Archive for mergelwinning
Geen explosieven meer bij mergelwinning ‘t Rooth
Posted by: | CommentsBron: www.l1.nl
Het winnen van Mergel in groeve ‘t Rooth bij Cadier en Keer gebeurt in de toekomst niet meer met explosieven, maar door middel van afgraving. De komende jaren wordt de winning daar afgebouwd.
Er wordt sinds de jaren dertig mergel gewonnen. Omwonenden van de groeve krijgen donderdag te horen hoe de plannen voor de komende jaren er precies uitzien.
200 jaar Mijntoezicht in Nederland
Posted by: | CommentsBron: Limburgs Dagblad – 17 april 2010
Het is 200 jaar geleden dat de Franse Mijnwet werd ingevoerd. Een wet die onder meer leidde tot de oprichting van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Op 21 april is het jubileumjaar van de dienst die voor Limburg van groot belang was.
De invloed van Napoleon op ons leven is nog steeds in veel dagelijkse dingen merkbaar. Zo was hij onder andere verantwoordelijk voor het invoeren van een gestandaardiseerde registratie van geboorten, huwelijken, echtscheidingen en overlijdens. In continentaal Europa wordt sinds Napoleon vrijwel overal rechts gereden. Ook lanceerde de ‘Kleine Korporaal’ de Mijnwet van 1810. Nederland viel destijds onder Frans bestuur. De Franse Mijnwet, in dat jaar op 21 april ingesteld, gold daarom ook hier. Voornamelijk Zuid-Limburg kreeg in eerste instantie met deze wet te maken. In deze streek vond immers sinds eeuwen steenkoolwinning plaats. Misschien zelfs wel de eerste kolenwinning op het Europese vasteland.

Domaniale mijn - Kennislink.nl
De allereerste ontginningen van steenkool vonden plaats in het kolenveld van de Domaniale mijn in Kerkrade. Dan hebben we het over de 12e eeuw, toen er op kleine schaal steenkoolwinning plaatsvond in het Wormdal, nabij abdij Rolduc. In de allereerste dagen van de kolenwinning ging het vooral om oppervlakte-werk. Langzaam maar zeker moest men dieper en dieper graven om de kolen te kunnen delven. In de zeventiende eeuw maakten kolengravers schachten van circa veertig meter diep. Met handlieren en rosmolens werden de kolen naar de oppervlakte gebracht.
De mijnwet bracht ingrijpende veranderingen met zich mee. de wet werd ingesteld om voorwaarden te stellen aan de winning van delfstoffen als steenkool, bruinkool, zout, aardolie en mergel. Belangrijker nog was het regelen van de eigendomsrechten, Tot 1810 had de eerlijke vinder de eigendomsrechten, na deze datum kon men alleen de eigendomsrechten verwerven door het verlenen van concessies. De Staat zou vanaf dat moment bepalen wie bevoegd is tot ontginning. Bovendien trad het Rijk op als beschermer van het algemeen belang.
Maar ook de sociale aspecten van de mijnwet zijn niet onbelangrijk. Winning mocht vanaf dat moment alleen plaatsvinden onder leiding van technisch onderlegd personeel, iets wat daarvoor lang niet altijd gebeurde. Mijningenieurs, mijnmeesters en medici werden zodoende verplicht. Verboden werd het om kinderen jonger dan ten jaar in de mijnen te laten werken. Dat was vóór de invoering van deze wet populair, omdat de kleintjes behendig waren en vanwege hun geringe lengte goed in de kleine ruimtes konden werken. Maar ook aan dieren werd gedacht in de Mijnwet. De trekpaarden die de kolenwagens uit de mijngangen moesten slepen, mochten niet te zwaar worden belast.
Waar regels zijn, moest worden gecontroleerd. Een nieuwe functie werd ingesteld en belast met het toezicht op de naleving van de nieuwe regels: de ‘Ingenieur des mines’. In de Franse tijd werd de Nederlandse mijnbouw onder het gezag geplaatst van de ‘Ingenieur des mines’ in Luik. de Nederlandse tak was destijds zeer klein. Ook na de Belgische revolutie in 1830 bleven de Limburgse mijnen nog negen jaar onder het gezag van ‘Luik’. De Belgische staat bestuurde toen in feite het Limburgse mijngebied.
De heer F.D.J. Büttgenbach was per 1 juli 1839 de eerste ‘ingenieur der mijnen’ die zijn standplaats in Nederland had. Zijn aandacht ging deels uit naar de mergelgroeven. Ook de Domaniale Mijn en de kleinere mijntjes in Bleyerheide en Neuprick kreeg hij onder zijn hoede. Büttgenbach was de enige functionaris in dienst van het mijnwezen. Zijn standplaats was Kerkrade, in het administratiegebouw van de Domaniale Mijn. De administratie voerde hij zelf. Brieven en rapporten werden opgesteld in het Frans en in het Duits. Maar de eerste taal beheerst Büttgenbach niet feilloos, zo is na te lezen. Voor zijn werkzaamheden kreeg hij 250 gulden per jaar. In die tijd een flink bedrag. Zo flink dat hem een vergoeding voor reis- en verblijfskosten werd geweigerd.
De dienst wisselde nogal eens van hoofdkwartier. Afwisselend zetelde de ‘Ingenieur der mijnen’ in Kerkrade, Heerlen of Maastricht. In de beginjaren was dat vooral afhankelijk van de woonplaats van de ingenieur. In de tweede helft van de vorige eeuw werd alles anders. In ei 1959 wordt voor de eerste maal gas ontdekt in de Groningse bodem. De groei in de winning van olie en gas in de daaropvolgende periode zorgde ervoor dat de dienst snel werd uitgebreid. Een nieuwe locatie was hierdoor broodnodig. In 1962 werd het pand aan de Apollolaan 9 in Heerlen betrokken. Maar door de ontwikkelingen in de gas- en oliewinning en de daaraan gerelateerde afbouw van de kolenmijnbouw, duurde het niet lang voordat er een dependance in het westen van het land werd geopend. Per 1967 zat de dienst in Heerlen en in Den Haag.
De sluiting van de mijnen zette de vesting van de dienst in Heerlen onder druk. Een verhuizing naar het westen lag in het verschiet, maar die denkrichting kon op felle protesten
rekenen van het Limburgse personeel, dat het Heerlense hoofdkwartier niet wenste te verlaten. Frans Bastin uit Heerlen werkte in die tijd bij het SodM. Hij herinnert zich nog de strijd tegen een gedwongen vertrek naar de Randstad. “Het idee om deze streek te moeten verlate, bracht bij de Limburgse medewerkers van het Staatstoezicht grote onrust teweeg. Daarom zocht het personeel van de vesting Heerlen – in eerste instantie met succes – steun bij de politiek. Als voornaamste argument voerde de politiek aan dat een verhuizing strijdig was met de overeengekomen spreiding van rijskdiensten, waaraan niet mocht worden getornd. De toenmalige minister van Economische zaken, de latere premier Ruud Lubbers, liet op 24 januari 1974 wten dat hij zich sterk zou maken om het SodM voor Heerlen te behouden.”
Ook Tweede Kamerlid Knot zette zich in voor de zaak door in mei 1975 schriftelijke vragen te stellen over de kwestie. In zijn antwoorden bevestigde minister Lubbers min of meer zijn eerder ingenomen standpunt, door onder meer te verklaren dat de vestiging in Heerlen voorhands zou blijven bestaan en dat de ambtenaren die hun werkzaamheden elders in het land moesten verrichten toch in Limburg zouden mogen blijven wonen. “Maar de onrust sloeg weer toe”, herinnert Bastin zich. “eker toen de plaatsvervangend secretaris-generaal Van Oosten en het hoofd van de afdeling personeelszaken Stolk van het ministerie van Economische Zaken in 1983 aankondigden naar Heerlen te komen om aan de medewerkers van SodM uitleg te verschaffen over de stand van zaken. Samnegevat luidde hun boodschap dat van opheffing van de Heerlense vesting geen sprake was en dat overbrengen van werkzaamheden naar Den Haag pas zou geschieden als voor de medewerkers die in Limburg wilden blijven wonen passend werk was gevonden.
Uiteindelijk is op 9 juli 1985 Den Haag de hoofdvesting van Staatstoezicht geworden. Desalniettemin blijven in Limburg nog taken waar het SodM bij betrokken blijft.
Staatstoezicht op de Mijnen verdwijnt uit Limburg
Posted by: | CommentsBron: Limburgs Dagblad 17 april 2010 – door Emil Visser
Ooit was het Staatstoezicht op de Mijnen niet weg te denken uit Zuid-Limburg. Per september 2010 zal de dienst zijn verdwenen uit deze provincie. Wiel Miseré (62) uit Landgraaf stopt dan als laatste functionaris die de ondergrondse zaken in Limburg onder zijn hoede heeft.
Nog een paar maanden en het staatstoezicht op de Mijnen is helemaal verdwenen uit Limburg. Nadat de heer F.D.J. Büttgenbach per 1 juli 1839 de eerste ‘ingenieur der mijnen’ werd die in Nederland opereerde, is de dienst niet uit Limburg weggeweest. De hoofdzetel wisselde nog weleens van stad. In 1985 ging de hoofdvesting van de dienst van Heerlen naar Den Haag. Een Limburgse delegatie bleef achter.
Wiel Miseré uit Landgaaf is de laatste in Limburg wonende inspecteur die zich met de Limburgse zaken bemoeit. Zijn laatste uitvalsbasis is het Business Park Stein in Elsloo, waar hij werkt in een bijkantoor van de Provincie Limburg. In september stopt hij en er komt geen opvolger. De taken met betrekking tot de onderaardse kalksteengroeven worden verdeeld over drie ambtenaren bij de privincie Limburg. “Vandaar dat ik hier werk. Ik zit er sinds drie jaar vanwege mijn kennis die ik probeer over te dragen.”
De Landgravenaar vindt het jammer dat de dienst nu voor het eerst sinds de invoering van de Mijnwet in 1810 niet fysiek meer in Limburg zal zitten. “Hier is het toch allemaal begonnen. Er is al zoveel van de mijnen verdwenen uit Limburg. Dit is weer een deur die dichtslaat.”
De enige operationele mijn onder zijn toezicht is nu nog de Sibbergroeve. Daar wordt kalksteen gewonnen. Miseré bekijkt of aan alle voorwaarden, opgenomen in de vergunningen, wordt voldaan. “We controleren onder andere de breedte van de pilaren en de gangen. We nemen alles onder de loep wat met de stabiliteit te maken heeft.” Maar er zijn meer groeves die Miseré onder zijn hoede heeft, waaronder de groeves met toeristische activiteiten, zoals de kerstmarkt in de Gemeentegrot en Fluweelengrot in Valkenburg. “In het algemeen hebben we de afspraak met de gidsen dat er direct contact met mij wordt opegnomen als er veranderingen in de groeve worden opgemerkt. Dan ga ik kijkenb, al dan niet met andere deskundigen.”
Ook adviseert Miseré bovengronds. “Bij de bouw van het Casino Valkenburg is advies gevraagd omdat het boven een instortingsgebied ligt. Het advies was niet zo gunstig. Men heeft toen veel in de ondergrond moeten investeren om veilig te kunnen bouwen.” Ook bij de bouw van het nieuwe CBS-pand in Heerlen heeft Miseré geadviseerd. “Het gebouw is pal op de schacht III van de Oranje Nassau I gebouwd. Ze verzochten om een deel van de schacht af te halen, want deze lagen te hoog. Na een aantal proefboringen, naar eventueel mijngas, bleek dat geen enkel probleem te zijn.”
Water is altijd een vraagstuk geweest voor het Staatstoezicht op de Mijnen. Vroeger, maar ook nu nog. Bij het bombardement van Geleen in de Tweede Wereldoorlog wer een gashouder geraakt door één van de bommen. Hierdoor kwam men tot het besef dat de mijnwerkers geen kant meer op konden als de schachten getroffen zouden worden. Gangenstelsels werden daarom met elkaar verbonden. Dat bracht weer complicaties met zich mee toen de mijnen sloten. “als een mijn dicht gaat, wordt er geen water meer weggepompt, dus dan loopt de mijn vol. Dan is het vervelend als alle mijnen met elkaar zijn verbonden, want dan loopt het water zo van de gesloten mijn in de nog actieve mijnen.” Men heeft toen in overleg met het Staatstoezicht op de mijnen tal van ondergrondse dammen gebouwd. “Dat was een helse klus.”
Het water in de mijnen zorgt ook nu nog voor extra werkzaamheden bij SodM. Na de sluiting van de mijnen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw is de steenkoolwinning in Duitsland nog doorgegaan. Pas in 1994 werd het oppompen van het mijnwater definitief gestaakt. Als gevolg daarvan is het waterpeil verder gestegen en zullen ook de ondiepere gelegen gangen in de regio Kerkrade vollopen. De komen de tien jaar is dat nog niet aan de orde. “Maar bij SodM willen we bijtijds weten of daar nog gevaren uit voort zullen vloeien. Daarom wordt de stijging van het mijnwater goed in de gaten gehouden en doen we daar verder onderzoek naar.”
Miseré kan wel zeggen dat er na de bodemdaling die in het verleden heeft plaatsgevonden, inmiddels ook al weer sprake is van bodemstijging. “In Duitsland heeft dat al tot schade geleid. Er zijn gevallen bekend waarbij huizen met een zitkuil van dertig centimeter te maken hebben gekregen. In Brunssum is in het begin van de jaren negentig een bodemheffing van meer dan twintig centimeter gemeten. Dat hoeft niet per se schade op te k=leveren, maar het kan wel.” Of er daadwerkelijk schade zal ontstaan, is van veel factoren afhankelijk. onder andere van de ligging van geologische breuken in de nabijheid van een pand en van de vraag of er steenkoolwinning heeft plaatsgevonden aan één kant van de breuk en op welke diepte dat is gebeurd. Staatstoezicht op de Mijnen zal dit watervraagstuk vanaf september vanuit Leidscheveen in de gaten houden.
Website Staatstoezicht op de Mijnen
Limburg verwerpt plan mergelwinning tot 2020
Posted by: | CommentsBron: diverse online media
Het Limburgs Parlement heeft vrijdag een burgerinitiatief verworpen van werknemers van cementfabriek ENCI om tot 2020 te mogen doorgaan met mergelwinning.
Wel houdt het Limburgs Parlement, zoals de Limburgse Staten zichzelf noemen, niet langer vast aan het beëindigen van de mergelwinning per 2015. Die winning kan wat de provincie betreft doorgaan tot ergens tussen 2015 en 2020. Hoe lang, is afhankelijk van een plan, dat binnen een jaar moet worden uitgewerkt. Dat plan van ENCI, gemeente Maastricht en provincie Limburg behelst de herinrichting van de groeve en het aantal banen dat daarmee samenhangt. Read More→
Raad Maastricht: Enci langer open dan 2015
Posted by: | CommentsBron: www.limburger.nl
Zie ook:
Een meerderheid in de Maastrichtse gemeenteraad vindt dat de Enci mergel moet kunnen afgraven tot na 2015. De Partij van de Arbeid gaf dat dinsdagmiddag aan tijdens de raadsvergadering. Zij hield tot nu toe vast aan 2015 als einddatum. De rest van de coalitie, inclusief GroenLinks, volgde dat standpunt.
De gemeenteraad moet de provincie adviseren over een nieuwe vergunning. De meningen verschillen over tot hoe lang Enci verder mag gaan met afgraven: tot 2015 of 2020.
Roger Berghmans van het Enci-personeel verweet burgemeester en wethouders van Maastricht bij het begin van de raadsvergadering ‘uit angst voor een kleine elitaire groep’ gekozen te hebben voor 2015, net als de coalitie in Provinciale Staten. Hij hoopt dat de gemeenteraad anders beslist.
Het ziet er naar uit dat de gemeenteraad Enci in elk geval meer tijd wil gunnen.
Ook vandaag op L1:
Kersten: Verstandig raadsbesluit over ENCI-sluiting
Gedeputeerde Bert Kersten vindt dat de gemeenteraad in Maastricht een verstandig besluit heeft genomen over cementfabriek ENCI. De raad besloot dinsdag te kiezen voor een sluiting van ENCI tussen 2015 en 2020. Dat advies gaat nu naar de Provincie Limburg.
Kersten vindt dat de gemeentelijk besluit aangeeft dat er meer tijd is voor de reconstructie van het industrieterrein en de ontwikkeling van het ENCI-gebied. Voor het eind van het jaar moet de preciese sluitingsdatum van ENCI volgens de gedeputeerde bekend zijn.
Ankerpoort stopt mergelwinning in groeve Curfs
Posted by: | CommentsBron: www.limburger.nl – zaterdag 27 september 2008
De mergelwagens van Ankerpoort vertrekken definitief uit groeve Curfs in Geulhem.
Het bedrijf, dat sinds 1983 mergel heeft gewonnen in de groeve, heeft de productie stilgelegd. Volgende week dinsdag draagt Ankerpoort de groeve
De provincie geeft de groeve vervolgens door aan de stichting Het Limburgs Landschap, dat ze als ruig natuurgebied gaat beheren. In de groeve komen straks wandelpaden. Die sluiten aan op bestaande wandelroutes langs de Geul en over de Bergse Hei.
Gemeente Maastricht voorstander beëindiging mergelwinning ENCI in 2015
Posted by: | CommentsBron: www.nieuwsbank.nl
Advies gemeente Maastricht aan provincie Limburg inzake ontgrondingenvergunning ENCI
De gemeente Maastricht is voorstander van beëindiging van mergelwinning in de Sint Pietersberg door ENCI per 1 januari 2015. De gemeente zal zich samen met ENCI, provincie Limburg, LIOF en andere bedrijven inspannen om de werkgelegenheid die hierdoor wegvalt te waarborgen. Voor wat betreft de afwerking van de groeve is de gemeente voorstander om het plan Verborgen Valleien (natuurontwikkeling met recreatief medegebruik) als leidraad te hanteren. De gemeente wil graag het voortouw nemen in de uitwerking van de afwerkingplannen van de groeve. Dit zijn de belangrijkste onderdelen van het advies van het college van burgemeester en wethouder aan de provincie Limburg inzake de aanvraag ontgrondingenvergunning van ENCI tot 2020. De gemeente Maastricht hecht grote waarde aan haar adviserende rol in het besluitvormingsproces van de provincie. De gemeenteraad van Maastricht bespreekt dit advies op 21 oktober aanstaande.
Afgewogen advies
In het advies van burgemeester en wethouders van Maastricht aan de provincie Limburg wordt gekozen voor een oplossing die de juiste balans borgt tussen de betrokken belangen en invulling geeft aan een zorgvuldige uitwerking van de vraagstukken op het gebied van werkgelegenheid en milieu, maar die ook rekening houdt met de onomkeerbaarheid van de ontgronding. Een uitvoerige analyse en weging van de diverse belangen en een representatieve meningspeiling onder de Maastrichtse bevolking liggen ten grondslag aan dit advies. Ook wordt rekening gehouden met de twee burgerinitiatieven die onlangs aan burgemeester en wethouders van Maastricht zijn aangeboden. Het advies dat nu voorligt doet volgens burgemeester en wethouders van Maastricht recht aan alle verschillende belangen.
Overwegingen:
Belangrijke overwegingen die een rol spelen in het advies van burgemeester en wethouders om de mergelwinning in 2015 te beëindigen zijn:
* Meningspeiling: in het bestuursakkoord van de coalitiepartijen van de gemeente Maastricht is afgesproken dat een zorgvuldige inspraakprocedure een onderdeel zou zijn van het advies van de gemeente Maastricht aan de provincie Limburg. In het voorjaar van 2008 is een uitgebreid communicatie-en inspraakproces opgestart. Een van de onderdelen was een representatieve meningspeiling onder de Maastrichtse bevolking. Uit de peiling blijkt onder andere dat een grote meerderheid van de respondenten graag ziet dat ENCI spoedig stopt met afgraven van de groeve (56% kiest voor 2010, 14% voor 2015 en 9% voor 2020).
* Werkgelegenheidsaspecten: als de kalksteenwinning in de ENCI-groeve eindigt zal een deel van de werkgelegenheid (momenteel negentig werknemers) moeten worden opgevangen. De gemeente ziet kansrijke perspectieven voor directe vervangende werkgelegenheid in (eu)regionale bedrijvigheid. Deze is vanouds sterk in de industrie die zich toelegt op de winning en verwerking van mineralen (keramische, glas- en papierindustrie). De komende decennia zal ook de delfstoffenwinning van grind, zand, kalk en klei op grote schaal kansen bieden in de regio. Daarnaast ziet de gemeente mogelijkheden om de werkgelegenheid uit te breiden voor dat deel van ENCI dat blijft voortbestaan in Maastricht, door transformatie en innovatie op hun bestaande bedrijventerrein. Hierbij kan gedacht worden aan nieuwe kennisintensieve bedrijvigheid passend bij de specifieke deskundigheid van de Enci-medewerkers. De unieke setting van het gebied biedt ook kansen voor werkgelegenheid op het gebied van recreatie, educatie en natuurbeheer. Deze opgave op het gebied van werkgelegenheid vraagt voorbereidingstijd en tijd voor implementatie. Dit zal voortvarend in een taskforce samen met ENCI, LIOF, provincie en gemeente worden uitgewerkt.
* Afwerking van de groeve: de gemeente Maastricht wil de groeve graag afwerken volgens het plan Verborgen Valleien en heeft de voorkeur voor een combinatie van natte en droge natuurontwikkeling in combinatie met recreatief medegebruik. Als de kalksteenwinning doorgaat tot 2020 zal na beëindiging daarvan de groeve onder water lopen. Door te stoppen met de winning in 2015 blijven er, ook zonder te pompen, grotere delen boven water en is er nog een relevant onderscheid te maken tussen natte en droge natuur. Tot die datum is er nog voldoende tijd om een goed afwerkingplan conform Verborgen Valleien voor de groeve te maken.
* Aantasting landschap: een verdere aantasting van natuur en landschapselementen in en rond de groeve vinden burgemeester en wethouders van Maastricht niet acceptabel.
* Milieuaspecten: de negatieve milieueffecten (luchtverontreiniging, geur- en geluidsoverlast en trillingen) worden minder indien de kalksteenwinning wordt beëindigd. De Co2-uitstoot door ENCI is heel groot in absolute zin. In vergelijking met andere kalksteenverwerkende bedrijven is de Co2 uitstoot per ton cement echter een van de laagste. Dit komt onder andere doordat ENCI alternatieve brandstoffen gebruikt. Het is belangrijk dat ENCI de tijd krijgt om deze technologie verder uit te dragen.
* Provinciaal beleid: het huidige provinciale beleid staat kalksteenwinning toe tot 2015.
ENCI dicht na burgerinitiatief
Posted by: | CommentsBron: www.trouw.nl
De Mergelgroeve in de Sint Pietersberg gaat in 2015 dicht. De coalitiepartijen in de provincie Limburg hebben dat besloten na een burgerinitiatief van actiegroep Sint Pietersberg Adembenemend. Bijna zesduizend Limburgers zetten hun handtekening. Cementbedrijf Enci heeft wat hen betreft lang genoeg het landschap verwoest en de lucht vervuild. Enci zelf wil de mergelgroeve tot 2020 in gebruik houden, om hem helemaal leeg te graven. „Nu over het landschap beginnen, dat is een tijdje te laat”, vindt directeur Frans Evers. Enci moet dit jaar een nieuwe ontgrondingsvergunning aanvragen.
Het aantal handtekeningen was genoeg om het onderwerp op de agenda van Provinciale Staten te plaatsen. Die behandelen het eerste Limburgse burgerinitiatief vandaag. „Zesduizend handtekeningen moet je respecteren”, vindt PvdA-statenlid Weike Medendorp.Haar partij zal met coalitiepartners CDA en Partij Nieuw Limburg een motie indienen om sluiting in 2015 te bepleiten, tenzij dat tot een miljoenenclaim van Enci leidt.
Het cementbedrijf heeft eerder al aangegeven zo’n claim te overwegen als de provincie eerder gemaakte afspraken niet nakomt. In recente beleidsstukken ging de provincie uit van sluiting in 2020. Sint Pietersberg Adembenemend vond in de archieven echter een besluit uit 1948, waarin Enci toestemming krijgt om zestig jaar, dus tot 2009, naar mergel te graven. Volgens Gedeputeerde Staten geldt dat besluit niet meer.
„Er speelt zich een enorm ecologisch drama af”, zegt woordvoerder Coen van der Gugten van Sint Pietersberg Adembenemend. Aan de ene kant wordt de berg, beroemd om zijn gangenstelsel, door aantasting steeds minder adembenemend. Aan de andere kant ontneemt de uitstoot van de mergeloven Maastrichtenaren de adem.
Die oven is nodig om de steen geschikt te maken voor verwerking in cement. Enci verbrandt bij de mergel ook vervuild slib afkomstig uit waterzuiveringsinstallaties. „Daarbij komt evenveel kwik vrij als bij vijf tot zes afvalverwerkingsinstallaties”, stelt Van der Gugten. Volgens de woordvoerder zijn de regels voor mergelovens veel minder streng. „Bovendien ligt de oven op een plek waar nooit een afvalverwerkingsinstallatie geaccepteerd zou worden: in een dal. De stad groeit er als een hoefijzer omheen.”
„Natuurlijk is er wel eens een klein beetje overlast van fijnstof”, geeft directeur Evers toe. Volgens hem is snelweg A2 echter een veel grotere boosdoener. „Wij voldoen aan de strengste Europese regelgeving.” Het vervuilde slib ziet hij als alternatieve brandstof. Enci hoeft daardoor geen aardolie te gebruiken. Evers vindt een mergeloven schoner dan een afvalverwerkingsinstallatie. „Daar houd je giftige assen over, met kwik, zink en tin. Bij ons verbrandt eigenlijk alles.” Hij wijst op het belang van Enci, onderdeel van multinational HeidelbergCement Group, voor de werkgelegenheid. „Er werken honderd mensen bij ons.”
Volgens statenlid Medendorp is er tot 2015 genoeg tijd om een oplossing te vinden voor die medewerkers. Bovendien kan de gemeente Maastricht in de tussentijd bedenken wat er met het gebied moet gebeuren na 2015. Er zijn verschillende plannen op het gebied van natuur en recreatieve industrie. In mei en juni is er een openbaar debat in de gemeente over de toekomst van de berg.


