De wereld van de Vleermuizen
ByIk weet zelf weinig tot niets van vleermuizen, alleen dat ik ze vaak tegen kom op mijn tochten door de “berg”.
Toch vind ik dat er iets over verteld moet worden, aangezien ze in een groeve thuishoren. Ik heb me daarom de vrijheid genomen om de Wikipedia te citeren.
Vleermuizen:
Vleermuizen (orde Chiroptera, ook wel handvleugeligen genoemd) zijn zoogdieren die echt kunnen vliegen . Hiertoe zijn hun vleugels voorzien van een vlieghuid die tussen de vingers van hun voor- en achterpoten en hun staart zit.
Tot voor kort werden de vleermuizen in twee onderordes ingedeeld: Megachiroptera (grote vleermuizen) en Microchiroptera (kleine vleermuizen). De eerste groep bestaat uit grotere soorten die zich op het gezicht oriënteren en die vaak fruit eten; de vliegende honden behoren hiertoe. De tweede groep bestaat uit louter vleeseters die zonder uitzondering gebruikmaken van echolocatie.
In Nederland en België komt uitsluitend een twintigtal Yangochiroptera en Rhinolophidae voor, waarvan een aantal zeer zeldzaam zijn. Door hun verborgen en nachtelijke levenswijze hebben veel mensen nog nooit een vleermuis in het wild gezien maar een zevental soorten komt in Nederland toch algemeen voor. Er zijn wereldwijd zo’n 1100 soorten, zodat ruim 1 op de 5 zoogdiersoorten een vleermuis is.
Eén van de eerste vleermuizen was Icaronycteris, waar fossielen van zijn gevonden die dateren van 54 miljoen jaar terug, uit het Eoceen.
Levenswijze:
De Europese vleermuizen zijn zonder uitzondering insecteneters. Deze insecten worden in de avondschemer in de lucht gevangen door echolocatie. Omdat er ‘s winters nauwelijks insecten rondvliegen, houden de bij ons voorkomende soorten een winterslaap, waarbij ze hun metabolisme tot een uiterst laag pitje terugdraaien en hun lichaamstemperatuur maar net boven het vriespunt blijft. Vleermuizen paren voor de winter, maar de eisprong en bevruchting treedt pas een paar maanden later op. Meestal is er maar 1 jong; dat wordt gezoogd en blijft tijdens de jacht van de moeder op de slaapplaats hangen. Vleermuizen kunnen tot tientallen jaren oud worden en planten zich maar langzaam voort. Ze zijn meestal zeer trouw aan hun standplaats en overwinteringsplaats.
Thermografische afbeelding van een vliegende hond, zijn vleugels houden de lichaamswarmte binnen
Vleermuizen slapen en overwinteren vaak in grote aantallen in grotten, of, in onze streken, bij gebrek aan grotten, in ijskelders, bunkers en forten. Sommige vleermuizen overwinteren ook in boomholten, terwijl dwergvleermuizen hoofdzakelijk in huizen (in de spouw of op zolder) overwinteren. In de zomer verkiezen ze plaatsen die warmer zijn dan bunkers en forten, en komen ze veelvuldig voor op zolders en kerkzolders. Ze hangen daar overdag met hun hoofd naar beneden. Ze kunnen ook ondersteboven in bunkers hangen of aan takken van bomen, onder afdakjes enzovoort. ‘s Avonds vliegen vleermuizen uit. Ze zijn in de schemering goed te herkennen, in de eerste plaats omdat er in de schemering weinig vogels vliegen, en in de tweede plaats omdat hun vlucht nogal afwijkend is. Op jacht naar vliegende insecten hebben ze een zeer onregelmatige vlucht, ze kunnen snel hun vliegrichting aanpassen. Deze vleermuizen zenden namelijk ultrasone geluiden uit die op een prooi weerkaatsen en weer opgevangen worden. Zo kan de vleermuis de afstand tot zijn prooi en omgeving inschatten en vliegt hij opmerkelijk veilig. Vleermuizen kunnen in het stikdonker door een kamer vliegen waarin garen draden gespannen zijn zonder deze te raken.
Vleermuisbescherming:
Vleermuizen zijn door hun gewoonte om in groepen te rusten zeer kwetsbaar. Bij instorting, overstroming etcetera is een hele kolonie verwoest. Ook planten vleermuizen zich traag voort. Sommige soorten zijn pas na enige jaren geslachtsrijp, en een worp bestaat vaak uit niet meer dan één jong.
Door de beschadiging van hun biotoop is vleermuisbescherming hard nodig. Goede rustplaatsen overdag (holle bomen) en goede overwinteringsplaatsen, met zeer weinig verstoring, veiligheid voor roofdieren en de mens, en een temperatuur die ‘s winters niet onder het vriespunt zakt, zijn schaars. Gecultiveerde landschappen worden vaak armer aan insecten. Veel vleermuizen hebben om zich te oriënteren ‘corridors’ nodig van heggen of bomenrijen om zich over grotere afstanden te kunnen verplaatsen: ze begeven zich niet graag ver van een peilbaar echobaken. In de Europese Unie zijn alle soorten bij wet beschermd.
België en Nederland werden op 4 december 1991 partij bij het EUROBATS-verdrag (Agreement on the Conservation of Bats in Europe).
Zie ook: Habitatrichtlijn en de schending van de Habitatrichtlijn.
Omgang met vleermuizen:
Alle Belgische en Nederlandse vleermuizen zijn beschermde dieren.
Een slapend aangetroffen vleermuis het best rustig laten zitten. Het zijn nuttige diertjes die enorme hoeveelheden muggen verorberen.
Een vleermuis in winterslaap niet verstoren – opwarmen kost hem zoveel energie dat hij de lente wel eens niet meer zou kunnen halen als hij vaker wakker wordt dan normaal.
Een zieke of dode vleermuis niet met de handen aanraken – sommige vleermuizen zijn met het hondsdolheidvirus besmet. In een potje scheppen en (als hij nog leeft) een vleermuisopvangcentrum waarschuwen. (Zie externe links)
Een dode vleermuis melden aan een onderzoekscentrum, net als een vleermuis in de gordijnen; misschien is er wel een vrijwilliger in de buurt die u kan helpen zonder het beest schade te berokkenen.
Mythen:
Sommige mensen vinden vleermuizen angstaanjagend. Mogelijk gevoed door het feit dat enkele kleine soorten (vampiervleermuizen, uitsluitend in Zuid-, Midden- en (als dwaalgasten) zuidelijk Noord-Amerika) van bloed leven, worden vleermuizen geassocieerd met vampiers. Dat klopt echter niet, omdat vampiervleermuizen, anders dan echte vampiers, hun slachtoffers bijvoorbeeld niet leegdrinken. Ook drinken ze meestal niet bij mensen, maar bij dieren bloed. Wel kunnen vampiervleermuizen ziekten, zoals hondsdolheid, overbrengen. Met hun scherpe hoektandjes maken ze een piepklein wondje bij bijvoorbeeld een koe, die daar overigens niets van voelt en gewoon verder slaapt. Door een speciale stof in hun speeksel stolt het bloed niet en kunnen ze het rustig oplikken tot ze genoeg hebben. De wonde groeit gewoonlijk dicht zonder verdere gevolgen.
Ook de mythe dat vleermuizen in je haar komen zitten, moet dringend de wereld uit. Vleermuizen vliegen nimmer in je haar. Sommige harige motten maken wel gebruik van hun beharing om zich moeilijker vindbaar te maken (‘stealth’) voor de vleermuis.