Archive for Berglopers verhalen

Bron: Philips Pensioenfonds

De stilte en duisternis fascineren mij nog steeds

Interview met Willem van Schaïk, ‘bergloper’ en schilder


van schaik Nog steeds gefascineerd door stilte en duisternis

Willem van Schaïk

Op zaterdag 6 maart 2010 is Willem van Schaïk helaas overleden

Interview met ing. Willem van Schaïk, 88 jaar. Al zijn hele leven lang is Willem van Schaïk geboeid door licht en duisternis. Als zevenjarig jongetje betreedt hij voor de eerste maal de donkere mergelgroeven van de Sint-Pietersberg en raakt besmet met het ‘mergelvirus’. In zijn studententijd wordt Van Schaïk gegrepen door het standaardwerk ‘Kunstlicht en Architectuur’ van ir. Louis Kalff. Het is een eerste aanzet voor een carrière als lichtadviseur bij Philips. De beleving van licht en duisternis loopt als een rode draad door zijn leven.

Het gesprek vindt plaats bij Willem van Schaïk thuis in Geldrop. Van Schaïk is minder mobiel sinds hij een ruggenwervel brak bij een ongelukkige val. Tot die tijd bezocht hij met bevriende berglopers nog wekelijks de mergelgrotten van de Sint-Pietersberg. “Nu geef ik af en toe nog lezingen en ik zit in de referentieraad van de Stichting ir. D.C. van Schaïk, een stichting die zich inzet voor het beheer van de onderaardse kalksteengroeven. Na mijn pensionering in 1981 heb ik als gids jarenlang educatieve rondleidingen gegeven aan scholen en universiteiten”, vertelt Willem van Schaïk. “Ik loop al 75 jaar in de grotten en ik weet er blindelings de weg.”

De vader van Willem van Schaïk, de bekende ir. D.C. van Schaïk, ontwierp en bouwde rond 1930 een transporttunnel dwars door de Sint-Pietersberg. Door deze Van Schaïktunnel reden vele jaren wagonnetjes met mergel. “Na het gereedkomen van de tunnel bracht mijn vader de tweehonderd kilometer aan gangenstelsels in kaart en ik assisteerde hem bij het opmeten van de gangen en het fotograferen van de vele historische mergelopschriften. Ik bediende de lantaarn en noteerde de vragen. Zo heb ik samen met hem de weg leren kennen in vrijwel alle gangenstelsels, tot in de meest afgelegen uithoeken”, aldus Willem van Schaïk. Deze kennis kwam hem goed van pas toen hij zich als twintigjarige tijdens de Tweede Wereldoorlog aansloot bij het Limburgse verzet. Hij leidde tientallen mensen die op de vlucht waren voor de Duitse bezetters door de mergelgrotten naar België. “Daar was het veiliger. Het Belgische verzet stond ons dan op te wachten en ontfermde zich over de onderduikers”. Ook de Van Schaïktunnel bleek van historisch belang. “Dankzij deze tunnel konden wij gemakkelijk de nationale kunstschatten naar de schilderijenkluis in de berg brengen. Ik ben dan ook een van de weinigen die de Nachtwacht in handen heeft gehad”, memoreert Willem van Schaïk. In het laatste oorlogsjaar moest Willem van Schaïk zelf vluchten. De oorlogservaringen hebben hem diep geraakt.

Willem van Schaïk studeerde elektrotechniek aan de hts en werkte tijdens zijn studie in de Oranje-Nassaumijn in Heerlen. “Ik was de enige met jarenlange ondergrondse ervaring en kon dus direct aan de slag als Opzichter van de elektriciens bij DSM. Wij legden elektriciteit aan op 800 meter diepte”, vertelt hij. Van 1948 tot 1981 was Van Schaïk werkzaam bij Philips als lichtadviseur. Geïnspireerd door ir. Louis Kalff specialiseerde hij zich in de integratie van kunstlicht in de architectuur. “We hadden toen te maken met de omslag van de gloeilamp naar tl. In 1953 had Philips een oud fabriekje ingericht als demonstratielaboratorium. Dat heb ik toen met 32 elektriciens en 5 binnenhuisarchitecten op de kaart gezet”, aldus Van Schaïk. “Ik heb een fijne periode gehad bij Philips. Ik heb in Eindhoven veel geleerd, met veel genoegen mijn werk gedaan en vooral veel vrienden gemaakt. Bij Philips staan menselijke verhoudingen hoog in het vaandel en dat vind ik belangrijk. Carrière maken is meer dan alleen een goede baan met een goed salaris. Een rijke carrière begint voor de spiegel”, zegt Van Schaïk resoluut.

De bezoekfrequentie aan de mergelgrotten is dan weliswaar lager op dit moment, de liefde voor de groeven is onverminderd groot. “In de grotten heerst absolute stilte en complete duisternis. Dat is indrukwekkend en fascineert mij nog steeds. Met mijn schilderwerk wil ik de sfeer van de grotten creëren. Ik wil mensen die er nooit zijn geweest, laten zien wat echt donker is”. Sinds enkele jaren schildert Willem van Schaïk fraaie aquarellen van verloren delen van het gangenstelsel. “Veel van de gebieden zijn door afgraving verdwenen. Op een avond ben ik thuis achter een stuk tekenpapier gaan zitten en heb ik geprobeerd om een beeld uit mijn herinnering vast te leggen. Al die beelden staan in mijn geheugen gegrift: de aardedonkere gangen van één tot wel achttien meter hoog, slechts verlicht door mijn kleine stallantaarn. Met mijn aquarelmateriaal heb ik de oorspronkelijke pentekening verlevendigd met licht en kleur. Ik was meer dan tevreden met het resultaat”. De eerste unieke beelden van de verdwenen gangenstelsels zijn verzameld in het boek Verloren Schoonheid. Inmiddels omvat de collectie meer dan veertig aquarellen die regelmatig op exposities te bewonderen zijn. Naast de aquarellen vertrouwt Willem van Schaïk ook gedichten aan papier toe. Het zijn gedichten over zichzelf en over zijn verleden.

Nu wordt Willem van Schaïk bij zijn spaarzame bezoeken aan de berg nog steeds met eerbied begroet. Niemand kent de Sint-Pietersberg beter. De ‘oudste bergloper van Nederland’ is zeker een actief gepensioneerde met een boeiend verhaal.

Comments (0)
May
09

“Opsteker” voor John Hageman

Posted by: | Comments (0)

Bron: de Ster – 8 mei 2009

John Hageman kan uren over de grotten vertellen. Het is zijn grote passie. Hobbymatig, maar ook als vrijwilliger. Alles wat met de mergelgrotten te maken heeft, heeft de interesse van de Maastrichtenaar. Van het in kaart brengen van de grotten zelf tot gidsen om anderen iets te leren over de gangenstelsels tot het bewerken van mergel. “Ik interesseer me ook voor alles wat loopt en kruipt in de grotten. Zo ben ik nu bezig met een onderzoek naar spinnen.” Geen alledaags vrijwilligerswerk. Hageman vindt het echter fantastisch. “In de grotten is stilte absoluut en is duisternis absoluut. Veel mensen vinden dat griezelig, ik vind het geweldig.” Daarnaast zet hij zich in voor de stichting ir. D.C. van Schaïk waarvoor hij een groeve beheert. Jarenlang was Hageman leraar op een basisschool in Maastricht. Geen rustige baan, maar toch vond hij nog genoeg tijd om verschillende vrijwilligersactiviteiten
tedoen. Dat begon al jaren geleden: jeugdwerk, kindervakantiewerk, voorzitter van de ouderraad, redacteur en oprichter van de dorpskrant enzovoorts.
Het Opstekertje is hem op het lijf geschreven. “Ach, ik wil gewoon graag iets te doen hebben.”

Categories : Berglopen, Onderzoek
Comments (0)

Een verhaal verteld door collega bergloper op 9 oktober 2007

Het was op 9 oktober 2001 dat ik met een goede vriend (laat ik hem maar Hans noemen) van plan was naar Ternaaien beneden te gaan. Ik woon op de weg naar de ENCI, dus kwam Hans mij afhalen met zijn fiets. We hebben beide een ‘coleman’ lamp en hadden deze uit voorzorg in een plastic zak gewikkeld zodat deze niet te zeer opviel op straat. Ik had mijn rugzak gevuld met de gewoonlijke bergspullen; Mini-Maglite, 4 broodjes, een blikje fris, kompas, batterijen etc.
We waren van plan om een paar uur rond te dwalen. Ronddwalen klinkt alsof we niet met de weg bekend waren, maar dat was niet zo, ik kwam al sinds ´97 regelmatig in de diverse Sint Pietersberg groeves en ook Hans was geen onbekende in de bergloperswereld.
Het was koud buiten, niet meer dan een graad of 6 en het regende zachtjes ;wij verheugden ons al op de aangename temperatuur van de grotten. Via de lage kanaaldijk en de maasboulevard kwamen we in België op de ‘Rue Collinet’ waar we het bospad links naar boven namen. Het lukt mij nooit om dit pad op te fietsen, dus moest ik te voet verder (Hans lukt het meestal wel, hij is een stuk sportiever, maar ook solidair met iemand die maar 1 maal per maand op de fiets zit.)
Eenmaal boven namen we onze fietsen de berg mee naar binnen en zetten deze ergens rechts in een doodlopende gang. We hadden reeds bij de ingang onze colemans aangemaakt en konden zo direct onze weg vervolgen.
Ternaaien is geen moeilijke groeve, maar er zitten enkele pittige stukken in. We hadden het idee om naar het zuiden te lopen, om daar enkele oude opschriften te zoeken, te bekijken en wellicht te fotograferen.
Al slenterend en kijkend kwamen we na een kwartier op de plaats van bestemming of ten minste op de plaats waar we dachten dat we de opschriften de vorige keer hadden ‘ontdekt’ (ik zeg ‘ontdekt’ tussen aanhalingstekens, omdat het voor ons een ontdekking is, maar niet voor mensen die ons wellicht reeds lange tijd voorgingen).
Helaas, we konden het opschrift niet meer terug vinden ondanks dat we toch zeer zeker waren van de locatie. Potverdorie (uitspraak is gecensureerd), zei ik, altijd hetzelfde, als ik voor een opschrift terug moet komen, vind ik het niet meer terug!! Dat irriteert me mateloos. ‘En nu’, zegt Hans, ‘wat doen we nu’? Laten we maar zoeken naar ‘nieuwe’ opschriften, in de hoop dat we diegene die we zoeken toevallig nog tegen komen.

…Dit is wel een zeer mooi gedeelte’, zei ik, om de moed er in te houden…

Het probleem van onoplettendheid in een groeve (door de hele tijd met je neus omhoog te lopen, op zoek naar opschriften i.p.v. de weg te volgen) is dat we op een bepaald moment niet meer precies wisten waar we waren. Wat heet, we waren in een gedeelte van de groeve waar wij geen van beide ooit waren geweest. Niet dat we nerveus waren, maar meestal krijg ik dan toch de nijging om snel op weg te gaan naar iets van een bekend punt of opschrift.
Eén mogelijkheid is terug op onze schreden te gaan in de hoop een punt van herkenning tegen te komen. Dat leek ons de beste oplossing.
Vreemd genoeg vonden we ook na een kwartier zoeken geen enkel referentiepunt. ‘Dit is wel een zeer mooi gedeelte’, zei ik, om de moed er in te houden. Tja, zei Hans;’Als we de uitgang terugvinden, en de volgende keer weer terugkomen, vinden we ook dit weer niet terug’!
‘Hey, Ik hoor iets’, zegt Hans, ‘daar komt iemand aan’. En ja, in de verte scheen een zwak, flakkerend licht. ‘Laten we er maar eens naar toe lopen’!
Binnen 30 seconden stonden we bij een oudere man, die rustig in een hoekje zat te genieten onder het genot van een pilsje. Hallo, zei ik, mogen we erbij komen zitten? ‘Geen probleem’, zei de oude man, ‘neem een blok en ga zitten’. Terwijl ik ga zitten, bekijk ik de man nogmaals goed in het licht van zijn ‘olielampje’, hij ziet er wel heel erg oud uit. Nog maar een paar plukjes grijs haar kwamen vanonder zijn vilten bruine hoed vandaan en als hij zo oud is als het aantal rimpels in zijn gezicht, dan is hij reeds lang de 80 gepasseert.
Verder droeg hij een lange donkerbruine wollen broek en een soort rijlaarzen.
‘Wat doen jullie hier’?, zegt hij verbaasd, ‘ik zie hier nooit iemand’. We vertellen hem dat we regelmatig de groeves bezoeken en vragen hem met schaamrood op ons gezicht of hij ons later in de richting van de uitgang wil begeleiden. ‘Geen probleem’, zegt hij en begint te lachen, schaam je maar niet hoor, ook ik vergis me nog wel eens, maar na een paar honderd jaar ken je de groeve wel. ‘Een paar honderd jaar?’, denk ik, ‘die man wordt langzaam al seniel’!
‘Was het vroeger anders?’, vraag ik. Nou, de groeve zag er toen natuurlijk precies zo uit, maar al die bonte teksten op de muren, die zag je toen nog niet. Maar ook toen had je genoeg ‘batterave’ die op de muren krasten en dingen probeerden te slopen. Wat dat aangaat is het nu, zeker hier in Ternaaien, nog wat erger geworden. ‘Maar ja, de groeve overleeft iedereen en alles’, zegt hij een beetje triest. Deze gangen zijn er nog wel, zelfs als jullie al lang tot stof zijn vergaan.
Het gesprek wordt er naar mijn mening niet leuker op, dus vraag ik hem hoe hij eigenlijk heet. ‘Noem me maar Pierre’, zegt hij….gewoon Pierre.
Maar kom, ik zal met jullie naar buiten lopen, ik heb jullie al genoeg opgehouden. (Goh, hij kan gedachten lezen)
We beginnen te lopen en na vijf minuten zie ik reeds waar ik ben. ‘Hey Pierre, stop maar, ik weet de weg wel’, zeg ik tegen hem, maar hij verteld mij dat je, als iemand je ondergronds de weg vraagt, men deze persoon moet begeleiden tot aan de ingang, want anders brengt dit ongeluk.
Toen vertelde hij een verhaal over een man die werd vervloekt omdat hij iemand, die hem de weg had gevraagd, niet helemaal naar de uitgang had gebracht en dat deze persoon daarna hopeloos verdwaalde en nooit meer was teruggevonden! Hij was in een donkere zijgang ellendig aan zijn eind gekomen. ‘Zoiets mag nooit meer gebeuren’, zegt hij.
Na nogmaals vijf minuten staan we weer bij de ingang en de zon begint warempel door de wolken te schijnen. Wij draaien ons om, om Pierre te bedanken, maar zien hem nergens staan. ‘Is hij al weg’?, vraag ik Hans, ik heb hem niet zien weglopen! Vreemd zeg, iedereen die de ingangspartij van Ternaaien beneden kent, weet dat je je daar niet kunt verstoppen.
Okay, zeg ik, laten we dit maar gauw vergeten. Niemand wil dit toch geloven. En als ik andere berglopers vertel dat ik me hier verlopen heb, krijg ik het de komende 10 jaar nog te horen.

Een week later waren we weer in Ternaaien. We waren nu goed voorbereid en gingen op weg om de plaats te vinden waar we ‘Pierre’ gevonden hadden (of hij ons!).
Na ongever een half uur zoeken vonden we de plaats waar we met z´n drieën nog geen week geleden hadden gezeten. De drie mergelblokken lagen nog steeds op hun plaats, wat natuurlijk niet vreemd is, in deze ‘uithoek’ komt alleen maar Pierre. Stiekem hadden we gehoopt hem hier terug te vinden en nog gezellig wat te kletsen (en trots te laten zien, dat we de weg nu wel konden vinden) maar hij was er niet.
Terwijl we daar zaten, hadden we het nogmaals over de vreemde verdwijning van Pierre de vorige week. ‘Ik kom er toch niet over uit, hoe het hem gelukt is zo snel weg te komen’, zeg ik. Het was heel vreemd, bijna té vreemd. ‘Ach, stel je niet aan’, zegt Hans, ‘je ziet spoken’!
Aangezien ik meestal niet te lang op de koude mergel blijf zitten, ging ik wat door het ‘kamertje’ snuffelen. Wie weet vind ik nog een bijzonder opschrift. Na een paar minuten zie ik op 2 meter hoogte een tekst in klassiek handschrift staan. Ik vraag Hans die zeker 2 koppen groter is dan ik om eens goed te kijken. Wat daar staat geschreven is wel héél vreemd, want er staat; Pierre, 1 oktober 1701.
Zo´n 10 centimeter lager staat; Pierre, 1 oktober 1801.
Nog 10 centimeter lager staat; Pierre, 1 okto
ber 1901 en je raadt het al, vlak daaronder staat weer zijn naam, maar dan met precies de datum van vorige week; 1 oktober 2001!
Iemand houdt ons ongelooflijk voor de gek, schreeuwt Hans!!! Dit kan niet zijn. Iemand met dezelfde naam die elke 100 jaar op dezelfde plaats komt? Dit is flauwekul!
‘Ik weet het nog zo net niet’, zeg ik, denkend aan het verhaal wat Pierre vorige week vertelde. ‘Vond je ook niet dat hij er vreemd uitzag’, zeg ik tegen Hans. Hij zag er uit alsof hij helemaal niet indeze tijd thuishoorde. Hans begint te lachen. ‘Je haalt je dingen in je hoofd jongen’! Doe me een plezier en vergeet dit hele verhaal.
‘Maar vond je ook niet, dat hij er zo gebrand op was om ons naar buiten te brengen’, zeg ik. Dat verhaal wat hij vertelde over die vloek, dat ging over hem!
Maar Frans kreeg langzaam genoeg van mijn verhalen en begon in de richting van de ingang te lopen. Ik keek nog even rond en toen pakte ik mijn Coleman en liep achter Frans aan, ik had opeens geen zin meer om hier nog langer te blijven. Voordat ik na zo´n honderd meter de bocht omging, keek ik nog eenmaal om en ik weet bijna zeker dat ik er een licht zag flakkeren. ‘Frans, wacht’, zei ik, ‘ik zie daar een licht’.
‘Ja, je doet maar’, riep Frans kwaad, ‘ik ga naar huis’!
In alle stilte zijn we naar huis gefietst en ik ben Frans daarna snel uit het oog verloren. Later hoorde ik dat hij met zijn ouders naar het noorden van Limburg was verhuisd. Dat was het einde van onze vriendschap.

Dit verhaal ben ik nooit meer vergeten en ik ben sindsdien nog vaak in Ternaaien geweest, maar eigenlijk nooit meer in die gang waar ik mijn bijzondere ontmoeting had.

Soms vraag ik me wel eens af wie hij op 9 oktober 2101 naar buiten zal vergezellen.

Comments (2)

STOP!!!……doe moogst hie neet noa binne
Wat dinkste waal was te gees beginne
Hubst doe dat bord doa neet gezeen, hast doe geen ooge in de kop….
Ich zik dich toch, ich zik noe………STOP!!!

Hey, doe ins rustig, witste waal wae ich bin
Missjien das´te mich nog neet kins
Ich bin inne bergloper, inne vrundj van der berg!
Wen ich neet noa binne kin, dan ving ich dat erg

Doe bis maar ee burdje, dat hilt mich neet teage
Van soe een bietje tekst, wear ich neet verlaege
Kiek…inne poort hilt mig taege, dae loat ich mit rust
Ich bin ginne krimineel en ooch ginne frust!

Maar see ich ee loak in de grondj, dan mot ich doa in
Dan doe ich mien lempke aan, dan hub ich weer zin
D´r berg is wie ee gesondj versjlaving
Ich hub dit nuedig vuur mien waekelijkse laving

Maak dich neet druk, ich maak nieks kapot
Blief euveral vanaaf, maak ut neet te zot
Ich loop alleen get rondj, geneet van de stillte
Blief neet lang zitte, krieg last van de killte

Noa soe un uurke of twié, is ut ooch in miene kop weer stil
En dat is noe precies wat ich wil
Noe kann ut weekend pas echt beginne
Maar… noa ee paar daag veul ich de kriebels weer va binne!

Frank

DSCF157720070518DSCF15771 STOP!!!......doe moogst doa neet noa binne!

pixel STOP!!!......doe moogst doa neet noa binne!