Archive for Cultuurhistorie
Jean Lotonne, 18 jaar en 21 dagen oud – Of toch ‘Jean Clotenne’?
Posted by: | CommentsAfgelopen zondag heb ik in Caestert onderstaande foto gemaakt. Helaas kom ik met mijn MAVO-Frans niet zo ver, dus was het een geluk dat ik een Franstalige collega bij me had.
Verder is me opgevallen dat als ik een foto maak van een opschrift op mergel (bv zoals deze in rood krijt) ik deze achteraf moeilijk te bekijken vind. Na een beetje ‘kloemmele’ met een fotobewerkingsprogramma, kwam ik erachter dat de tekst beter te lezen is in foto-negatief zoals onder is afgebeeld (ieder bewerkingsprogramma heeft deze functie wel in huis)


Nu verder met de tekst. Er staat het volgende:
“Jean Clotenne, âge de 18 anne veingte un jours sa fait six mille 5 cent et ceptante quatre jours et viengt six mille septe cent et douze heurs et huit jours, 1801 Jean Clotenne de lanaije”
Vertaald in het Nederlands staat er het volgende:
“Jean Clotenne, 18 jaar en 21 dagen oud, dat zijn 6574 dagen en (“dont” = waarvan) 26712 uur. 1801 Jean de lanaye”
Dus Jean Clotenne uit Lanaye (dus vlak naast de deur) was hier in 1801 en berekende daarbij hoeveel dagen en uren hij precies oud was op dat moment. Waarom? ik zou het niet weten, maar een leuk en interessant opschrift is het wel. Wie was Jean? waarom kon hij zo goed schrijven en rekenen (daarbij ga ik er even vanuit, dat dat niet iedereen kon in 1801) Wellicht was hij van adel of was hij een priester of geestelijke (in opleiding).
Misschien weet iemand het wel, dus verdere info is welkom!
Update: Clotenne i.p.v. Lotonne!
Afgelopen vrijdag (29 febr.´08) bezocht ik Ternaaien Boven en fotografeerde ik onderstaand opschrift. Er staat duidelijk ‘Jean Clotenne’, terwijl ik eerst dacht dat hij de letter ‘L’ gewoon met een mooie krul was begonnen. Tevens is de letter na de ‘T’ een ‘E’ ipv een ‘O’ Zijn achternaam is dus Clotenne ipv Lotonne. Bij deze dus aangepast. Helaas is het jaartal niet duidelijk te zien. Begint met 18..
Jean bezocht dus niet alleen Caestert, maar ook Ternaaien boven. Nu vraag ik mij natuurlijk af of hij ook in ‘beneden’ op bezoek kwam.
Verder onderzoek volgt.
In de Duisternis: Jacobus Craandijk in Valkenburg 1876
Posted by: | CommentsBron: Limburgs Dagblad van zaterdag 22 september 2007 – Guus Urlings
“Rondom de opening hangt een digt gordijn van woekerplanten en rijzige dennen wortelen boven de helling, waarin zij is uitgebroken. Niet aanmatigend dringt zij zich op den voorgrond, niet met luidruchtigen opheft tracht zij de opmerkzaamheid tot zich te trekken. Veeleer schijnt zij den nieuwsgierige terug te wijzen en denonbescheidene af te schrikken. Zij noodigt niet, zij belooft niets, zij jaagt een huivering door de leden, door de koude, die van haar uitgaat, door de duisternis, waarin zij den blik doet slaan.”
Heeft dominee Jacobus Craandijk, als hij in 1876 deze notitie maakt in zijn reisdagboek, net de toegangsweg tot de hel ontdekt, of toch op z´n minst die tot het vagevuur?
Nee. Bij het afdalen van de Cauberg, na een wandeling door de omgeving op de weg terug naar zijn Valkenburgse hotel, heeft hij de ingang van de Gemeentegrot in het vizier gekregen. Vandaag de dag valt die entree nauwelijks over het hoofd te zien, wat geen wonder mag heten, omdat de Gemeentegrot een van de toeristische troefkaarten van Valkenburg is. 
Maar in Craandijks tijd was toerisme nog een relatief nieuwe uitvinding en de ketelmuziek waarmee Valkenburg zich later op de vakantiemarkt zou gaan profileren, was nog niet meer dan een beschaafd deuntje. Wie kende desijds de Valkenburgse Gemeentegrot? Buiten Valkenburg zo goed als niemand.
“Onze reisboeken spreken alleen van den St. Pietersberg bij Maastricht. Als wij te Maastricht zijn, dan ja, eischt reizigerspligt een bezoek aan den St. Pietersberg. Maar van deze grot hoorden wij voor het eerst.”
….”Maar van deze grot hoorden wij voor het eerst.”…
Misschien dat hij daarom twijfelt. Zal hij naar binnen gaan om het volstrekt onbekende en ganschelijk onberoemde te verkennen? Zal het de moeite lonen?
De nieuwsgierigheid wint. En dus staat Craandijk na enig wikken en wegen toch bij de ingang van de grot, samen met den ouden gids Hergergs, in de stratblokken voor een ondergrondse ontdekkingstocht. Een tocht die uiteindelijk liefst acht pagina´s in beslag zal nemen. Craandijk valt van de ene verbazing in de andere. Verbazing over de uitgestrektheid van de doolhof van mergelgangen – “Wat zijn er velen! Hoe zonderling kruisen zij elkander! Hoe lang zou het wel duren, eer wij ze allen hadden doorkruist?” – en over de talrijke namen en opschriften die de wanden sieren. Verbazing over “dien wonderbaren Drie-drup, door den droppel die met regelmatige tusschenpoozen uit een kegelvormigen steen aan het gewelf in e uitgeholde waterkom valt”, en over het jarenlange zwoegen en zweten waarmee het kilometerslange gangenstelsel in de mergel is uitgehakt. “Hard werk dat schraal werd beloond”.
Hij is onder de indruk, de dominee. Het is een heel andere wereld, hier, onder de grond. De geluiden van de buitenwereldverstommen, de gelijkmatige temperatuur verjaagt alle besefvan seizoenen, het flakkerende licht van de fakkelsbegoochelt de zinnen, het gevoel voor tijd raakt op een dwaalspoor. “Met ontzag luisteren wij naar wat ons de gesteenten verhalen van dien geheimzinnigen vóórtijd, toen de zee hier golfde(…),“toen milioenenlevende wezens, wier versteende overblijfsels de bergen in hun schoot bewaren, de groote wateren bevolkten. Waar zulke stemmen spreken, daar zwijgen wij eerbiedig.”
Dan is er, uren later, de buitenlucht. En toch ook de opluchting. Want hoe indrukwekkend het ook was, in de gewesten der duisternis en der roerlooze stilte, toch voelt Craandijk zich heerlijk, nee, zelfs “dubbel heerlijk”, als hij de blauwe hemel weer boven zich ziet. Alsof hij buiten plotseling veel meer lééft…
Zie ook NOS nieuws van 23 mei 2007
Vanaf 2 juni a.s. is er in het Regionaal Historisch Centrum Limburg in Maastricht een expositie over een aantal middeleeuse tekeningen uit de Sint Pietersberg.
Op deze expeditie worden de resultaten gepresenteerd van het kunsthistorisch onderzoek, gedaan door Femke Speelberg en Jacoline Zilverschoon van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
De titel van de expoditie is ‘Zotheid’ in de duisternis, ontleed aan een tekening van een blokbreker in Narrenkleding.
Het initiatief voor dit onderzoek is van Henk Blaauw en Ed de Grood.
De expeditie is van 2 juni t/m 29 juli – van maandag (13 – 17 uur), dinsdag t/m vrijdag (9 – 17 uur) en zaterdag en zondag van 14 – 17 uur.
Adres: Regionaal Historisch Centrum Limburg
Sint Pieterstraat 7
6211JM Maastricht
Lambier le Pondeur!
Posted by: | CommentsWellicht een van de bekendste opschriften en wel zeker een van de oudste. Caestert groeve – België.

Lambier le Pondeur fut ici l´a(n) MCCCCLXVIII le XIX(me) jo…daoust.
Lambier de schilder was hier in het jaar 1468 op de 19e dag van augustus.
Een uniek opschrift door het vermelden van de datum. Het werpt natuurlijk ook weer veel vragen op naar de achtergrond van “lambier”!

