Archive for Cultuurhistorie

May
14

De Bosweg te Bemelen

Posted by: | Comments (0)

Bron: Limburgs Dagblad – Guus Urlings

De Bosweg is de weg naar het bos. Ook in Bemelen. Maar de Bosweg is ook een typisch voorbeeld van gebrek aan fantasie en historisch besef. Voor de Bosweg dienietszeggende naam kreeg, heette hij in de volksmond de ‘Kattegrub’. Het zal met name dat ‘grub’ zijn geweest dat de gemeente tegenstond. Voor een boerendorp kan grub ermee door – het weggetje stond al in de 7e eeuw op de kaart als ‘Grote Grebbe’ – maar voor een zichzelf respecterende gemeente…. Een gemiste kans.

Het volkse Kattegrub verwees namelijk naar een bijzonder aspect van de lokale historie: de grotbewoners. In een van de mergelgrotten langs de grub overleed op 6 december 1846 Gisbert Damen (72), gehuwd met Maria Catherina Eil. Gisbert woonde in de grot waarin ook zijn ouders al een groot deel van hun leven hadden gesleten. Gisberts vrouw, Maria Catherina, overleed in 1855, eveneens in de bewuste grot. Volgens kenners zou de naam Kattegrub een verbastering zijn van kategrub, vernoemd naar Maria Catherina, roepnaam Kaat, die in haar tijd een opvallende verschijning schijnt te zijn geweest.

Was dat niet mooi geweest, de straatnaam Kategrub – of, vooruit, Katestraat – als herinnering aan een van de laatste grotbewoners van Bemelen? Niet de allerlaatste, overigens. De dochter van Maria Catherina, die eveneens Maria Catherina heette, heeft met haar man Pieter Janszenen zes (!) kinderen na de dood van haar moeder nog jarenlang in dezelfde grot gehuisd.

Via de site Bemelen.com vind je nog meer info over de lokale mergelgrotten.

P1000874a 300x169 De Bosweg te Bemelen

Mergelgrotten Bemelen

Categories : Grotwoning
Comments (0)

Bron: Limburgs Dagblad – 17 april 2010

Het is 200 jaar geleden dat de Franse Mijnwet werd ingevoerd. Een wet die onder meer leidde tot de oprichting van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Op 21 april is het jubileumjaar van de dienst die voor Limburg van groot belang was.

De invloed van Napoleon op ons leven is nog steeds in veel dagelijkse dingen merkbaar. Zo was hij onder andere verantwoordelijk voor het invoeren van een gestandaardiseerde registratie van geboorten, huwelijken, echtscheidingen en overlijdens. In continentaal Europa wordt sinds Napoleon vrijwel overal rechts gereden. Ook lanceerde de ‘Kleine Korporaal’ de Mijnwet van 1810. Nederland viel destijds onder Frans bestuur. De Franse Mijnwet, in dat jaar op 21 april ingesteld, gold daarom ook hier. Voornamelijk Zuid-Limburg kreeg in eerste instantie met deze wet te maken. In deze streek vond immers sinds eeuwen steenkoolwinning plaats. Misschien zelfs wel de eerste kolenwinning op het Europese vasteland.

afb.2. dominiale mijn jaren dertig 200 jaar Mijntoezicht in Nederland

Domaniale mijn - Kennislink.nl

De allereerste ontginningen van steenkool vonden plaats in het kolenveld van de Domaniale mijn in Kerkrade. Dan hebben we het over de 12e eeuw, toen er op kleine schaal steenkoolwinning plaatsvond in het Wormdal, nabij abdij Rolduc. In de allereerste dagen van de kolenwinning ging het vooral om oppervlakte-werk. Langzaam maar zeker moest men dieper en dieper graven om de kolen te kunnen delven. In de zeventiende eeuw maakten kolengravers schachten van circa veertig meter diep. Met handlieren en rosmolens werden de kolen naar de oppervlakte gebracht.

De mijnwet bracht ingrijpende veranderingen met zich mee. de wet werd ingesteld om voorwaarden te stellen aan de winning van delfstoffen als steenkool, bruinkool, zout, aardolie en mergel. Belangrijker nog was het regelen van de eigendomsrechten, Tot 1810 had de eerlijke vinder de eigendomsrechten, na deze datum kon men alleen de eigendomsrechten verwerven door het verlenen van concessies. De Staat zou vanaf dat moment bepalen wie bevoegd is tot ontginning. Bovendien trad het Rijk op als beschermer van het algemeen belang.

Maar ook de sociale aspecten van de mijnwet zijn niet onbelangrijk. Winning mocht vanaf dat moment alleen plaatsvinden onder leiding van technisch onderlegd personeel, iets wat daarvoor lang niet altijd gebeurde. Mijningenieurs, mijnmeesters en medici werden zodoende verplicht. Verboden werd het om kinderen jonger dan ten jaar in de mijnen te laten werken. Dat was vóór de invoering van deze wet populair, omdat de kleintjes behendig waren en vanwege hun geringe lengte goed in de kleine ruimtes konden werken. Maar ook aan dieren werd gedacht in de Mijnwet. De trekpaarden die de kolenwagens uit de mijngangen moesten slepen, mochten niet te zwaar worden belast.

Waar regels zijn, moest worden gecontroleerd. Een nieuwe functie werd ingesteld en belast met het toezicht op de naleving van de nieuwe regels: de ‘Ingenieur des mines’. In de Franse tijd werd de Nederlandse mijnbouw onder het gezag geplaatst van de ‘Ingenieur des mines’ in Luik. de Nederlandse tak was destijds zeer klein. Ook na de Belgische revolutie in 1830 bleven de Limburgse mijnen nog negen jaar onder het gezag van ‘Luik’. De Belgische staat bestuurde toen in feite het Limburgse mijngebied.

De heer F.D.J. Büttgenbach was per 1 juli 1839 de eerste ‘ingenieur der mijnen’ die zijn standplaats in Nederland had. Zijn aandacht ging deels uit naar de mergelgroeven. Ook de Domaniale Mijn en de kleinere mijntjes in Bleyerheide en Neuprick kreeg hij onder zijn hoede. Büttgenbach was de enige functionaris in dienst van het mijnwezen. Zijn standplaats was Kerkrade, in het administratiegebouw van de Domaniale Mijn. De administratie voerde hij zelf. Brieven en rapporten werden opgesteld in het Frans en in het Duits. Maar de eerste taal beheerst Büttgenbach niet feilloos, zo is na te lezen. Voor zijn werkzaamheden kreeg hij 250 gulden per jaar. In die tijd een flink bedrag. Zo flink dat hem een vergoeding voor reis- en verblijfskosten werd geweigerd.

De dienst wisselde nogal eens van hoofdkwartier. Afwisselend zetelde de ‘Ingenieur der mijnen’ in Kerkrade, Heerlen of Maastricht. In de beginjaren was dat vooral afhankelijk van de woonplaats van de ingenieur. In de tweede helft van de vorige eeuw werd alles anders. In ei 1959 wordt voor de eerste maal gas ontdekt in de Groningse bodem. De groei in de winning van olie en gas in de daaropvolgende periode zorgde ervoor dat de dienst snel werd uitgebreid. Een nieuwe locatie was hierdoor broodnodig. In 1962 werd het pand aan de Apollolaan 9 in Heerlen betrokken. Maar door de ontwikkelingen in de gas- en oliewinning en de daaraan gerelateerde afbouw van de kolenmijnbouw, duurde het niet lang voordat er een dependance in het westen van het land werd geopend. Per 1967 zat de dienst in Heerlen en in Den Haag.

De sluiting van de mijnen zette de vesting van de dienst in Heerlen onder druk. Een verhuizing naar het westen lag in het verschiet, maar die denkrichting kon op felle protesten

IMG 3869a 263x300 200 jaar Mijntoezicht in Nederland

Fin des traveaux - Fafchamps - conducteur des mines 1823

rekenen van het Limburgse personeel, dat het Heerlense hoofdkwartier niet wenste te verlaten. Frans Bastin uit Heerlen werkte in die tijd bij het SodM. Hij herinnert zich nog de strijd tegen een gedwongen vertrek naar de Randstad. “Het idee om deze streek te moeten verlate, bracht bij de Limburgse medewerkers van het Staatstoezicht grote onrust teweeg. Daarom zocht het personeel van de vesting Heerlen – in eerste instantie met succes – steun bij de politiek. Als voornaamste argument voerde de politiek aan dat een verhuizing strijdig was met de overeengekomen spreiding van rijskdiensten, waaraan niet mocht worden getornd. De toenmalige minister van Economische zaken, de latere premier Ruud Lubbers, liet op 24 januari 1974 wten dat hij zich sterk zou maken om het SodM voor Heerlen te behouden.”

Ook Tweede Kamerlid Knot zette zich in voor de zaak door in mei 1975 schriftelijke vragen te stellen over de kwestie. In zijn antwoorden bevestigde minister Lubbers min of meer zijn eerder ingenomen standpunt, door onder meer te verklaren dat de vestiging in Heerlen voorhands zou blijven bestaan en dat de ambtenaren die hun werkzaamheden elders in het land moesten verrichten toch in Limburg zouden mogen blijven wonen. “Maar de onrust sloeg weer toe”, herinnert Bastin zich. “eker toen de plaatsvervangend secretaris-generaal Van Oosten en het hoofd van de afdeling personeelszaken Stolk van het ministerie van Economische Zaken in 1983 aankondigden naar Heerlen te komen om aan de medewerkers van SodM uitleg te verschaffen over de stand van zaken. Samnegevat luidde hun boodschap dat van opheffing van de Heerlense vesting geen sprake was en dat overbrengen van werkzaamheden naar Den Haag pas zou geschieden als voor de medewerkers die in Limburg wilden blijven wonen passend werk was gevonden.

Uiteindelijk is op 9 juli 1985 Den Haag de hoofdvesting van Staatstoezicht geworden. Desalniettemin blijven in Limburg nog taken waar het SodM bij betrokken blijft.

Categories : Nieuws, Onderzoek
Comments (1)

Bron: Het belang van Limburg

Vanaf 23 maart brengt Canvas gedurende acht weken uitzendingen over de geschiedenis van en in de ondergrondse mergelgroeven van Kanne. Meer concreet gaat het over hetgeen er zich afspeelde tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Nabij de grens van de beide Limburgen hebben de mergelbergen immers vaak een rol gespeeld in tijden van oorlog en geweld. Langs het smokkelgat in de Sint-Pietersberg werden mensen in veiligheid gebracht om te ontsnappen aan verplichte tewerkstelling in Duitsland. Er werden goederen gesmokkeld en het smokkelgat stond ook open voor clandestiene post en voor de overbrenging van piloten van Nederland naar België. Canvas organiseert op 16 mei in de mergelgroeven van het Avergat ook een publieksevenement ter afsluiting van de reeks “Publiek Geheim”. De acht uitzendingen duren elk 26 minuten.

DSCF4125a Acht tv uitzendingen over mergelgroeven

Categories : Mergelgrotten, Nieuws
Comments (0)
Dec
03

Stichting Oud Sint Pieter

Posted by: | Comments (0)

Het dorp Sint Pieter, nu onderdeel van Maastricht, bevat vele cultuurhistorische ´landmarks´, waarvan de Sint-Pietersberg wel de meest in het oog springende is.

Maastricht%20Kasteel%20Caestert%201 Stichting Oud Sint Pieter

Gelegen tussen de mergelweg en de lage kanaaldijk is het reeds 2000 jaren onderdeel van de de `wereldgeschiedenis´. Is het niet wegens de Romeinse uitkijkpost die op de Sint-Pietersberg lag, dan is het wel om de Luikerweg – een van de oudste nog bestaande wegen (tussen Maastricht en het zuiden) die ooit over het midden van de Sint-Pietersberg liep, maar nu wordt onderbroken door de ENCI – groeve.
Op dit moment wordt er hard gewerkt om de grotwoning van Greetje Blanckers te restaureren en voor het nageslacht te bewaren.
Vergeet ook niet Hoeve Lichtenberg met zijn museum, Grotten Noord, de Zonneberg en de wijngaard.

Sint%20Pieter%201910 Stichting Oud Sint Pieter

Nieuwsgierig geworden en wil je nog veel meer weten over het verleden van Sint Pieter, kijk dan eens op de site van ‘Oud Sint-Pieter’ – een zeer mooie en uitgebreide site met veel foto´s van vroeger en nu.

Oudsintpieter.com

afgraving%20ruine%20Lichtenberg Stichting Oud Sint Pieter

Categories : Links
Comments (0)

Historisch café van het L.G.O.G. kring Maastricht

Op donderdag 27 november vindt het vijfde Historisch Café van de Maastrichtse kring van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (LGOG) plaats. Dat zal onder andere gaan over de (verloren) historische cultuurwaarden van de Sint Pietersberg. Het Historisch Café begint om 19.30 uur in boekhandel selexyz dominicanen en is vrij toegankelijk.

De avond zal bestaan uit de opening, de boekenrubriek (Emile Ramakers), de gesproken column(Paul van der Steen), inleidingen door de genodigden en een uitvoerige Read More→

Comments (1)

Op donderavond 27 november 2008 zal er door het LGOG (Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap) een historisch café worden georganiseerd over de Sint Pietersberg in de Selexyz boekhandel Dominicanenkerk te Maastricht.

Aanavang: 19.30 uur.

Namens het Institute Europa Subterranea spreken Jacquo Silvertant over de geschiedenis van de onderaardse gangenstelsels en John R. van Schaik over de waardebepaling van onderaards erfgoed en de haalbaarheid van een UNESCO erfgoedstatus voor de Sint Pietersberg of delen daarvan.

Categories : Maastricht, Nieuws
Comments (0)

IMG 2131 Jean Gilson   Steek Uwe neus in mijn...
Ondeugendheid is van alle tijden – dat is goed aan deze foto te zien.
De tekst is; “Gilson Jean van Canne op de boovenstraat, steek uwe neus in mijn gat!”

Jean Gilson heeft in deze hoek van de groeve diverse opschriften gemaakt. We weten dat hij uit Canne is en dat hij geboren is in 1845.

Categories : Mergel Gekrabbel
Comments (0)
Feb
08

Instituut Europa Subterranea

Posted by: | Comments (0)

Een instituut, opgericht door John van Schaik en Jacquo Silvertant, met als ideëel en sociaal hoofddoel:

De stimulering van grensoverschrijdend wetenschappelijk onderzoek naar de betekenis van onderaardse cultuurlandschappen, cultuurhistorisch, sociaalhistorisch en natuurhistorisch, mijnbouwhistorisch industrieel erfgoed.

Het instituut wil d.m.v. samenwerking op Europees niveau een uitwisseling van kennis en ervaring op bovengenoemd gebied.
Dit is maar een van de vele punten die zij zich tot doel hebben gesteld.

In dit kader organiseren zij het volgende:

3e Internationale Symposium Archeologische Mijnbouwgeschiedenis.

Van 9 tot en met 11 mei 2008 wordt dit symposium gehouden in Valkenburg, Maastricht en in Kanne-Riemst. Het symposium werd in 2006 voor het eerst gehouden in Reichelsheim (D). In IMG 0291 Instituut Europa Subterranea2007 volgde het 2e symposium in Freiberg (D). Beide bijeenkomsten, die zich voornamelijkrichtten op middeleeuwse mijnbouw, waren succesvol in het bijeen brengen van zowel onderzoekers als vertegenwoordigers van officiële instanties uit verschillende Europese regio’s, teneinde te discussiëren over archeologische mijnbouwgeschiedenis in al zijn aspecten. Tijdens talloze lezingen en excursies werd er tevens actief kennis en informatie uitgewisseld tussen de deelnemers.

Kijk hier voor meer info en inschrijving of volg onderstaande link.

Beneath the low countries

pixel Instituut Europa Subterranea
Categories : Links, Nieuws
Comments (0)