Het `zuidelijk gangenstelsel` is gelegen in het, hoe kan het ook anders, zuidelijkste, nog Nederlandse gedeelte van de Sint Pietersberg, tussen de groeves van Slavante en Caestert in België.
Ooit, voor 1920, was dit het meest uitgestrekte gedeelte van alle gangenstelsel die de Sint Pietersberg rijk is (was!)
Helaas besloot de ENCI hier te beginnen met hun vernietigend werk, dat zelfs heden ten dage nog doorgaat.
Daarnaast heeft de ENCI het gedeelte wat nog resteerde, gebruikt als stortplaats voor
dekgrond, zodat ook het resterende voor een groot gedeelte is ingestort. Deze stortberg staat bekend als d´n observant!
Nu is, wat rest van `Zuid`, maar een klein gedeelte van dit ooit majestueuze stelsel.
Bereikbaar alleen nog via een minuscuul gat in de grensmuur van Caestert, kom je in een groeve, die op het eerste gezicht niet veel verschilt met de Caestertgroeve, maar
die, door zijn beperkte toegankelijkheid nog veel van zijn oorspronkelijke schoonheid bezit.
Begrijp me niet verkeerd, ook hier ligt rommel in de hoeken en staan er teksten op de muren gekalkt, maar gelukkig niet zo veel als in de verder zuidelijkere groeves vaak het geval is.
De dikke muur die hier staat is precies op de grens geplaatst in 1948 als bescherming voor de champignonkwekers die in Caestert werkten. Zij waren bang, dat door het gewicht van de stortberg een instorting zou kunnen plaatsvinden en de muren boden bescherming tegen de luchtverplaatsing. Ook werd een een schacht gegraven die de luchtverplaatsing kon afvoeren.
Duidelijk zijn op de muren de cijfers te zien die gebruikt werden tijdens de champignonteelt. Ook hier vind men honderden opschriften van bezoekers met de jaartallen van hun bezoek.
Het oudste opschrift wat ik tot nu toe heb kunnen traceren is van 1650 – met de naam `Perckens´. Verder ook bekende namen van bekende en minder bekende berglopers, die mij reeds lange tijd voorgingen in een nauwelijks veranderde omgeving! Vleermuizen zie ik niet, misschien wel wegens te weinig luchtcirculatie, misschien hebben ook zij moeilijkheden om hier binnen te komen.

Eigenlijk loop je overal na een paar gangen tegen aardpijpen aan, die je de weg versperren. Lopend naar het noorden zou je de afgraving van ENCI kunnen zien, zij het niet dat ook hier de aardpijpen de weg blokkeren. Ik vraag me af hoe sterk het dak hier is, aangezien vlak boven mij d´n observant ligt, die toch wel behoorlijk wat gewicht in de schaal legt!
Aan de maaskant loop ik tegen een gang die sterk omhoog loopt en die sporen vertoont van jarenlange uitslijting door wielen. 10 meter verder loopt de gang dood op een instorting.
Is dit een van de oude ingangen? Voor mijn gevoel zit ik maar een paar meter van het daglicht, misschien 25 meter van de grenspaal. Het zou kunnen, maar bewijzen kan ik het niet. De naafsporen op de zijwand verklaren anders genoeg. Nou ja, niet alles hoeft bewezen te worden – in mijn verbeelding zie ik paard en wagen voorlopen, de wagen piept en steunt van het gewicht van de mergelblokken. Vooraan loopt, met kromme rug van het harde werk een blokbreker, die met zijn dagopbrengst naar de rand van het plateau loopt om daar de lading te lossen, waarna deze in de schepen onderaan de maas geladen wordt – deze blokbreker had denkelijk weinig oog voor zijn omgeving, een omgeving die ik bewonder voor zijn mystiek, zijn rust en stilte. Voor hem was het gewoon zijn werkplek, een plaats waar hij 6 dagen per week, keihard moest werken voor een schamel inkomen.
Dat de gang nu stijl omhoog loopt is begrijpelijk als je bedenkt dat, wat nu het plafond is, vroeger tot de eerst ontginning behoorde, waarna men de gangen verder heeft uitgediept.
Als ik om de hoek loop, zie ik een bekende naam op de muur; `D.C. van Schaïk ` – de schrijver
van het boek “De Sint Pietersberg” – een lijvig boekwerk waarin, niet voor het eerst, maar wel zeer uitgebreid, de gehele Sint Pietersberg (flora en fauna – bovengronds en ondergronds) beschreven wordt. Een echte aanrader! (en nog steeds verkrijgbaar – zie bv. marktplaats/Ebay/internet)
Heeft van Schaïk hier een telraam getekend, of is dit en telling van de keren dat hij hier langs kwam? Het is bekend dat hij heel vaak door de groeves liep. We zullen het wel nooit te weten komen.
Enkele interessante links:
{ 1 comment… read it below or add one }
“Het oudste opschrift wat ik tot nu toe heb kunnen traceren is van 1650″.
Het oudste wat ìk heb kunnen vinden, is 1601 of 1607 (helaas is het laatste cijfer TE onduidelijk om definitief te bepalen of het een 1 of 7 is).
{ 1 trackback }