Archive for Oorlogstijd
Wapentuig in de grot
Posted by: | CommentsBron: het Limburgs Dagblad van 22 oktober 2011
Door: René Willems
Historicus Jacquo Silvertant uit Valkenburg presenteert volgende maand een nieuw boek over de oorlogstijd in Zuid-Limburg. In ‘Codenaam Seehahn‘ beschrijft hij de geschiedenis van de oorlogsfabrieken van de Duitsers in de mergelgroeves in het Geuldal.
Grootvaders vertellen het verhaal nog altijd graag als ze met hun kleinkinderen langs de Geul van Houthem naar Meerssen wandelen. Die vreemde, betonnen pijlers voor de grotten hadden ooit een lanceerinrichting voor de V2 moeten worden, de beruchte ‘vliegende bommen’ van de nazi’s. Van hieruit wilde Adolf Hitler het verre Londen bombarderen.
“Onzin”, zegt Jacquo Silvertant. “Ik heb dat verhaal ook vaak gehoord, maar het kan niet kloppen: bij de bevrijding van Valkenburg in september 1944 verkeerde de V2 nog in een experimentele fase. Die legende is waarschijnlijk in stand gebleven omdat ze veel spannender is dan het werkelijke verhaal over de Duitse oorlogsindustrie in het Geuldal. En mensen geloven nu eenmaal liever een spannend fantasieverhaal dan het nuchtere relaas hoe het werkelijk was.”
In zijn nieuwe boek ‘Codenaam Seehahn’, dat volgende maand verschijnt, beschrijft Silvertant wat zich in die korte periode werkelijk heeft afgespeeld in de mergelgrotten van Valkenburg en Geulhem. Het is, zoals de ondertitel al aangeeft, de ‘geschiedenis van de Duitse onderaardse oorlogsfabrieken’. Wat, ook als het is ontdaan van alle romantiek, een meer dan spannend verhaal oplevert.
Wat spookten de Duitsers uit in die mergelgrotten langs de Geul en de Jeker?
“Aan het einde van de oorlog namen de geallieerde bombardementen op Duitse steden toe. Veel fabrieken die voor de Duitse oorlogsindustrie werkten, waren in puin geschoten. Daarom zochten de nazi’s overal in het Derde Rijk naar ondergrondse ruimten waar de getroffen bedrijven een nieuwe start konden maken, beveiligt tegen luchtaanvallen. Het is niet verwonderlijk dat ze hun oog daarbij ook lieten vallen op de mergelgrotten in Valkenburg en de Cannerberg in Maastricht. Die uitgebreide gangenstelsel lagen diep onder de grond, waarmee ze nagenoeg onkwetsbaar waren: bij een aanval vanuit de lucht zou hooguit de ingang vernield kunnen worden. Een veiligere plek was nauwelijks te vinden.”
Konden de Duitsers die grotten zo in gebruik nemen?
“Op zich wel. Maar er moest natuurlijk wel nog het een en ander gebeuren voordat de bedrijven er konden gaan produceren. Daarvoor zorgde de Organisation Todt, Hitlers bunkerbouwers. De mergelgangen werden verstevigd met beton en cement. Vervolgens werden leidingen aangelegd: licht en water. Uit latere verslagen weten we dat het om bijzonder moderne fabrieken ging, uitgerust met de nieuwste technische snufjes. Voor de medewerkers waren er bijvoorbeeld wasruimtes, wat in die tijd heel vooruitstrevend was. dat verklaart ook waarom juist die grotten tijdens de bevrijding zo in trek waren als schuilplaats voor de inwoners van Valkenburg: zij wisten dat ze daar licht en stromend water hadden!”
Welke bedrijven streken neer in die onderaardse fabrieken?
“Bedrijven konden daar gewoon op inschrijven. Je komt in de lijstjes vrijwel alle grote firma’s uit die tijd tegen: BMW, maar ook Fokker en Philips. Overigens bedienden die zich meestal van schuilnamen; formeel hadden die fabrieken heel andere namen, maar in de praktijk waren dat dochter-bv’s. Het voordeel daarvan was dat de bedrijven zelf buiten beeld bleven.
Het verhaal dat in het Geuldal V1′s o V2′s werden gebouwd, klopt volgens u niet. Wat werd dan wel gemaakt in die grotten?
“In de Bronsdaelgroeve bij Geulhem werden vliegtuigmotoren van het type BMW 801 gerepareerd. Die motoren waren bestemd voor het nieuwste vliegtuig van de nazi’s, de Junker 388. In de Barakkenberg, iets verderop, was een fabriek voor munitie. In de Heidegroeve aan de Plenkertstraat in Valkenburg maakte Philips, dat in Aken was gebombardeerd, onder de naam Wernermaatscahppij radiolampen en tl-buizen, Verder werd de Gemeentegrot in Valkenburg in gereedheid gebracht voor de productie van boordwapens en de Roebroekgroeve aan de Daalhemerweg werd gebruikt voor de opslag van materiaal. de enige plek waar de Duitsers wel aan hun ‘Vliegende Bommen’ werkten, was de Cannerberg in Maastricht”.
Waar haalden de Duitsers het personeel voor die fabrieken vandaan?
“Het ging vaak om dwangarbeiders of gevangenen uit de concentratiekampen. dat werkvolk – het ging alles bij elkaar om zeker 2500 mensen – werd gehuisvest in barakken die in de buurt van de grotten werden neergezet. De vakmensen, die wat meer bewegingsvrijheid genoten, logeerden in hotels of pensions in Valkenburg. Maar zeker in de beginperiode huurden de Duitsers ook plaatselijke aannemers in die met hun vaste personeel in de grotten werkten.”
Hoe reageerde de plaatselijke bevolking daarop? Het verhaal gaat dat de betonnen constructie voor de ingang van de Bonsdalgroeve bewust een paar centimeter te laag werd gebouwd, zodat de treinen van de Duitsers er niet onder pasten. Is dat waar?
“Nee, ook dat klopt niet. De treinen zouden die tunnel niet inrijden, maar ervoor stoppen. Het had dus geen enkele zin gehad om de boel zo te saboteren. Bovendien hadden ze daar waarschijnlijk ook niet de kans toe gekregen. de leiding over dat werk was in handen van de Duitsers, die hadden heus wel ingegrepen als het werk niet volgens hun bouwtekeningen was uitgevoerd. Ik vrees dat saboteurs het niet hadden overleefd.”
Hoe komt het dat het verhaal van de oorlogsfabrieken in de grotten na de bevrijding zo radicaal veranderd is?
“Mensen hoorden liever het geromantiseerde verhaal met alle opsmuk die erbij hoort, dan de rauwe werkelijkheid. Zeker in een toeristenplaats als Valkenburg”.
U vertelt wel dat rauwe, nuchtere verhaal.
“Ik ben historicus. Het is mijn taak om te vertellen hoe het werkelijk in elkaar zat. Ook als dat minder vleiend is voor Valkenburg”.
‘Codenaam Seehahn‘ verschijnt eind november. Bestellen kan per email; silvertant.erfgoedprojecten@gmail.com. Bij voorintekening voor 15 november bedraagt de prijs € 17.95
Meer info vind je ook via deze link: Nieuw boek onderaardse oorlogsfabrieken Geuldal
Meer weten over de Duitse bunkers in oorlogstijd, zie dan ook onderstaande links (diverse talen)
Herinneringen aan ondergrondse kinderdagen in de Zonneberg
Posted by: | CommentsAls hij in het grottenstelsel van de Zonneberg een nis met een ondergrondse bakkerij passeert, komen de herinneringen naar boven. “Er werd in die dagen ook brood gebakken voor de vluchtelingen. Dat rook je in alle gangen, een heerlijke lucht.” Willy Comans is even terug op de plek waar hij als jongetje van zeven met zijn ouders in september 1944 pal voor de bevrijding van Maastricht zo’n tien dagen heeft geschuild. Enkele honderden Maastrichtenaren verbleven de laatste oorlogsdagen ondergronds op de Sint Pietersberg.
Comans woonde met zijn ouders in Smeermaas toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. De familie moest hals over kop vluchten toen de Belgen een nabij hun woning gelegen brug hadden opgeblazen. Na enkele omzwervingen kwam het gezin Comans in een dorpje onder Parijs terecht. “Mijn werd door de Fransen tewerk gesteld om vliegtuigmotoren te reviseren, want hij was van beroep machinebankwerker bij Céramique.” Na de Franse capitulatie trof het gezin bij terugkeer in Smeermaas het huis totaal in puin aan. “Alle meubels waren weg, de deuren en ramen waren er uit. De buren dachten dat we in een bombardement waren omgekomen. Mijn moeder zag later de overalls van mijn vader bij andere buren aan de waslijn hangen.” Het berooide gezin ging naar familie in Blauwdorp en betrok eeen huisje aan de Brouwersweg, tegenover het Sint Annadal ziekenhuis.
Anno 2009 is Comans, die eind vijftiger jaren naar Rotterdam verhuisde, even terug in de stad waar hij opgroeide. Met zijn drie dochters en kleinkinderen logeert hij in een onderkomen van Natuurmonumenten op de Lichtenberg, vlakbij de ingang van de grot onder de Zonneberg. “Ik heb veel heimwee gehad naar Maastricht . Naar familie en naar de sfeer hier. In het begin miste ik de manier van leven hier, in het westen was het leven harder, maar ik had daar mijn werk.”
Onder begeleiding van een gids van de VVV bezoekt Comans met zijn dochters en twee kleinkinderen de grot waar hij in die septemberdagen van 1944 met zijn ouders gebivakkeerd heeft. “”We gingen ruim een week voor de bevrijding de berg in vanwege de bomdreiging.” Wandelend over de Zonnebergweg komen de herinneringen aan die dagen bij Comans naar boven. “Overdag zaten wij als kinderen in de wei te spelen. Met mesjes bewerkten we mergelstenen, we maakten er poppetjes van. We jatten ook tomaten en radijsjes bij de boeren die dan ‘toevallig’ niet hard genoeg konden lopen om ons te pakken.”
Eenmaal in de gangen van de Zonneberg gaat Comans op zoek naar de nis waar hij met zijn ouders verbleef. “We hadden een mooie nis. Genoeg plek voor vier gezinnen. Van strobalen maakten we scheidingswandjes.” Op de muren zijn nog vele verwijzingen uit die dagen te vinden. Cijfers op de wanden verwijzen naar de indeling die in die dagen gemaakt is voor de honderden mensen die de grot bevolkten. “het zag er soms zwart van de mensen.” De vader van Comans trok er elke dag op uit met een geleende bakfiets om in Blauwdorp eten uit de gaarkeuken en beddengoed te halen, aldus de toen zevenjarige Comans. “Maar Pa ging ook steeds naar huis omdat hij naar de Engelse radio die hij in de kruipruimte onder het huis verstopt had, wilde luisteren. Als hij weer boven kwam, kwamen de buren nieuwsgierig informeren naar de stand van zaken.”
In die dagen onder de berg heeft Comans nooit een Duitser bij of in de groeve gezien. “We zagen wel honderden bommenwerpers overkomen die richting Aken vlogen.” Comasn is zichtbaar geroerd als hij oog in oog staat met de plek waar de gids hem naar toe leidt: De ondergrondse kapel van de Zonneberg, waar kerkdiensten werden gehouden. We zijn twee keer naar zo’n dienst geweest, dat was heel speciaal. Zelfs als kind voelde ik de saamhorigheid.” In stilte trekken de man, die zijn jeugddagen terughaalt in zijn geheugen en zijn familie verder langs de donkere gangen. De frisse temperatuur van tien graden lijkt hem niet te deren. de zoektocht naar de plek waar hij met zijn ouders overnachtte loopt op niets uit. Veel families hebben toentertijd hun namen in de wanden gekrast, maar die van Comans is er niet bij. Eén van zijn dochters verklaart waarom het zo moeilijk is om de plek terug te vinden: “Pa, je moet niet vergeten dat je toen veel kleiner was en alles vanuit een ander perspectief zag.”
Wat Comans niet vergeet is dat er op een avond groot tumult uitbrak onder de mensen in de grot. “Er ging het gerucht dat Amerikaanse tanks optrokken vanuit Eijsden. Iedereen liep naar de uitgang van de grot. Sommigen hadden de Nederlandse vlag bij zich, die zag ik voor het eerst.” In een nabij gelegen weiland hield de opgetogen groep halt. Er zaten nog Duitsers in de buurt. “De volgende ochtend speelden wij kinderen weer buiten en zagen we Duitse soldaten met hun handen in de nek langs lopen. Amerikaanse soldaten liepen ernaast met geweren in de aanslag. Toen ging de vlag echt uit.” Enkele dagen later ging de familie Comans terug naar huis in Blauwdorp.
Als Comans en zijn familie anno 2009 buiten de mergelgrot knipperen met hun ogen tegen het daglicht, kijkt de oud-Maastrichtenaar met een goed gevoel terug op die dagen: “Het was voor mij als kind één groot avontuur.”
Opmerking: De ondergrondse bakkerij is naar mijn mening nooit gebruikt, wellicht dat mijnheer Comans deze herinnering ergens anders vandaan heeft – Frank
Bron: Stadskrant de Ster – vrijdag 11 september 2009 – Sjak Planthof
Mergelgrotten in oorlogstijd op L1 TV
Posted by: | CommentsBron: www.l1.nl
Een drieluik over de belangrijke rol van de Zuid-Limburgse mergelgrotten in de oorlogstijd. Vanaf woensdag op L1TV
De grotten waren een vluchthaven en een onderduikplaats voor velen. Maar ook de Duitse bezetter
Woensdag 6, 13 en 20 februari om 17.00, 18.00, 19.00 en 20.00 uur.
Geïnteresseerden kunnen een mailtje sturen naar
Deel 1
In deel 1 komen ooggetuigen aan het woord die tijdens de oorlog de mergelgroeven gebruikten vanwege hun rol in de illegaliteit.
Joop Geijsen uit Meerssen vertelt hoe hij met twee andere jongens een jaar lang ondergedoken zat in een mergelgrot even buiten Meerssen. Willem van Schaïk uit Geldrop bracht in de oorlog opgejaagde mensen, zoals Joden of geallieerde piloten, ondergronds van Nederland naar België.
Deel 2
Deel 2 beschrijft de rol van de Zuid-Limburgse mergelgroeven in het Duitse oorlogsplan. Vanaf 1943 nam ook de Duitse bezetter zijn toevlucht tot het onderaardse. Door de toenemende bombardementen op de Duitse steden en industriegebieden werd het noodzakelijk om de voor de oorlogsindustrie belangrijke fabrieken naar bomvrije werkplaatsen elders te verplaatsen.
In heel het Rijk werden mijnen, grotten, groeven en tunnels geschikt gemaakt voor de huisvesting van deze fabrieken. Zo ook in Zuid-Limburg. In het Geuldal tussen Meerssen en Valkenburg, maar ook in het Jekerdal ten zuiden van Maastricht bouwden de bunkerbouwers van de ‘Organisation Todt’ wanhopig aan de eindoverwinning van het Derde Rijk.
Deel 3
In deel 3 komt de vlucht van de lokale bevolking naar de grotten tijdens de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog aan bod. Met het oprukken van de geallieerde legers in Europa kwam ook de bevrijding van Zuid-Limburg steeds dichterbij. Limburg vormde het laatste bruggenhoofd vóór de grens met Duitsland en men verwachtte dat er stevig gevochten zou worden.
In Maastricht bestond een evacuatieplan om een deel van de bevolking onder te brengen in de grotten van de Zonneberg. Hoewel dit plan nooit officieel in werking kwam, trokken duizenden Maastrichtenaren die in de buurt van de Maasbruggen woonden uit angst voor bombardementen naar de ‘Berg’.
Iets verderop in Valkenburg vreesde men het ergste, omdat het Geuldal daar de laatste natuurlijke barrière vormde voordat men Duitsland bereiken zou. Voor een paar dagen werd Valkenburg frontstad. Terwijl het centrum van het stadje zwaar werd beschadigd tijdens de vele beschietingen waarmee de bevrijding daar gepaard ging, wachtte de bevolking ondergronds in spanning de komst van de Amerikanen af.
Oorlogssporen Mergelgroeves in kaart gebracht.
Posted by: | CommentsBron: www.L1nieuws.nl
Het Nationaal Comité 4 en 5 mei gaat oorlogssporen als bunkers, linies en gebouwen in kaart brengen.
Resultaten van de inventarisatie worden begin 2008 gepresenteerd op de website van het Nationaal Comité.
„Het gaat uitsluitend om gebouwen, bouwwerken, landschappen, (militaire) structuren en muurschilderingen die een directe relatie hebben met historische gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog”, aldus het comité.
„Als tastbare objecten zijn zij zeer geschikt om gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog onder de aandacht te brengen bij een breed publiek en zo deze periode uit onze recente geschiedenis tot leven te wekken.”
Een voorbeeld zijn de muurschilderingen in de mergelgroeven in Limburg. „Deze zijn aangebracht door Amerikaanse soldaten tijdens een Kerstnachtmis aan de vooravond van het Ardennenoffensief.”
AMSTERDAM (ANP) – Het Nationaal Comité 4 en 5 mei gaat oorlogssporen als bunkers, linies en gebouwen in kaart brengen.
Resultaten van de inventarisatie worden begin 2008 gepresenteerd op de website van het Nationaal Comité. „Het gaat uitsluitend om gebouwen, bouwwerken, landschappen, (militaire) structuren en muurschilderingen die een directe relatie hebben met historische gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog”, aldus het comité.
„Als tastbare objecten zijn zij zeer geschikt om gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog onder de aandacht te brengen bij een breed publiek en zo deze periode uit onze recente geschiedenis tot leven te wekken.”
Een voorbeeld zijn de muurschilderingen in de mergelgroeven in Limburg. „Deze zijn aangebracht door Amerikaanse soldaten tijdens een Kerstnachtmis aan de vooravond van het Ardennenoffensief.”
AMSTERDAM (ANP) – Het Nationaal Comité 4 en 5 mei gaat oorlogssporen als bunkers, linies en gebouwen in kaart brengen.
Resultaten van de inventarisatie worden begin 2008 gepresenteerd op de website van het Nationaal Comité. „Het gaat uitsluitend om gebouwen, bouwwerken, landschappen, (militaire) structuren en muurschilderingen die een directe relatie hebben met historische gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog”, aldus het comité.
„Als tastbare objecten zijn zij zeer geschikt om gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog onder de aandacht te brengen bij een breed publiek en zo deze periode uit onze recente geschiedenis tot leven te wekken.”
Een voorbeeld zijn de muurschilderingen in de mergelgroeven in Limburg. „Deze zijn aangebracht door Amerikaanse soldaten tijdens een Kerstnachtmis aan de vooravond van het Ardennenoffensief.”





