereld nog moet verhogen.

Bijzonder over de omvang en de uitgestrektheid wordt veel gefantaseerd. Reeds Faujas Saint-Fond maakt op het eind van de achttiende eeuw in zijn groot werk over de Sint Pietersberg melding van het feit, dat door de bewoners van die streek algemeen werd aangenomen, dat de gangen van de Sint-Pietersberg zouden doorlopen tot Visé,  ja zelfs onder de Maas door in verbinding zouden staan met de grotten op de rechter Maasoever gelegen.

Doch de schrijver wist reeds, dat dit louter op verbeelding berustte, omdat de Franse genie-officieren zich de moeite genomen hadden de hele Sint-Pietersberg te verkennen en een gedeelte in kaart te brengen. En vertelt Willy Verster niet, hoe oude bewoners van Valkenburg meenden, dat hun grot tot Maastricht zich uitstrekte en daar met de beroemde Sint-Pietersberg in verbinding stond?

Heerderberg

Heerderberg

Is het dan te verwonderen, dat ook over de grotten van de Heerderberg iets dergelijks verhaald wordt in de omliggende dorpen? Liepen er geen gangen vanaf de grotten bij de Kiezelkuil gelegen naar het dorp Heer en onder de Maas door naar de Sint-Pietersberg? Kwam men niet in Bemelen uit, wanneer men de groeve achter de boerderij helemaal doorliep?

En al was dit misschien niet zo heel zeker vanwege de vele instortingen, dat men onder de Rijksweg kon doorlopen naar de Keerderberg, dat stond absoluut vast. Ja, en hoe uitgebreid was wel niet de Oude Berg aan de Holstraat? Dit was gewoonweg niet te zeggen. Het grootste gebaar van „heel wijd weg” was voldoende om de ongehoorde uitgestrektheid aan te geven. Hadden de beruchte Bokkenrijders, de schrik van Zuid-Limburg in het midden der achttiende eeuw, hun lugubere samenkomsten niet op de Heerderberg gehouden?

En waren het niet de Romeinen, die voor de eerste maal de mergelblokken op de Heerderberg braken voor hun vestings-werken en villa’s?
Werd dit niet onomstotelijk bewezen door de gang, die in Mei 1940 gevonden werd bij het maken van een tweede uitgang voor de schuilkelder? Wat jammer toch, dat dit alles naar het rijk der legende moet verwezen worden! en zij, die dit op hun geweten hebben zijn Broeder Jeroen en de schrijver.
Rond Kerstmis 1939 werd een speurtocht ondernomen in het onderaardse rijk van de Heerderberg.

Een week lang werden alle hoeken en gaten doorsnuffeld, opschriften werden genoteerd, de wanden betast en beklopt; al kruipende werden gevaarlijke stukken bezocht, materiaal werd weggegraven en langzaam maar zeker werden de omtrekken van het grottencomplex in onze geest gegrift.
Veel vraagtekens zijn nog steeds blijven staan, maar wel is thans bekend wat legende en wat historie is van de geliefde Heerderberg.
In totaal kunnen een twaalftal grotere en kleinere groeven op het terrein onderscheiden worden. Enige zijn niet meer dan spelonken.

Uit veiligheidsoogpunt komen slechts twee groeven in aanmerking voor blokbreken:

De grot in 1911 aangelegd voor de bouw van Huize St. Joseph en de Oude Berg op de Kiezelkuil, maar dan moet voor de laatste een betere ingang gemaakt en een gedeelte afgesloten worden. De omvang zelfs van de grootste groeve, de Oude Berg, is van die aard, dat van verdwalen geen sprake is.
Wel kan men enige uurtjes rondlopen zonder de uitgang te vinden, doch het is onmogelijk, dat men dagen zou kunnen ronddolen zonder door een reddingsbrigade gevonden te worden.

In de Sint-Pietersberg is dit ook thans nog mogelijk. In het algemeen gezegd zijn er in de loop der eeuwen maar weinig vaklui werkzaam geweest op de Heerderberg.
Een blik op de methode van uitkappen en het maken van gangen toont dit overduidelijk. Het gevolg hiervan is, dat zeer gevaarlijke plekken in de verschillende groeven zijn ontstaan.

Alleen het achterste gedeelte van de Boerderijgrot en van de Oude Berg vertoont een vakkundige aanleg. Ook enkele gedeelten in de grot bij de Vossenkuil dragen de sporen van een meesterhand. Hier treft men dan ook de namen aan van een bekend blokbreker nl. Conradi.
Het spreekt wel vanzelf, dat ook de Nieuwe Berg volgens de regels der kunst is aangelegd, hoewel het rechtse gedeelte vrij gammel is, het gevolg van het feit, dat onvoldoende kennis aanwezig is geweest wat betreft de dikte van de plafondlaag. Geen enkel gegeven wijst er op, dat de Romeinen op de Heerderberg werkzaam zijn geweest.

Wel heeft op de Keerderberg, waar nu het College ligt van O.L.V. van Lourdes, eens een Romeinse villa gestaan, Backerbosch geheten, doch er zijn aanwijzingen, dat ter plaatse de mergel voor de villa ontgonnen is. In de literatuur wordt tweemaal het blokbreken op de Heerderberg vermeld, zonder een nadere aanduiding welke groeve gebruikt werd.
Uit de Kapittelbesluiten van 1591— 1608 te Maastricht is op te maken hoe een gedeelte van de Oude Jezuietenkerk op de Breedestraat, waarvan de eerste steenlegging plaats vond in 1606, opgetrokken is met blokken, die op de Heerderberg gebroken werden.

En volgens het Schuttersboek, aanwezig in het Rijksarchief te Maastricht, gaf het Kapittel in 1657 aan de schutterij verlof om mergel te delven op ons terrein.
Deze beide gegevens zijn niet van die aard, dat daarmee gezegd is, dat toen voor de eerste maal mergel gedolven werd op ,de Heerderberg.

Evenmin kunnen de opschriften in de verschillende grotten iets leren. Wanneer in de Sint-Pietersberg het oudste opschrift dateert uit 1408, ofschoon het absoluut vaststaat, dat reeds de Romeinen hier werkzaam zijn geweest, dan kan geen verwondering wekken in de groeven van de Heerderberg zeker geen vroeger jaartal te vinden!
Wij vonden het oudste jaartal en wel 1650 in de Mariagrot.

Zeker is het blokbreken van oudere datum, doch wanneer precies de Heerderberg een groeve rijk was, zal wel altijd een vraagteken blijven.
Een volgende keer iets over de betekenis van de groeven als veilige schuilplaats voor de omringende dorpen in tijden van oorlog en belegering.

Comments (0)

Kijk, zegt Luck Walschot, wanneer hij gewapend met een zaklamp de grot in de Vlaberg bij Geulhem binnenloopt. De eeuwenoude mergelwand is volgekalkt met graffiti, van jongens- en meisjesnamen tot blote dames en jodensterren. Bij de restanten van een kampvuur liggen lege blikjes. In andere grotten in Zuid-Limburg worden mountainbike-wedstrijden georganiseerd, survivaltochten of paintball-wedstrijden. ‘En soms complete houseparties’, weet Walschot. Steeds meer oude mergelgroeves vallen ten prooi aan beschadiging en vernieling. Walschot, voorzitter van de Stichting Ondergrondse Werken, wenst beschermingsmaatregelen.

Blokbreken mergelzagen

Blokbreken mergelzagen

Eeuwenlang is in Zuid-Limburg mergel gewonnen. De Romeinen hadden al door dat ze mergelsteen met een zaag konden snijden. Sommige badhuizen waren opgetrokken uit mergelblokken. Losse kalkmergel werd gebruikt voor verbetering van landbouwgrond. Ook veel gebouwen uit de vroege Middeleeuwen zijn met mergelblokken gebouwd, evenals de tweede ommuring van Maastricht. Uit 1396 stamt het document waarin voor het eerst melding wordt gemaakt van de’berchhouwer’ of blokbreker: zo heet het beroep van de arbeiders die ondergronds de mergelblokken loszaagden en braken.

Met de opkomst van baksteen en beton verminderde de vraag naar mergel. Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw is de Sibberberg nog de enige plek waar professioneel mergelblokken worden gebroken, hoofdzakelijk voor restauratiedoeleinden. De eeuwenlange mergelwinning heeft zijn sporen nagelaten in het ondergrondse landschap van Zuid-Limburg. Luck Walschot heeft vijftien jaar al speurend en wroetend langs de berghellingen een inventarisatie gemaakt van alle grotten in de regio. Hij telde 250 mergelgroeves, met gangenstelsels die een totale lengte hebben van bijna duizend kilometer.

Dat is veel meer dan bleek uit de laatste inventarisatie in de jaren zestig. Walschot schat dat hij ruim honderd grotten heeft ‘herontdekt’. Elke helling in Zuid-Limburg heeft hij meter voor meter doorgewoeld. Vooral ‘s winters werd zijn speurzin beloond, wanneer grot-ingangen niet meer door begroeiing aan het oog werden onttrokken. Veel grotten worden bewoond door insecten en vleermuizen en zelfs door dassen. ‘De grotten hebben niet alleen grote cultuurhistorische waarde. Ook de natuurwaarde verdient bescherming’, benadrukt Walschot. In menige grot zijn nog opschriften te zien die verwijzen naar het harde werk der blokbrekers, zoals hoeveel karrevrachten steen zijn gedolven voor een kerk of waterput. Aan de wijze van winning is de mijn te dateren. De oudste groeves dragen de halfronde sporen van het pikhouweel dat de eerste bressen in de mergellaag bikte. In jongere groeves zijn die sporen recht, afkomstig van de stootbeitel. De ondergrondse gangenstelsels hebben door de eeuwen heen verschillende bestemmingen gehad. In Geulhem is nog een rijtje grotwoningen te zien. In tijden van oorlog verborgen de boeren hun veestapel onder de grond. Ook kunstwerken werden zo in veiligheid gebracht. Tijdens de Franse inval rond 1800 ontstonden ondergrondse schuilkapellen.

Ook de champignonteelt vond onderdak in de mergelgrotten. In de bloeitijd van de Nederlandse grotchampignons (tussen 1950 en 1960) was een groot deel van

Rommel Zonneberg

Rommel Zonneberg

de gangen geplaveid met paardenmest, voedingsbodem voor de paddenstoelen. Na de instorting van een champignonkwekerij in het Belgische Zichen, waarbij achttien doden vielen, ging de sector echter weer bovengronds. Tegenwoordig herbergt alleen de Sint Pietersberg een champignonkwekerij. Sommige mergelgrotten zijn ingericht als wijnkelder (Château Neercanne) of party- en congrescentrum (La Caverne de Geulhem). Andere dienen als opslagplaats of schaapskooi. Ruim tien jaar geleden werden veel grotten afgesloten met beton of tralies, nadat twee jongens in de Keerderberggroeven in Margraten waren verdwaald en drie weken later dood werden teruggevonden. Maar nog steeds zijn sommige grotten zomaar te betreden.

Nu genieten alleen de Jezuïetenberg in Maastricht en de Gemeentegrot in Valkenburg de status van rijksmonument. De Stichting Ondergrondse Werken wil veel meer grotten op de monumentenlijst, om verder verval te voorkomen. ‘We willen geen ontwikkelingen terugdraaien. Maar wat er nog van over is, moet worden beschermd’, aldus voorzitter Walschot. De provincie Limburg reageert welwillend op die noodkreet. Gedeputeerde Eurlings (CDA) gaat onderzoeken welke grotten het waardevols zijn en wellicht meer bescherming nodig hebben. Want de mergelgroeven zijn onlosmakelijk verbonden met Zuid-Limburg, in goede en in slechte tijden. Walschot: ‘Ooit zakten de klinkers van een net aangelegde straat in Berg en Terblijt opeens een meter diep weg. Bleek er een vergeten grot onder de straat te liggen.’

Bron: www.volkskrant.nl

Related Posts with Thumbnails
Categories : Berglopen
Comments (1)